HET BOEK DER RICHTEREN 3
OTHNIËL
Het eerste hoofdstuk vermeldt welke heidense volken door de Israëlieten niet werden uitgeroeid.
Het tweede hoofdstuk geeft ons een totaal-overzicht van het boek Richteren, waarvan de hoofdinhoud is: Gods trouw over Israël en Israëls ontrouw jegens de Heere.
De eigenlijke geschiedenis begint in hoofdstuk 3. In vers 7 lezen wij: „En de kinderen Israëls deden dat kwaad was in de ogen des HEEREN".
Dit kwaad was, dat. zij zich verzwagerden met de heidenen en wat in die tekst volgt: „en vergaten de HEERE, hun God".
Hun God vergaten zij, Die zoveel wonderen had verricht. De Heere vergeten, Zijn goedheid en liefde versmaden, is eert groot kwaad.
„En zij dienden de Baals en de bossen". De Baal is een mannelijk afgodsbeeld van de Kanaanieten e.a. Zij vereerden in hem de zon. Hij was hun beeld van levenwekkende natuurkracht.
Het staat er in het meervoud. Met andere woorden: het land (de bossen) zat stikvol met afgodsbeelden.
Zii deden dat kwaad was in de ogen des HEEREN! Zelf zagen zij er geen kwaad in. Vrienden, God denkt anders over de zonde dan wij. Wij zien nergens kwaad in, of het moet al heel grof zijn
Maar God is de heilige God, Die te rein is, dat Hij het kwade kan aanschouwen. Eer Hij de zonde ongestraft liet blijven, heeft Hij die zelfs gestraft in Zijn Zoon (Avondmaal formulier).
Maar wanneer de Heilige Geest ons overtuigt van zonde, leren wij verstaan: „ik heb gedaan dat kwaad was in Uw oog".
En daarom ook ben ik Uw gramschap dubbel waardig. Zie hoe die gramschap komt over Israël.
„Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Israël; en Hij verkocht hen in de hand van Cuschan Rischataïm, koning van Mesopotamië". (land ten N.O. van Kanaan). De Israëlieten kwamen geheel in zijn macht en werden zijn slaven.
Deze kastijding was ten diepste Gods liefde. Hij beoogde daarmee hun bekering en behoud. Kwam het volk nu spoedig tot inkeer?
Neen, acht jaar dienden zij die koning, eer zij tot de HEERE begonnen te roepen. 0. daar is in een volk en in ons aller hart zo'n tegenstand. Onder Gods slaande hand kan de nek zo verhard worden. Eindelijk, na acht jaar bange nood verliest het volk het voor de HEERE en buigen zij hun stijve nek. Nu alles vastgelopen is en zij geen uitweg meer zagen, roepen zij Hem aan. Letterlijk staat er: schreeuwden. Zo smartelijk was hun nood! Zij roepen tot God, Die hen rechtvaardig kastijdde. Zij smeken om Zijn gunst (v. 9a).
En dan gaat het wonder Gods in werking (en ook nu nog): „Wie Mij aanroept in de nood, vindt Mijn gunst oneindig groot".
Zie maar: „en de HEERE verwekte de kinderen Israëls een verlosser, clie hen verloste, Othniël, zoon van Kenaz, broeder van Kaleb, die jonger was clan hij", (v. 9b).
Met Othniël hebben wij de vorige maal reeds kennis gemaakt. Het is nu tientallen jaren later. Al die jaren zal hij gezucht hebben onder de zonde van zijn volk en onder Gods straffende hand. Toch heeft hij zichzelf nooit als verlosser opgeworpen. Eerst nu roept de HEERE hem. De enige wettige wijze om tot een ambt in Gods kerk te komen, is een roeping. En wel van Godswege.
De Heere roept, maar maakt ook bekwaam tot de taak. In vers 10 lezen wij dat de Geest des HEEREN over hem was. Dat betekent, dat de HEERE Othniël de gaven geeft, die tot uitvoering van zijn taak nodig waren, zoals: apperheid, kloekmoedigheid, wijsheid, beleid enz. Zo is ook Christus, de grote Verlosser gezalfd met de Heilige Geest om een verloren volk zalig te maken (Jes. 61 : 1-3).
Gaat Othniël nu meteen verlossen van de vijand?
Neen. In vers 10 staat eerst: „en hij richtte Israël". Richten betekent vooral: de godsdienst weer in ere herstellen en de afgoden opruimen. Een terugroepen tot de dienst cles Heeren. Dus Othniël gaat eerst reformeren! En dan pas lezen wij: „en hij toog uit ten strijde". Het was de HEERE in de eerste plaats te doen om de bekering van het volk. Daarom ging Othniël richten, d.w.z. hij ging het volk wijzen op de oorzaak van alle ellende, n.1. de zonde! En hij riep tot bekering en tot het wegdoen der afgoden en het leven naar Gods inzettingen.
Wij draaien de zaak eigenlijk altijd om. In nood wordt de belofte gedaan: Heere, als U mij helpt, dan zal ik U voortaan dienen. Wij beginnen bij de gevolgen van de zonde. Maar God begint bij de zonde zelf. Wanneer de Heilige Geest ons leert, dan laat Hij ons heus wel de gevolgen van de zonde voelen, n.1. Zijn toorn in tijdelijke en eeuwige straffen. Maar Hij stoot door naar de oorzaak n.1. de zonde zelf.
Daarover wil Hij verdriet geven in het hart en Hij werkt het verlangen om daarvan verlost te worden. Dan wordt de zonde zelf, of anders gezegd ons boze hart als de wortel van alle kwaad, onze grootste last. Dan wordt de betekenis van Jezus' naam zo heerlijk: „Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zónden".
Doch nu trekt Othniël ook ten strijde. En hij mag in de kracht van de Heilige Geest overwinnen. Wat een gelukkige omkeer voor het volk. Verlost van des vijands dwingelandij. Er komt nu een langdurige vrede, 40 jaren (v. 11). Nu kunnen zij zingen: „Dan zal de HEER' ons 't goede weer doen zien, dan zal ons 't land zijn volle garven biên". En Othniël sterft. Zelf behouden door de grote Verlosser Jezus Christus.
Hij mocht een type zijn van Christus, de Leeuw uit de stam van Juda. Hij toog ook uit ten strijde. Doch: alleen. Hij heeft de pers alleen getreden. En Hij overwon zonde, dood en duivel. Hij verwierf een rust die langer duurt dan 40 jaar. Hij verwierf een eeuwige vrede in het Kanaan der ruste. En deze Verlosser leeft. „Ik ben dood. geweest, maar Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen".
Mijn jonge vrienden, schreeuwt je hart al om deze Verlosser?
Vragen voor de verenigingen:
1. Ons boze hart ziet nergens kwaad in. Het is zelfs onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Waaruit leren wij dan het kwaad of onze zonde kennen?
2. Mag er gebeden worden om de verlossing van de gevolgen der zonde, n.1. Gods toorn in tijdelijke-en eeuwige straffen? Betrek hierin Jes. 45 : 22. Is er een diepere nood in ons leven dan Gods straf over de zonde, waarvan wij verlost moeten worden? Betrek hierin Hand. 3 : 26.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1974
Daniel | 20 Pagina's