GEEF ONS HEDEN .... .
„Volgens mij staan de gebeden o.a. Geef ons heden ons dagelijks brood in de gebiedende loijs (ter attentie: kenmerk gebiedende wijs is: het kan niet in de verleden tijd worden gezet).
Nu vraag ik mij af of wij, nietige mensen, God kunnen gebieden ons elke dag brood te geven. Immers de gebiedende ivijs houdt een bevel in".
Het is inderdaad zo, dat de beden van „Het Onze Vader" in de imperatief, d.i. in de gebiedende wijs staan.
De vraag, die gesteld wordt, ligt dan ook voor de hand: Kunnen wij God gebieden of bevelen ons elke dag brood te geven? Hebben wij nietige mensen clan iets te eisen? Hebben wij door de zonde niet alle rechten verloren? Er is weleens gezegd: Alles wat wij hebben boven het eeuwig verderf, is verzondigd! En zo is het inderdaad. Maar hoe kan hier dan staan in de gebiedende wijs: Geef! Wij moeten niet vergeten, dat dit gebed een gebed is, dat de Heere Jezus Zijn discipelen, dat is Zijn kinderen geleerd heeft. Het gebed begint met de woorden: Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Daarin ligt begrepen, het ootmoedig geloofsvertrouwen van de bidder, dat God Zijn Vader door Christus geworden is. Zie verklaring van Zondag 4G van de Heidelbergse Catechismus. In dit gebed nadert de ware bidder in alle ootmoedigheid, maar ook met een recht kinderlijk vertrouwen tot Zijn hemelse Vader. Het is, of hij zeggen wil: Gij zijt toch onze Vader en wij zijn toch Uw kinderen? Om Christus' wil hebt u toch beloofd voor ons te zullen zorgen en alle nooddruft naar lichaam en ziel te zullen vervullen? Christus heeft alle geestelijke en eeuwige zegeningen Zijn kerk verworven, maar hen ook een genaderecht verleend op dagelijks brood. Aan dat genaderecht ontleent de bidder de vrijmoedigheid des geloofs om zijn hart uit te storten voor de Vader van alle barmhartigheid, en Hem te vragen: Geef ons heden ons dagelijks brood. En deze gestalte is de Heere welaangenaam. Hij wekt daartoe zelf op in psalm 81, als Hij zegt: Opent uwe mond, eis van Mij vrijmoedig, Op Mijn trouwverbond, al wat u ontbreekt, schenk Ik, zo gij 't smeekt, mild en overvloedig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1974
Daniel | 20 Pagina's