JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

KERST-VAKANTIE IN CANADA

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERST-VAKANTIE IN CANADA

ONS VERVOLGVERHAAL

6 minuten leestijd

Op de terugweg hadden ze geen woord gezegd. In bed veelden ze pas, hoe mee ze waren en toen moeder hen — na een ekstra dikke nachtzoen — zei, dat ze uit konden slapen', hoorden ze dat niet eens meer. Peter had neg wat teruggemompeld, maar toen Kees' hoofd het kussen raakte sliep hij al.

En nu staan ze samen voor het grote raam van het schitterende uitzicht te genieten. Het uitzicht op de Rocky Mountains, dat machtige gebergte, dat ze alleen maar kenden van foto's en uit de brieven van oom en tante.

Achter hen kraakt de deur. „Goede morgen, jongens, " klinkt een stem. Kees en Peter draaien zich om. „O moeder, wat mooi! Kom eens gauw!" Mevrouw van Zelhem komt tussen haar jongens in staan. Ze slaat om elk van hen een arm. Zonder te spreken bewonderen ze Gods schone schepping. „Daar kan ik de hele dag wel naar kijken, " zegt Kees en hij knuffelt zich clicht tegen moeder aan. „Ik ga vast ook emigreren, net als oom Henk en tante Ank."

„En ik, " zegt Peter, „ik ga naar beneden, want mijn maag rammelt."

Tweede Kerstdag.

Het wordt een rustige tweede Kerstdag. Na de middag gaan ze met hun zessen een fikse wandeling maken. Het huis van oom en tante staat aan de rand van Calgary. De stad is in vieren gedeeld en zij wonen in het gedeelte, dat Bowness heet. Er staan vele soorten huizen. Oude Ierse en Engelse woningen; je ziet er huizen in Duitse stijl en je vindt er ook, die sterk aan Nederland doen denken. Veel huizen hebben een waranda en in praktisch elke tuin staat een levensgrote kerstman, met of zonder slee. Honderden lichtjes en kaarsjes verlichten deze tafereeltjes. Calgary is een echte emigrantenplaats en ieder heeft zijn eigen stijl meegebracht.

Ze passeren de brug over de Bow-River, de „gebogen" rivier. Onder hen kolkt en bruist het water, dat zelfs bij deze strenge kou niet bevroren is. Aan de andere kant van de brug begint de „bush". De prairie strekt zich in golvende heuvels, bedekt met machtige bossen uit tot aan de voet van het imponerende Rotsgebergte. Eerst gaat de weg tamelijk snel omlaag, om dan weer geleidelijk te stijgen. Al gauw komen ze in het beboste gedeelte. De bomen staan roerloos te dromen. Grote plekken zonlicht vallen door de zwaar met sneeuw beladen takken, af en toe ploft er een stuk sneeuw op de grond. Het loopt hier niet gemakkelijk. De sneeuw ligt wel niet erg hoog, maar nu en dan zakken ze toch tot hun knieën in de rulle witte poeder.

Kees en Peter genieten met volle teugen. Plots ontdekken ze een huisje tussen de bomen. Het is bijna vierkant. De smalle zijde is voorzien van een deur en in één van de bredere wanden van het houten gebouwtje bevindt zich een raam.

„Kom eens kijken!" schreeuwen de beide jongens opgewonden en ze rennen er op af. Langzaam volgen de vier grote mensen. „Doe de deur maar open" zegt oom.

„Mag dat dan? Wonen hier dan geen mensen? " vraagt de tweeling verwonderd. Oom Henk lacht. „Nee, kerel. Dit is een z.g. schuilhut, zoals er zo veel in Canada staan. Mensen, die bijvoorbeeld door een onweersbui overvallen worden, of verdwalen, kunnen in zo'n huisje schuilen. De deur is nooit op slot en er is altijd voedsel in deze gebouwtjes aanwezig. Zo'n bui kan heel lang aanhouden, zodat je zelfs wel een nacht in de hut moet doorbrengen. Kom eens mee naar binnen." Oom gaat voor en nieuwsgierig volgen de beide jongens. Ook tante en vader en moeder stappen de drempel over. Met schitterende ogen kijken Kees en Peter rond. Er is een kleine open haard, houtblokken liggen er keurig opgestapeld naast. Er staat een tafel en enkele banken. In de kast staan blikjes levensmiddelen en aan touwtjes hangen stukken gedroogd vlees. Enkele kaarsen en een pakje lucifers liggen op een plank. Aan de wand hangt allerlei gereedschap, een hamer, een zaag, een bijl.

