EEN WEEK NAAR SCHOTLAND
Op 4 september j.1. scheepten wij te Europoort in voor de overtocht naar Huil in Engeland. Het doel van onze reis was een oriënterend bezoek te brengen aan de Free Presbyterian Church of Scotland en de kontakten, die er tussen die gemeenten en Holland zijn, te bestendigen.
Na de ontscheping te Huil en de vreemde gewaarwording van het links rijden, kwamen wij in York.
Daar brachten wij een kort bezoek aan de bekende York Minster; een grote kathedraal, gebouwd in 1260. Vandaar reden wij door prachtig heuvellandschap naar Penrith om vervolgens via Gretna Green (het bekende plaatsje waar voorheen zoveel huwelijken van buitenlandse minderjarigen gesloten werden) Schotland aan de Westkust binnen te rijden. Het heuvellandschap begon te veranderen in steeds kaler wordend gebergte. De eerste grote stad waar wij kwamen was Glasgow, waar eeuwen terug de theoloog en prediker Hugo Binning leefde.
Tot onze blijdschap troffen wij in het hotel (en later ook in andere plaatsen) de bijbel aan in de „authorised King James Version", geplaatst door de Engelse Gideons. Deze uitgave heeft dezelfde betekenis als bij ons de Statenbijbel.
Donderdagsavonds woonden wij cle prayermeeting bij in de St. Jude's Church te Glasgow. Dit kerkgebouw is van de Free Presbyterian Church. Wekelijks (zomer en' winter) worden daar prayer-meetings (gebedssamenkomstcn) gehouden, te vergelijken met onze bijbellezingen.
Vóór de dienst is het zeer stil in cle kerk. Er wordt niet gesproken, niet gesnoept en er is geen orgelspel. Na de reformatie zijn de orgels geweerd en dit is bij de F. P. Church zo gebleven. De zang wordt geleid door een voorganger, die door de predikant ds. MacLean naar voren werd geroepen. Men zingt psalmen, andere dan wij. Er zijn echter vele zangwijzen en de voorzanger kiest cle melodie voor de psalm, die de dominee opgeeft. Er wordt soms ook door de mannen, zeer hoog gezongen. De predikant komt alleen binnen, nadat hij zich een ogenblik heeft afgezonderd in een kamertje voor gebed en overdenking. De kerkeraadsleden zitten tussen de gemeenteleden in. In de doordeweekse dienst doet de predikant geen gebed, maar vraagt één der ouderlingen te bidden of te danken. Heel cle gemeente staat tijdens het gebed. Bij het begin spreekt de dominee geen zegen uit, wel bij het einde van de dienst (dezelfde als bij ons gebruikelijk is). Door de moeilijkheid van de taal en de snelheid
waarmee ds. MacLean preekt, ontgaat ons veel, maar in grote lijnen kunnen' wij het volgen. Met nog geen 100 mensen zijn wij onder het Woord van God in deze grote wereldstad. Aan de ene zijde is dat verdrietig; zo weinigen tegenover zovelen die van de waarheid geen kennis dragen. Anderzijds zei Christus: „Vrees niet, gij klein kuddeke, het is des Vaders welbehagen ulieden dat Koninkrijk te geven". Na de dienst ontving ds. MacLean ons in zijn huis voor de koffie. Hij is sekretaris voor de zending, die van de F.P.C. of Scotland uitgaat en in ons land bekend is als Mbuma-zending. Ook is hij één van de docenten van de theologische school.
De gang van zaken betreffende de toelating tot de studie voor predikant is gelijk aan die in onze gemeenten. De studenten moeten eerst een 3-jarige algemene opleiding volgen aan een universiteit. Daarna ontvangen zij een 3-jarige theologische opleiding bij de (clrie) docenten thuis. Ik telde in een exemplaar van „The Free Preebyterian Magazine" van dit jaar 36 predikanten en' 70 gemeenten. Een opmerkelijk feit ten aanzien van het traktement der predikanten wil ik u niet onthouden. Alle gemeenten koliekteren' voor het traktement van alle predikanten. Zij storten dit geld in een generale kas. Uit deze kas ontvangen de predikanten allen hetzelfde traktement.
Cp deze wijze is het mogelijk dat zelfs de allerkleinste gemeente een predikant kan hebben. Het is in Schotland niet gebruikelijk uit de catechismus te preken. De oudere catechisanten worden onderwezen in de geloofsleer. Wat betreft de doopbediening vertelde Ds. MacLean ons, dat vóór de kinderen gedoopt worden, eerst een persoonlijk gesprek tussen de kerkeraad en de vader wordt gehouden. Daarbij wordt de vader onderzocht naar zijn kennis van de leer en naar zijn levenswandel. Eerst wanneer deze zaken bevredigend worden bevonden, wordt de heilige doop bediend.
Na ons bezoek aan Glasgow bezochten v/ij Edinburgh. Een' geheel andere stad dan Glasgow. Iemand zei ons: het geld van Glasgow zit in Edinburgh. In het centrum zijn grootse winkelstraten en boven op een rots ligt het prachtige kasteel van Edinburgh. Helaas is het in de letterlijke zin een grote wereldstad. Het is de plaats waar 160 jaar geleden de zo bekend geworden prediker R. M. M'.Cheyne we. 1 geboren.
