LEVEN EN WERKEN IN DE AGRARISCHE SEKTORT
Hoewel minder dan vroeger zijn er onder de , , Daniël"-lezers nog velen die in de agrarische sektor werkzaam zijn of in deze leefsfeer zijn opgevoed. De ontwikkelingen die zich binnen deze sektor de afgelopen jaren hebben voorgedaan zullen zeker de belangstelling hebben.
Landbouw en de bijbe1.
Bespreking van ontwikkelingen en mogelijkheden in de agrarische sektor geeft een direkte band met het leven en werken in de bijbel. De samenleving clie vanuit de bijbel tot ons komt is duidelijk een agrarische samenleving. De aartsvaders waren veehouders, vele Mozaische wetten hadden duidelijk een agrarische inslag, de profeten gebruiken regelmatig beelden ontleend aan het leven op het platteland. Ook de Heere Jezus maakte tijdens zijn omwandeling op aarde veel gebruik van voorbeelden ontleend aan de landbouw.
Kortom, in allerlei toonaarden wordt het werk van Gcds Geest in de mens uitgebeeld met handelingen in het landbouwbedrijf (ploegen, zaaien, oogsten).
Opdracht.
Belangrijker echter voor ons doel is echter dat God Zelf in Zijn Woord de opdracht heeft gegeven tot het bouwen en bewaren van de aarde (Gen. 2 : 15). In zijn meest direkte vorm behoort hiertoe het bewerken van de grond en het verzorgen van dieren met als hoofddoel: oedselproduktie.
De eerste levensbehoeften worden immers door de landbouw geproduceerd. Deze opdracht heeft nog niets in betekenis verloren. Gezien de nood in de wereld, is het produceren van voedsel nog zeer belangrijk. Hierbij moet wel direkt gevoegd worden' het bijbelwoord, de mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle Wcorcl dat uit Gods mond uitgaat.
God heeft na de schepping de mens heerschappij gegeven over de aarde en over de dieren. Door de zonde is echter alles ontwricht. De aarde is om ons vervloekt. Het voedsel moet na de zondeval in het „zweet des aanschijns" geproduceerd worden.
Dit houdt in dat in de loop der eeuwen en ook nu nog cle boer en tuinder in zijn werk met veel moeiten en zorgen te kampen heeft.
Ontwikkelingen in Nederland.
In het verleden heeft de land-en tuinbouw altijd een belangrijke plaats ingenomen in onze maatschappij. Nederland was eertijds een agrarisch land, waarbij een belangrijk gedeelte van de bevolking in de agrarische sektor werkzaam was.
In de afgelopen vijftig jaar is dat beeld grondig gewijzigd. Van een agrarische samenleving zijn we gegroeid naar een industriële samenleving. Momenteel is nog ± 7% van
de beroepsbevolking direkt werkzaam in land-en tuinbouw. Weliswaar moet daarbij aangetekend worden dat nog velen werk vinden in de agrarische industrie (zuivelfabrieken, veilingen, e.d.). De genoemde afname van het aantal werkers in de landbouw is voornamelijk ontstaan door de sterk toegenomen mechanisatie en automatisatie. Dit was het gevolg van de sterk stijgende arbeidskosten. Ook zijn er in de afgelopen jaren een flink aantal bedrijven opgeheven (3 a 4% per jaar) omdat ze de strijd om het bestaan niet konden volhouden.
Eerst is er een uittocht geweest van landarbeiders, daarna van de medewerkende zoons. De onderstaande tabel geeft een beeld van deze uittocht. Stellen we het index-cijfer in 1947 op 100, dan geven 1959 en 1970 d.e volgende cijfers.
1947 1959 1970 bedrijfshoofden 100 88 G6 medewerkende zoons 100 73 34 landarbeiders 100 59 29
Was het voorheen gebruikelijk dat meerdere kinderen uit een landbouwgezin in het bedrijf leven of boer werden, nu is het zo ver dat er hoogstens één opvolger is en op vele bedrijven zelfs geen meer.
Produktiviteit.
De genoemde ontwikkeling houdt niet in dat de betekenis van de land-en tuinbouw in onze totale economie ook zo sterk is verminderd. Integendeel, door de sterke stijging van de produktiviteit (groter als in de industrie) is de agrarische sektor nog een faktor van betekenis in onze economie en met name bij de export. Rond 25% van de waarde van onze uitvoer bestaat uit landbouwprodukten.
Landbouwbeleid.