„Er wordt nooit wat gestolen, " vertelt oom Henk. „Regelmatig worden de voorraden gecontroleerd en bijgevuld." „We moeten terug, Henk, " waarschuwt tante Ank. , , 't Is al bij drieën en we kunnen wel op een uurtje rekenen eer we thuis zijn."

Op de terugweg raken de jongens niet uitgepraat over die leuke huisjes en Peter zou er best wel eens een nachtje in door willen brengen. Kees weet wel zeker, dat als hij groot is, hij naar dit land vol verrassingen hoopt te komen, om er voor goed te gaan wonen.

Die avond komt er nog een verrassing. Als ze gaan eten, krijgen ze tot hun grote verwondering een in water gekookte maïskolf op hun bord. Die mag je zomaar met je handen beetpakken en opeten. Een heerlijk sausje is er om in te dopen. De jongens smullen van die vreemde lekkernij. Na de afwas gaat oom achter het orgel zitten. Het ene Kerstvers na het andere wordt gezongen. Om beurten geeft ieder een versje op. Na het „Ere zij God" wil oom Henk ophouden, maar moeder is het er niet mee eens. „Jij hebt alleen maar gespeeld, " zegt ze, „en je gaf geen enkel versje op. Nu moet jij er ook nog één kiezen." Oom Henk behoeft niet lang te verzinnen. „Hij heeft gedacht aan Zijn genade, " zegt hij. Na het slotakkoord kijkt hij op de klok. Peter en Kees begrijpen wat hij daarmee bedoelt. Het is al over negenen en zonder tegenstribbelen gaan ze naar boven. De slaap wil niet zo vlug komen als gisteravond. Zachtjes liggen ze nog wat te praten. „Zullen we samen nog eens naar dat huisje gaan? " fluistert Peter. „Weet jij het dan nog 1e staan? " vraagt zijn broertje. „O ja, vast nog wel, " antwoordt Peter. „Ik weet precies, hoe we gelopen hebben." Kees geeft niet direkt kommentaar. Hij ligt even na te denken. „Goed, " zegt hij, „maar dan moeten we wel vragen of het mag." „Natuurlijk, " beaamt Peter. Enkele ogenblikken later zijn ze in diepe slaap.

De Rocky Mountains.

De dagen vliegen voorbij. Wat geniet de tweeling van deze vakantie in het verre Canada. Ze hebben al heel wat tochtjes gemaakt met en zonder auto. met en zonder vader en oom Henk. Die hebben tussen Kerst en Nieuwjaar nog twee dagen moeten werken.

Op oudejaarsdag zijn ze met z'n allen naar de Rocky Mountains geweest. Wat was dat prachtig! Wat een machtig gebergte als je er zo vlak bij staat! Het strekt zich uit van het noorden van Mexico tot in Alaska. De vele honderden meters hoge rotspieken zijn winter en zomer met sneeuw bedekt. Tussen cle donkere naaldbomen steken grauwe granietwanden omhoog. Tientallen watervallen storten met dreunend geraas naar beneden en geen mens waagt het de ijzige wanden van de rotsen te beklimmen. Beneden aan de voet van deze bergketen beginnen de prairies. Daar vindt je de grote meren vol vis, daar liggen de moerassen en stromen de snelle rivieren. Daar wonen de prairiehonden, de grondeekhoorns en vele andere knaagdieren. En daar leven in de grote meren en plassen de wilde eenden en ganzen, zangvogels en vele hoendersoorten hebben hun nesten gemaakt in het hoge gras.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1974

Daniel | 21 Pagina's

KERST-VAKANTIE IN CANADA

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1974

Daniel | 21 Pagina's