Vanuit Edinburgh gingen wij naar Dundee met het doel het kerkgebouw te zien, waar ds. Robert Murray Mac-Cheyne gepredikt heeft. Gaarne wil ik u iets van hem vertellen. Hij werd in 1813 in Edinburgh geboren. Als jongen leefde hij zonder God; d.w.z. uiterlijk wel godsdienstig, maar innerlijk een farizeeër, zo bekent hij later. Totdat de Heere hem te sterk werd. Dan dicht M'Cheyne: „eens was ik een vreemd'ling van God en mijn hart". U kunt dit mooie gedicht vinden in het catechisatiebcekje van Hellenbroek.
Uit eigen ondervinding de grote nood en verlorenheid van het menselijk hart kennende, en geproefd hebbende de liefde van Christus, heeft hij dit met grote ernst en liefde gepredikt.
Aanvankelijk was hij hulpprediker te Larbert en Dunipace (1835). Als kandidaat werd hij beroepen te Dundee in de nieuwe St. Peters Church, welk beroep hij aannam. Intree deed hij met Jesaja 61 : 1-3. Hij stierf reeds jong, nog geen dertig jaar oud zijnde in 1843.
De Heere heeft hem in korte tijd tot een rijke zegen willen stellen. Zielen werden uit hun doodstaat opgewekt en tot Jezus gebracht. Gods kinderen werden versterkt in het allerheiligst geloof. Ds. M'Cheyne is nog altijd zeer geliefd in the F.P.C. of Scotland, zo verzekerden mij de twee predikanten, die wij bezochten en een diaken, bij wie wij in huis waren. De huidige prediking heeft nog diezelfde inhoud. Dit is ons gebleken uit het lezen van The Free Presbyterian Magazine en de prediking clie wij zelf in Schotland hoorden.
Het was voor de zaterdagmorgen nog vrij vroeg, dat wij in Dundee dan stonden voor de St. Peter's Church. Naast de kerk ligt het graf van M'Cheyne waar een ontroerend getuigenis in een gedenksteen werd ingebeiteld. Hij is niet getrouwd geweest; wel verloofd.
Van binnen is de kerk zeer mooi in haar eenvoud. De ronde galerij, de donkerrode kleur van de mahoniehouten banken en cle zonnestralen, die de gekleurde ramen verlichtten, gaven het interieur een warme indruk. Behalve cle preekstoel bleef het interieur ongewijzigd. De oude preekstoel staat in het catechisatielokaal. In M'Cheyne's dagen was de kerk afgeladen. Velen stonden. Thans is de kerk slechts half bezet en helaas is zijn prediking thans daar
onbekend. In het „bidkamertje" van de predikant stond een prachtige staande klok met inscriptie, waaruit bleek dat ds. M'Cheyne die eens van zijn catechisanten heeft gekregen.
De kosteres haalde voor ons de bijbel te voorschijn waarin M'Cheyne voor zichzelf las en studeerde. Deze bijbel heeft hij kennelijk opnieuw laten inbinden, want tussen elke bedrukte pagina is een iblanco vel ingebracht.
Daarop maakte hij aantekeningen tijdens het bijbelonderzoek. Hieruit blijkt dat de Heere hem een grote ijver en studiezin heeft gegeven. Hij blonk uit in Schriftkennis, kennis der oucle talen, der letteren en wijsbegeerte. De Heere gebruikte dit alles voor Zijn dienst: de dienst des Woords.
Wij hebben hier beschaamd rond gelopen. Hier worstelde eens een jonge man met God en met mensen om het welzijn van hun onsterfelijke ziel. En juist hierom werd hij door de één geliefd en door de ander gehaat. Vol met onvergetelijke indrukken gingen wij op weg naar Inverness. Dwars door de Schotse hooglanden, o.a. langs Balmoral Castle, het kasteel van de Engelse Koningin.
Zondag 9 sept. waren wij te gast bij één der diakenen' van the F.P.C. in Inverness. Bijzonder hartelijk werden wij ontvangen. In 2 Petr. 1 lezen wij hoe Petrus begeert te schrijven aan hen, die even dierbaar geloof met ons verkregen hebben. Het was ons tot verkwikking dat wij, al was het vanwege de taalmoeilijkheden gebrekkig, van hart tot hart met elkaar mochten spreken over het geestelijke leven aan de hand van Gods Woord.
Die zondag waren wij tweemaal onder de prediking van ds. A. F. MacKay. Helaas was de kerk lang niet vol. Overigens deden wij dezelfde indrukken op als in Glasgow.