Bij de ontwikkelingen in de landbouwsektor, is het overheidsbeleid altijd van grote betekenis geweest. Dit zal in toenemende mate een rol gaan spelen. Het zeker stellen van de voedselvoorziening (ook in oorlogstijden), de dreiging van een overproduktie bij sommige proclukten (melk, suikerbieten, fruit), de achterblijvende inkomensgroei en de zorg voor het milieu zijn voor de overheid redenen geweest om zich vrij intensief met de landbouw bezig te houden (o.a. prijsgaranties voor een aantal produkten).
In de tuinbouwsektor is het overheidsingrijpen veel minder geweest, omdat men in deze sektor altijd zijn eigen zaken wilde regelen. De laatste jaren komt hierin een kentering omdat ook de positie van de Nederlandse tuinbouw verzwakt dreigt te worden door oneerlijke kcnkurentie uit andere E.E.G.landen.
E. E. G.
Na het tot stand komen van de E E.G. wordt het landbouwbeleid grotendeels „gemaakt" in Brussel. De invloed van „Den Haag" op het landbouwbeleid is sterk verminderd. De ontwikkeling van de E.E.G. heeft voor de agrarische sektor zowel positieve als negatieve aspekten. De voordelen zijn het opengaan van de grenzen en dus een groter afzetgebied voor onze produkten (in E.E.G.:300 miljoen consumenten).
Anderzijds is de konkurrentie toegenomen hetgeen veroorzaakte dat bepaalde bedrijfstakken het moeilijker kregen (fruit, eieren, granen).
Het gezinsbedrijf.
De Nederlandse land-en tuinbouw staat op een hoog peil, hetgeen o.a. te danken is aan een overheidsbeleid waarbij onderwijs, onderzoek en voorlichting sterk gestimuleerd werd. Het vraagt echter voor de boer en tuinder veel inspanning om de verkregen voorsprong te handhaven. Ook in andere landen zit men niet stil. Zonder konkurrentie-vervalsende maatregelen in het buitenland blijft er echter voor het goed geleide land-en tuinbouwbedrijf in Nederland voldoende perspectief. De praktijk bewijst tevens dat bij een volledige inzet van de boer en tuinder, gepaard gaande met een goede vakbekwaamheid en liefde voor het vak, goede resultaten verkregen kunnen worden.
Waarheen in de landbouw.
De vraag hoe de landbouw van de toekomst er uit zal zien is slechts met de nodige reserves te beantwoorden. De volgende punten kunnen genoemd worden.
— binnen Europa en Nederland zal de eigen agrarische produktie van be-
tekenis blijven tegen de achtergrond van de precaire wereldvoedselsituatie.
— gezien de voortgaande stijging van de kosten blijft produktieverhoging (in kwantitatieve of kwalitatieve zin) een noodzaak. Dit leidt in vele gevallen tot grotere eenheden.
— de afvloeiing van werkers in de agrarische sektor zal doorgaan, (over ± 15 jaar nog ± 4°/«? ).
— De land-en tuinbouw zal opgebouwd zijn uit een steeds groter percentage gezinsbedrijven.
— Er zal een verdere toenadering komen tussen stad en platteland (caravans op boerderijen, kinderboerderijen, tuincentra).
— Zorg om het milieu en het landschap zal steeds meer belemmeringen geven bij de uitoefening van het land-en tuinbouwbedrijf.
Opleiding.
Een goede opleiding in de agrarische sektor is een eerste vereiste.
Voor degene die boer of tuinder wil worden of een ander beroep verwant aan de agrarische sektor wil kiezen biedt het land-en tuinbouw onderwijs vele mogelijkheden.
a. lagere land-en tuinbouwscholen. Kursusduur 4 jaren.
b. middelbare land-en tuinbouwscholen. Kursusduur 3 jaren. Vooropleiding: lagere land-en tuinbouwschool of mavo. Dit is de geëigende opleiding voor hem die boer of tuinder wil worden.
c. hogere land-en tuinbouwscholen. Kursusduur 3 of 4 jaar.
d. landbouw hogeschool te Wageningsri met 23 verschillende studierichtingen. Vooropleiding: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs.
e. praktijkscholen en vakscholen. Dit zijn kortdurende praktuële opleidingen voor hen die zich verder als hoer of tuinder willen bekwamen.
Tenslotte.
Blijvend moet bij het leven en werken in de agrarische sektor benadrukt worden de afhankelijkheid van Gods Zegen.
Vooral in een sektor waar het produktieproces in vele gevallen, sterk weersafhankelijk is.
Moge daartoe de bid-en dankdagen voor gewas en arbeid onder ons een belangrijke plaats blijven innemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1974
Daniel | 20 Pagina's