JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

GEGROND VERTROUWEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEGROND VERTROUWEN

12 minuten leestijd

Spanningen overal

Wat zolang reecis gevreesd werd, kwam dezer dagen gevaarlijk dichtbij. Wij bedoelen een derde wereldoorlog. Dan doemen voor ons oog weer de schrikbeelden van ellende op, uit de nog zo kort achterliggende tweede grote oorlog. De beelden van vreemde soldaten; het wegvoeren van onze mannen, vaders en zonen over de grenzen. Ket onnoemelijk leed van de concentratiekampen, razzia's en berichten over verzetstrijders, die het leven lieten voor het vuurpeloton. Het spoor van dood en verderf, dat bombardementen achterlieten. En voeg dan nog toe de nijpende hongerwinter, waarin moeders met kinderen en ouden van dagen langs eenzame wegen bezweken in de armen van de kille dood.

Wij dachten terug aan die jaren 1S40—'45 en dezelfde angstige spanning rees weer op, nog veel sterker dan die de mensen in die dagen beheerste.

Het Midden-Oosten opnieuw in brand! Het oude bondsvolk Israël weer dodelijk bedreigd door de vijandige Arabische staten! En achter deze fel oplaaiende strijd de beide grootmachten Amerika en Rusland. Even leek het of de dreiging een werkelijke konfrontatie van de supermogen dhe den zou gaan worden. Rusland immers besloot — desnoods eenzijdig — een troepenmacht naar het Midden-Oosten te zonden om de wapenstilstand af te dwingen. En Amerika seinde terug: „Wij staan niet toe, dat één der grote mogendheden troepen naar het strijdtoneel zendt". De spanning werd voelbaar toen Amerikaanse strijdkrachten, op bases over de hele wereld in staat van paraatheid werden gebracht !

Een wereld vol angst

Is het wonder dat er dan gedachten door ons heen gaan: Zal dit het einde betekenen? Welke eilende gaat de Heere over deze aarde brengen wegens de hardheid en onbekeerlijkheid des harten?

We moeten de laatste tijd veel denken aan Jezus' woorden in Lukas 21 : 25 en 26: En er zullen te-

kenen zijn in de zon, en maan, en sterren (en die zijn er in deze eeuw van ruimtevaart, maanvluchten en ruimtestations!) en op de aarde benauwdheid der volken met twijfelmoedigheid, als de zee en watergolven groot geluid zullen geven." En hoe worden de volken en zee momenteel beroerd! Gist en bruist de revolutiegeest niet van volk tot volk? Let slechts op Z.O.-Azië (Vietnam, Cambodja), Z.-Amerika (Chili), Afrika (Angola), Engeland (N.-Ierland), naast de aanhoudende beroering in het M. Oosten. Een groot geluid als van watergolven.

We signaleren slechts wat buiten onze grenzen plaatsgrijpt en daar nog in zekere zin beperkt is. Intussen is wel duidelijk bij de opvlammende strijd rond Israël dat één vonk in het kruitvat de wereldbrand kan doen uitbreken. „En des mensen hart zal bezwijken van vrees en verwachting der dingen, die het aardrijk zullen overkomen."

Zeker, we komen ogenschijnlijk veel onverschilligheid tegen. Er breekt zich een mentaliteit baan, die spot met angst voor cle toekomst en hoogstens besluit met: „Na ons de zondvloed." Er is ook een geestesgesteldheid onder cle jongeren merkbaar, die de ineenstorting van onze maatschappij met zijn (nog) bindende strukturen als een voorwaarde ziet voor de stichting van de „vrije wereld", los van wetten, normen en zeden. De mens der zonde wil zich eindelijk in vrijheid (? ) uitleven!

Kijk, al deze symptomen van zedelijke verwording, van dekadentie der maatschappij, van geestelijke ontwrichting van orde en zede, hetzij individueel, of in huwelijks-en gezinsleven of in de gehele samenleving, vervult ons hart met angst. Een angst, die we toch bij nadere analyse bij elk mens aantreffen. We leven eigenlijk in een wereld van de angst. Is het juist om te zeggen, dat de handelingen van al die miljoenen mensen in hun kleine of in hun wijdere kring worden ingegevtn door de angst voor iemand of voor iets, voor het vage, het onbekende, het onbestemde, dat ons drukt, ons dreigt, ons benauwt met het oog op het toekomende?

Gaan we te ver, als we beweren, dat de atmosfeer, die we inademen, gevuld is met angst en met wantrouwen, zelfs in kerkelijke kringen, soms onder hen die tot hetzelfde huis behoren?

Oorzaken van de krisissituatie

Intussen zijn de oorzaken van deze angst legio. We noemen er slechts enkele:

Men is bang voor oorlog en zijn vreselijke gevolgen van lijden en vernietiging.

Men is bang voor ziekten, die het lichaam verwoesten en de sterksten grafwaarts slepen.

Men is bang voor de ouderdom met zijn gebreken, die hem of haar een afhankelijk schepsel maakt.

Men is bang voor werkloosheid, die van weelde en overdaad ons tot armoede voert.

Men is bang zijn bezit te verliezen, want dat is de grond waarop men zijn bestaan gebouwd heeft.

