ONTSTAAN EN GROEI VAN RIDDERKERK
Ridderkerk dankt zijn naam aan een waard, w 7 aarin een kerk werd gebouwd, n.1. de Reijerwaard. Hoe die naam is ontstaan, weten we niet precies. Er zijn drie meningen:
1. De eerste bedijker moet een ridder of een rijer zijn geweest;
2. De waard zou vóór het indijken van de Waal, bij grote stormvloeden in het water hebben liggen rijen;
3. De eerste bedijker zou uit het geslacht Riede stammen.
Er is toen ook een kerk gebouwd voor ridder Sint Joris, vandaar de naam Ridderkerk. Sint Joris staat ook op ons Ridderkerks wapen, waar hij de draak verslaat.
In het jaar 1373 vond er een grote ramp plaats. Op 2 februari van dat jaar braken de dijken door bij Bolnes en' Barendrecht. De dijk daar heet nog steeds de Gebroken Meeldijk. Op 2 april 1274 werd door een zekere hertog van Albrecht een besluit vastgesteld. Dat besluit luidde: De dijken van de Reijerwaard moeten opnieuw bedijkt worden. Ook werd vastgesteld dat degenen, die veel schade hadden hun schulden mochten uitstellen, totdat de dijk klaar was. Doch het bouwen van de dijk ging niet erg vlug, want de ambachtsheren hielpen niet mee. Maar eindelijk kwam de dijk toch klaar.
Filips van Bourgondië gaf bij de brief van 3 juni 1429 „De heerlijkheid Ridderkerk in leen aan Roeland van Wtkerke".
Wij willen je even iets vertellen over het bestuur van Ridderkerk van ± 1450—1795. De schout van Ridderkerk was een ambtenaar. Hij was door de ambachtsheer aangesteld voor een onbepaalde tijd. Ook was hij secretaris. Ridderkerk had ook schepenen. Het waren er 7. Zij werden ook door de ambachtsheer aangesteld. Zij mochten 1 jaar schepen blijven. De schepenen moesten voor het recht zorgen, voor de wegen, de straten, maar niet voor de polderwegen. Er was ook een dijkgraaf. Hij werd aangesteld door de ambachtsheer. Er was ook een hoogheemraad. Zij moesten zorgen voor het onderhoud van de sluizen, molens en dijken.
De kerk van Ridderkerk werd bestuurd door een dijkgraaf, de hoogheemraad, de kerkeraad en de dominee. Eén van de schouten van Ridderkerk is geweest Abraham de Roo.
De koster van de kerk was tegelijk voorlezer, voorzanger en schoolmeester. Tevens moest hij iedere werkdag om acht uur 's morgens, om twaalf uur 's middags en om acht uur 's avonds de klok een half kwartier luiden. U denkt misschien wel dat klokken luiden zo gemakkelijk is, maar dit is niet zo.
In Ridderkerk was ook een bode, schutter, roedrager, klapwaker, turftonser, hondeslager en een vroedvrouw.
Wij willen nu iets vertellen over de hondeslager. Hij moest de honden uit de kerk houden, tevens moest hij de kinderen beletten veel lawaai te maken onder de kerkdienst.
Op 16 april 1731 brak in ons dorp brand uit. Er stond een noord-oosten wind. Je weet, dat vroeger de huizen van hout en stro waren. In 2 uur brandden 33 huizen met schuren en keten tot de grond toe af. Een paar slachtoffers vroegen aan de schout of zij een collecte mochten houden voor hen en de anderen. 24 van de 33 woningen stonden in het dorp; 1 aan de Molendijk; 3 aan de Lagen Grasdijk, 1 lantswoning in Oud-Reyerwaard en 4 lantswoningen in Nieuw-Reyerwaard. Het is opmerkelijk hoeveel huizen en boerderijen nu op het dorp staan en aan de Lagendijk. Deze woningen zijn allemaal na de brand gebouwd.
Ridderkerk is thans uitgegroeid tot een dorp van ongeveer 45.000 inwoners.
Gert Romijn en Leen Stok van de j.v. „David en Jonathan". Ridderkerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1974
Daniel | 20 Pagina's