JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

MINISTER WIL MISLEIDING IN REKLAME TEGENGAAN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MINISTER WIL MISLEIDING IN REKLAME TEGENGAAN

4 minuten leestijd

In deze bijlage is reeds ingegaan op de macht van de reklame. Reklame kan misleidend zijn, onbewuste gevoelens oproepen, begeerten opwekken naar produkten en goederen, en idealen exploiteren voor economische doeleinden. In het leven van de christen dient echter niet de macht van de menselijke propaganda, maar het Woord van God het laatste woord te hebben. En juist dit Woord zegt ons „Gij zult niet begeren" en „Kies dan heden wie Gij dienen zult". Dit geldt dan alle levensverbanden, dus ook het vóórleven van deze eis in de samenleving. Deze samenlevingsopdracht brengt ons echter ook bij de vraag of de overheid in dit verband een taak heeft.

De laatste tientallen jaren zijn vanuit de beroepssfeer van de reklamebeoefenaars codes opgesteld om schadelijke gevolgen van de reklame én protesten van de consument tegen te gaan of te voorkomen.

Bij bestudering van deze codes valt het op dat het uitgangspunt steeds weer sterk pragmatisch en weinig principieel is.

Ook het Ministerie van Economische Zaken heeft zich met deze aspecten bezig gehouden. Uit de Memorie van toelichting van de door Minister Lubbers ingediende begroting citeer ik het volgende:

„De consument dient goede informatie te verkrijgen over de prijs, de hoeveelheid, de eigenschappen en andere relevante elementen van de aangeboden goederen of diensten. Hij dient beschermd te worden tegen onveilige produkten en tegen agressieve en misleidende verkoopmethoden".

De Minister is van plan te onderzoeken welke vorm van wetgeving kan worden ontworpen.

Hopelijk komt het kabinet en de volksvertegenwoordiging toe aan een gefundeerde bezinning. Hier is immers meer aan de orde dan de kritiek van marxistisch links tegen die vorm van reklame als uiting van een kapitalistische maatschappij én de liberale (ook wij soms? ) verdediging van deze orde.

Bij het bestuderen van het brede scala van aspecten rond de ethiek van de reklame en de

zedelijke normen kan alleen het Woord van God ons de weg wijzen.

De enige legitieme wijze waarop de mens benaderd wordt en hoe hij de boodschap ontvangt, wijst de Heere ons vanuit Zijn scheppingsorde en geboden'.

Wat vindt de Kamer?

Naar aanleiding van de opmerkingen van Minister Luibbers laten we enkele kamerleden aan het woord. *)

Drs. E. van Thijn (P.v.d.A.)

Ik heb op zich geen bezwaar tegen reklame, mits reklame gebaseerd is op een erecode en garanties biedt tegen verkeerde informatie. Reklame is geen onderdeel van vrijheid van meningsuiting. De overheid moet zorgen dat de gedragsregels van de erecode worden nageleefd. De vraag is of dat dwingend moet worden opgelegd of dat het ook op basis van »gerttleman's agreement kan. De erecode is voor verbetering vatbaar.

Mr. W. Aantjes (A.R.P.)

Ik sta positief tegenover informatieve reklame, negatief indien reklame onvolledig, misleidend, etc. is.

De A.R.P. verzet zich tegen een commerciële manipulatie van de mens als consument, een wetgeving inzake de reklame en de daarbij in zwang zijnde techniek van onbewuste beïnvloeding, zal daartoe noodzakelijk zijn.

Het doet mij genoegen dat de Nederlandse Reklame organisaties het ermee eens zijn dat er een wettelijke regeling gaat komen om de burger te beschermen tegen misleidende reklame.

H. S. Wiegel (V.V.D.)

Als onderdeel van het economisch proces sta ik positief tegenover reklame. Daarnaast ben ik een voorstander van privé en overheidsmaatregelen ter bevordering van het ordelijk economisch verkeer, b.v. het tegengaan van misleidende reklame.

Ds. H. G. Abma (S.G.P.)

Van goede reklame kan goede informatie uitgaan. Vaak wordt nog de suggestie gewekt dat levensgeluk beslist afhankelijk is van materiële voorwaarden en dat roept frustraties op, ik heb dus wel enige reserves.

Als duidelijk zedelijke normen overtreden worden heeft de regering een' taak. Ik zou het echter niet juist vinden als de regering door de reklame in een bepaalde richting te dwingen de bestedingsdrang zou proberen tegen te gaan. Slechte reklame vind ik moreel niet verantwoorde, uitdagende reklame, die sexueel prikkelend bedoeld is. Goede reklame vindt ik reklame voor goede literatuur.

P. Jongeling (G.P.V.)

In het algemeen sta ik positief tegenover reklame.

Het heeft een goede informerende werking op elk gebied, en brengt elk gebied in het oog. Ook maatschappij - gebieden die anders niet bekend worden. Ik ben niet zo hard voor verboden op dit terrein. Er zouden wel voorschriften mogen komen, bijv. t.a.v. sigaretten met een sterk nicotinegehalte. En dat reklame niet bepaalde negatieve factoren verdoezelt in bepaalde gevallen. Goede geridhte propaganda kan de vorm hebben van een advertentie, die inhoudelijk is; geen loze kreten'.


*) ARIADNE, tijdschrift voor marketing, reklame en promotion. 20 september 1973.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1974

Daniel | 22 Pagina's

MINISTER WIL MISLEIDING IN REKLAME TEGENGAAN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1974

Daniel | 22 Pagina's