WIJZE WOORDEN
Iemand vroeg eens aan een oude man, een kind des Hoeren, waarom hij 's avonds zo moe was. „Wel", zei hij „ik heb het helaas zo druk iedere dag, want ik moet
twee valken trainen,
twee hazen bewaken, dat ze niet wegvluchten,
twee haviken hun roofzucht afleren,
een slang in toom houden, een leeuw temmen, een zieke oppassen." *
„Wel", zei zijn vriend, „nu jok je, want dat kan niemand op één dag."
„Toch niet", antwoordde cle oude man, „wat ik zeg is de zuivere waarheid, want
de valken zijn mijn ogen, die ik voortdurend moet oefenen', opdat ze zich richten naar dingen, die mij niet in het ongeluk storten.
De twee hazen zijn mijn voeten, die ik moet dwingen te gaan op het rechte pad.
De twee haviken zijn mijn twee handen, waarmee ik nuttig moet leren werken om mijzelf te onderhouden en hen te steunen, die in nood verkeren.
De slang is mijn tong, die ik moet intomen, opdat hij geen kwaad spreekt van mijn naaste.
De leeuw is mijn hart, waarmee ik steeds in strijd ben, omdat het niet van genade wil leven. De zieke man is mijn gehele lichaam, waarop ik altijd passen moet om tot Gods eer te handelen en te wandelen."
Dat waren wijze woorden vandie oude man.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 december 1973
Daniel | 24 Pagina's