HOUDEN BEREN EEN WINTERSLAAP ?
VERVOLG
Sneeuw in het voorjaar.
Soms valt er in het vroege voorjaar een flink pak sneeuw. Het oude hol is nu veel te klein om in te schuilen. En daarom zoekt moeder een andere schuilplaats. Maar die arme beertjes! De sneeuw is voor hen een grote hindernis, ze zakken er veel te diep in weg. Maar moeder weet wel raad. Ze loopt niet voorop, ze springt. Zo maakt ze een groot gat in de sneeuw, en haar kindertjes „klauteren" haar na. Als moeder wat al te snel springt, piepen en jammeren cle kleintjes van belang en dan wacht moeder geduldig tot de beertjes haar ingehaald hebben.
De opvoeding.
Zwarte beren doen hun jongen alles „zwijgend" voor. Bruine beren o.a. de grizzly schijnen tegen hun kleintjes te „praten". Grommend en brommend krijgen de jonge beertjes advies hoe ze doen moeten. Moeder beer gaat niet al te zachtzinnig met haar kindertjes om. Als ze te lang aarzelen om te doen, wat moeder hen gebiedt, geeft zij de kleintjes een' flinke draai om de oren.
De ijsbeer.
Hoog in het barre noorden, waar sneeuw en ijs het hele jaar door de boventoon voeren, woont één van de grootste beren ter wereld, de ijsbeer. Een volwassen mannetje kan een lengte bereiken van een kleine vier meter en een gewicht van 750 kg. Misschien denken jullie wel, dat de ijsbeer de langste „winterslaap" houdt van alle dieren, omdat de winter in het noordpoolgebied wel negen maanden duurt. Maar dat is verkeerd gedacht, want de ijsbeer zoekt in de winter geen schuilplaats, zoals z'n familie in Alaska en Canada. Hij bliijft de hele lange winter aktief, al vriest het 50 graden! Het vrouwtje zoekt wél beschutting tegen de felle kou. Ze trekt een kleine 60 km. landinwaarts en laat zich daar rustig insneeuwen. En in dit natuurlijk gevormde hol, dat helemaal van de koude buitenwereld is afgesloten en waarin de temperatuur gelijk blijft aan haar lichaamswarmte, worden twee of drie jonge beertjes geboren, kaal en blind en hulpeloos. Maar tegen de tijd, dat de lente begint hebben ze een donzige vacht gekregen en komen met moeder mee naar buiten. Wat moeten ze veel leren! Allereerst waar ze bevroren bessen en planten kunnen vinden onder de sneeuw, later laat moeder zien hoe ze muizen en andere kleine dieren kunnen vangen. Het plunderen van vogelnesten gaat de jonge ijsbeertjes heel goed af. Als ze veel later pas met hun moeder terugkeren naar het onherbergzame pakijs leren ze slapende zeehonden besluipen. Als ze anderhalf jaar oud zijn wegen de jonge ijsberen een goede 100 kilo en zijn dan in staat om zelf de wijde wereld in te gaan.
Wit, grijs, bruin of zwart..
De ijsbeer kan geweldig goed zwemmen, maar moet het in snelheid afleggen tegen de zeehond, waarop hij zijn leven lang jacht maakt. Het is ook niet nodig, dat hij zijn prooi in het water achterna zit. Zeehonden brengen immers een groot deel van de dag door met slapen. Weliswaar steken slapende zeehonden iedere acht seconden hun kop op, om de omgeving te verkennen, maar daar houdt de ijsbeer wel degelijk rekening mee. Op het land of liever gezegd, op het ijs ontwikkelt deze beer een snelheid, die je niet verwacht van zo'n groot dier. Haren kussentjes onder zijn voetzolen zorgen er voor, dat hij niet uitglijdt. Natuurlijke vijanden heeft hij niet. Hij komt zelfs onbevreesd de mens tegemoet, in tegenstelling tot zijn familie, die wat zuidelijker woont. Al met al verschilt onze witte vriend op heel wat punten met zijn zwarte, bruine en grijze neef. Maar wat voor kleur hun vacht ook heeft: beren zijn en blijven bijzonder gevaarlijke roofdieren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1974
Daniel | 20 Pagina's