JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE WIJK IN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE WIJK IN

6 minuten leestijd

„Dag Mieke."

„Dag zuster, ben ik niet te vroeg? " Op de stoep van het huis van de wijkverpleegster staat een meisje van een jaar of dertien.

„Nee hoor, kom maar binnen, ik zit al op je te wachten."

Mieke doet haar mantel uit en hangt hem aan de kapstok. Even later zit ze met een bloknote op haar knieën, tegenover de zuster, in een gemakkelijke stoel.

„Begin maar Mieke", moedigt deze aan. „Wat wil je weten? "

Na nog een slokje van haar limonade genomen te hebben, steekt Mieke van wal. Ze moet voor school een verslagje maken over het werk van een wijkverpleegster.

„Hoe laat begint u 's morgens?

Om kwart over acht, half negen. En wat doet u nu het eerst?

Mijn patiënten bezoeken. Soms vijf per dag, soms twee of drie. Het gebeurt ook wel, dat je maar één zieke hebt per morgen.

Komt u wel eens dagelijks bij dezelfde patiënt?

Ja Mieke, er zijn zieke mensen, die je iedere dag moet verzorgen.

Zijn dat altijd erge zieke mensen?

Ja, dagelijkse patiënten zijn meestal ernstige zieken, die je iedere dag, ook de zaterdag en de zondag moet helpen. Het gebeurt ook wel eens, dat je zo'n patiënt 2x per dag bezoekt. Maar dan hebt u nooit een weekend vrij!

Toch wel hoor, wij zijn hier met vijf wijkverpleegsters en doen om beurten weekenddienst.

Als u klaar bent met uw patiënten, gaat u clan naar huis?

Nee, dan gaan we bejaarden bezoeken en moeders met kleuters en baby's. Je hebt ook wel eens een bespreking of een vergadering, die je moet bijwonen.

Maar vergaderingen zijn toch altijd 's avonds?

Dat gaat in ons beroep niet altijd op, Mieke.

Hoe laat begint u 's middags?

Dit ligt aan het buro. Buro? O ja, zuigelingen-en kleuterburo hè? Vertelt u daar eens iets van.

Nou, dan begin ik maar met een zuigelingenburo. Als de baby een week of vier oud is, komt moeder met hem of haar op het buro. Ze heeft dan thuis al bezoek gehad van de wijkverpleegster. Er komen per buro zo'n stuk of twintig baby's. Natuurlijk komen de moeders niet allemaal tegelijk, ieder weet op welke tijd ze op het buro moet zijn. Met wagen en al rijden de moeders hun kindertjes de wachtkamer binnen. Daar laten ze de wagens staan en nemen de baby's mee naar de boxenkamer. Daar worden ze helemaal uitgekleed en door de zuster gewogen en gemeten.

Maar hoe moet je nou een baby meten? Dat kan toch nooit precies?

Toch wel Mieke, we leggen het kindje op de meetlat. Dat is een plank met aan het ene eind een opstaande rand. Op de plank is een centimeterverdeling aange-

bracht. Het babytje wordt met het hoofdje tegen die opstaande rand aangelegd en de moeder houdt het hoofdje vast. Dan strekt de zuster het kindje door heel voorzichtig op de knietjes te drukken. Aan het „voeteneind" van die plank zit een verschuifbaar plankje. Dat duwt ze tegen de voetjes en kan zo aflezen hoe lang het is.

En wat dan?

Dan gaat het babytje naar de dokter. Die onderzoekt dat kleine mensje heel nauwkeurig. Op een kaart, waar de naam van het kindje staat, wordt aangetekend hoeveel het weegt, hoe lang het is en welke voeding het hebben mag.

Hoe vaak moeten die moeders nou komen?

Om de vier weken, Mieke. Als de baby's een half jaar zijn, roepen we ze na zes weken op. En als ze één jaar zijn dan komen ze op het kleuterburo. Is een kleuterburo net zo?

Ja, ongeveer wel. Kleutertjes komen zo eens in het half jaar bij ons.

Hebt u wel eens iets leuks meegemaakt?

Nou, daar vraag je me zoiets. Even denken. O ja, zet je maar schrap. Ik zal het langzaam vertellen, anders kun je het niet bijhouden.

Op een dag — het zuigelingenburo was net afgelopen — zei de dokter me, dat ik in de loop van de week eens naar een babytje moest gaan kijken. Het kindje werd door pleegouders opgevoed, omdat de eigen moeder het niet kon. Die had het zo druk met haar andere kindertjes (ze had er 14), dat dit kleintje voorlopig bij haar zuster was. Ik vond het maar vreemd hoor Mieke. dat een moeder haar eigen kindje niet kon verzorgen, maar je hoort wel eens meer van die vreemde dingen. Twee dagen later ging ik naar het adres, dat de dokter me had opgegeven. Een mevrouw deed open en ik stelde me voor en zei, dat ik naar de baby kwam kijken. Die mevrouw begon te lachen en liet me binnen. Ze ging me voor naar de kamer en o, Mieke, wat moest ik lachen. Inplaats van een wiegje met een babytje, zag ik een kistje staan met... een heel, heel klein biggetje erin. Een varkentje dat door zijn moeder verstoten was en nu door die mevrouw werd opgevoed met de fles. Een fles met een babyvoeding, voorgeschreven door de dokter. Mieke, wat had die man me beetgenomen. Maar ik zon op wraak. Wat hebt u toen gedaan?

Wel, twee maanden later — het biggetje was al groot geworden en liep die mevrouw als een hondje achterna — had ik de dokter te pakken. Het zuigelingenburo was afgelopen en de dokter dacht, dat hij klaar was. „Vindt u het erg dokter, " vroeg ik, „maar er is nog één mevrouw, wilt u haar nog even helpen? "

„Ja hoor, laat ze maar binnenkomen." Daar deed ik de deur open en riep: „Mevrouw B. de dokter verwacht u!" Achter een heel oude kinderwagen, die we in het magazijn hadden staan, kwam mevrouw B. binnen. En in die wagen stond het varkentje. Het wou niet gaan liggen, maar stond op z'n vier stevige pootjes te knorren van jewelste.

De dokter zat even perplex. Hij was het hele geval vergeten, denk ik. Maar hij herstelde zich vlug. Knorretje, zo heette het diertje, werd net als alle baby's nauwkeurig nagekeken. De stethoscoop kwam er aan te pas, hij werd beklopt en beluisterd. En met een ernstig gezicht vulde de dokter een kaart voor hem in. Gewicht, lengte en voeding, alles werd opgeschreven. Hij kreeg ook een zalfje voorgeschreven, omdat hij zo'n ruw huidje had.

Wat is dat leuk, zuster, ik zou best eens op een zuigelingenburo willen komen. Dat kan hoor Mieke. Als je a.s. woensdag kunt, kom je maar naar het wijkgebouw. Maar dat biggetje is een varken geworden hoor. Dat komt echt niet meer op het buro."

De zuster is opgestaan en Mieke berg!; met een zucht van voldoening haar papier en potlood in haar tas. Ze geeft de zuster een hand en bedankt haar voor alles, wat ze verteld heeft.

„Ik vind het een mooi beroep zuster, als ik mijn MAVO-diploma heb gehaald ga ik vast voor verpleegster leren."

„Fijn Mieke, dan worden we bij leven en welzijn nog collega's."

„Dag zuster, nog heel hartelijk bedankt!"

„Dag Mieke."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1974

Daniel | 21 Pagina's

DE WIJK IN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1974

Daniel | 21 Pagina's