Met nadruk leert de F.P.C. of Scotland in navolging van Boston, de Erskine's e.a. „the free offer of the Gospel to all sinners", dat is: le vrije aanbieding van het evangelie aan alle zondaren. Hun leer is altijd geweest, dat de aanbieding van Christus tot allen komt (Jesaja 55 : 2, Openbaring 3 : 18, Joh. 6 : 32 enz.) en dat zij, die niet geloven verdoemd zullen worden (Joh. 3 : 18, 36). En vervolgens prediken zij dat het aannemen van Christus een werk is van Gods Geest in het hart, waartoe Hij de zondaar overtuigt van zijn verloren staat orn hem gewillig te maken om Christus te ontvangen. Diezelfde prediking vinden wij terug bij Hellenbroek, Brakel, Comrie, van de Groe, e.a. Diezelfde prediking mag ook in onze gemeenten nog beluisterd worden.
De viering van het Heilig Avondmaal is een zeer grote en plechtige gebeurtenis, welke wel een week in beslag neemt. Gedurende enkele dagen voor cle zondag worden er boete-en voorbereidingspreken gehouden, 's Maandags wordt dan cle dankdag (nabetrachting) gehouden. Een' uitvoerige beschrijving van zo'n avondsmaaltijd treft U aan in het Reform. Dagblad van 19 juli '73 van cle hand van Drs. C. A. van der Sluijs, Hervormd Predikant te Poederoyen.
Degenen, die voor het eerst van hun leven aan het Avondmaal wensen deel te nemen, moeten zich daartoe melden bij de kerkeraad. Wanneer nu de kerkeraad met hun getuigenis kan instemmen verstrekt zij de „penning" tot toelating aan het Heilig Avondmaal. Zo iemand is dan ook vanaf dat moment belijdend lid van de gemeente. De Avcndmaalgangers zijn de eigenlijke leden der gemeente. Die niet aan het Avondmaal komen zijn de „erbij-horende" of doopleden. Valt het de kerkeraad moeilijk een beslissing te nemen, dan roept zij de hulp in van een predikant van een naburige gemeente, zo werd ons medegedeeld. Heeft men geen vrijmoedigheid, dan wordt de deelname aan het Avondmaal geweigerd.
Op onze vraag of er niet een gevaar is, dat de kerkeraad zou kunnen heersen over de harten, werd geantwoord: „De Heere heeft wachters gesteld op Sions muren".
Maar de kerkeraad is toch geen hartekenner? Zij kan zich toch vergissen? Hierop was het antwoord: „aan de vruchten zal men de boom kennen". Evenmin als door ons wordt er verzekering van de genadestaat verlangd, maar zijn de zaligsprekingen van cle Heere Jezus uit Matth. 5 de schriftuurlijke leidraad.
Naar ons gevoel zijn er ongetwijfeld bezwaren aan te voeren tegen deze wijze van toelating. Het zou b.v. belemmerend kunnen werken voor schuchtere mensen. Ook zou er een soort heerschappij over de zielen kunnen komen. Van de andere zijde kan het juist verdiepend werken in de gemeente. Het zal weerhouden van een lichtvaardig toetreden tot het Avondmaal. Leer
en leven wordt nauw met elkaar in verband gebracht.
Er wordt mee voorkomen, dat iemand door een gevoelige aandoening van het gemoed of slechts met een uiterlijke kennis van de waarheid onwaardiglijk zou eten en drinken. Wet en Evangelie moeten bevindelijk gekend worden. In het hart van verlorenen is Christus dierbaar. Dit al of niet verlenen van de penning is dan ook in het belang van de gemeente en van de persoon zelf. Het gaat om de eer des Iieeren, om de tafel des Heeren.
Wij mogen aannemen, dat in het hart van de predikanten en ouderlingen, die tot dit gewichtige werk geroepen worden, een gebed om wijsheid zal zijn van Boven en de voorzichtigheid der rechtvaardigen. Hun begeren zal toch zijn, dat de veelheid der onderdanen tot meerdere glorie des Konings is.
En gezien de inhoud van de prediking daar, zijn we daar niet zo ongerust over.
Na de kerkdienst van 's avonds werden wij ontvangen door ds. A. F. MocKay, die ook wel eens in Holland geweest is. De huisgodsdienst neemt nog altijd een belangrijke plaats in. Wij hadden dit reeds vernomen, maar maakten dit zelf nu mee. Na het koffiedrinken (met een uitgebreide sortering Schotse cakes) las ds. MacKay een gedeelte uit Gods Woord, waarna door allen werd geknield en de predikant het gebed uitsprak.
Voor ons allen was deze dag des Heeren in Inverness onvergetelijk. De volgende dag vertrokken wij u.it Inverness. Schitterend ligt deze mooie plaats aan weerszijden van de rivier Ness.
Langs het bekende Loch Ness, een kilometers lang uitgestrekt meer, reden wij weer naar het zuiden. Vervolgens gingen wij dwars door het midden van Schotland. Hier waren uitgestrekte gebieden met rotsachtige heuvels en bergen. Als u hier rijdt kunt u zich het gebied wat voorstellen, waar ds. Peden moest rondzwerven, waarvan wij lezen in het mooie boekje „Onder de slip van Zijn Mantel". Via Stirling (een industriestad, waar eertijds ds. E. Erskine stond) kwamen wij weer in Edinburgh. De volgende dag reden wij door het prachtige heuvellandschap naar Huil, vanwaar de boot ons weer in de nacht naar Europoort bracht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1974
Daniel | 20 Pagina's