Men is bang om te sterven, omdat men onwetend is over het hiernamaals of omdat men weet God te moeten ontmoeten.

Men is zelfs bang om te leven, zó somber en onzeker schijnt de toekomst.

U wilt niet laf genoemd worden en toch bent U bang! De moedigsten zijn bang; alle mensen zijn bang, en ze hebben gelijk. Hun vrees is helaas gegrond en wordt gestaafd door onomstotelijke feiten.

Vinden we niet van deze angst het beste bewijs in de talloze verzekeringen, die de mensen afsluiten, om zich ten uiterste tegen ramp en onheil te behoeden?

We zijn in deze tijd van middelen, zo „middellijk" geworden, dat we geen Middelaar meer nodig hebben, geen God meer behoeven, Die wil dat alle middelen — in waarachtig geloof — tot Zijn eer worden aangewend. Overigens, wat kan de mens in de hand houden in deze moderne eeuw van de stoutste vlucht in wetenschap en techniek? Betekent niet de „bevolkingsexplosie", dat er elke dag 200.000 monden meer gevoed moeten worden, of wel 75 miljoen per jaar. Bedenk dat reeds een half miljard mensen langzaam de hongerdood sterft; nog een miljard is ondervoed.

En wie beteugelt de toenemende geweldpleging, zoals onlangs een wereldvermaard woordvoerder het onder woorden bracht: „Ondanks de materiële vooruitgang heeft het menselijk leven nog nooit een groter gevoel van onzekerheid gehad dan het heden ten

dage ondervindt. Er is een hoogst ernstige krisissituatie in de golf van misdaad en terreur over de gehele wereld."

Trouwens, hoe veilig voelt U zich — en uw gezinsleden thuis — op straat, op school?

Beklemt U ook de luchtvervuiling, die in stad na stad het krisisstadium nadert? En dat al het water op aarde — oceanen, meren en rivieren — steeds meer verontreinigd wordt?

Hartkwalen veroorzaken met name in de Verenigde Staten ieder jaar meer dan de helft van het aantal sterfgevallen. Kanker, geestesziekten, geslachtsziekten, malaria e.d. hebben epidemische proporties aangenomen. Daar is reden voor angst! „En des mensen hart zal bezwijken van vrees en verwachting der dingen, die het aardrijk zullen overkomen."

Eigenlijke oorzaak: de zonde

De wereld zit in angst, omdat ze in de zonde leeft! En satan, als cle overste der wereld, heeft grote macht, wetende dat hij nog een kleine tijd heeft.

De zonde is de diepste oorzaak van al ons lijden, van al onze vrees. We zijn bang, omdat de bezoldiging (het loon of de uitbetaling) van de zonde de dood is. „Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van de Heere God, in het midden van het geboomte des hofs." En zij vreesden en zij verborgen zich!

Het is noodzakelijk, dat de stern des Heeren ons krachtdadig roept uit de duisternis der zonde tot Zijn Goddelijk licht. Het is de kracht van Gods Geesc, om de zondaar, de zondares in alle nood, schuld en ellende — en daarom angst — naar God toe te trekken. Daar is de plaats — aan Zijn voeten — om al onze bange vrees uit te schreien. Hoe somber het in ons hart ook gesteld is, hoe donker zich ook de toekomst aftekent: er is nog plaats bij God: „Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen."

Hoort maar tot welk een heerlijke geloofsbelijdenis de Heilige Geest de dichter van Psalm 91 voert: „Ik zal tot de Heere zeggen: Mijn Toevlucht en mijn Burg! mijn God, op Welken ik vertrouw." Lees deze psalm en de Allerhoogste is nog machtig om cle kracht daarvan in onze ziel te doen ervaren. En wanneer wij clan ook een geestelijk verlicht oog ontvangen, dan gaan we de tekenen der tijden onderscheiden: de toekomst des Heer en genaakt!

Dan moet deze vermaterialiseerde wereld, gelijk als in de dagen van Noach en in die van Lot zich rijp maken voor het oordeel. Dwars door de ontwrichting en verwording heen — waarbij de Allerhoogste in grote lankmoedigheid toch zo lang verdraagt — gaat de goddeloze en onboetvaardige wereld haar ondergang tegemoet.

God, de rechtvaardige Rechter gaat Zich verheerlijken en de kerk des Heeren, allen die Zijn Naam ootmoedig vrezen, zullen zich in Hem verblijden vanwege Zijn oordelen.

Daarom krijgt de roepstem van het Evangelie te meer kracht en klem: Strijdt om in te gaan door de enge poort." (Luk. 13 : 24a) en „Strijd de goede strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen." (1 Tim. 6 : 12). En „Gezegend zij de Heere, mijn Rotssteen, Die mijn handen onderwijst ten strijde, mijn vingers ten oorlog." (psalm 144 : 1).

De Heere Jezus heeft in Zijn testament voor die strijdende kerk op aarde beschreven: In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen." (Joh. 16 : 33b).

Toch nog moed?

Beste vrienden, ik wijs jullie op dit Woord. Door cle genade Gods toegepast aan onze harten zal dit woord alleen sterken in de levensroeping in deze wereld, waar God ons dan ook plaatst.

Dat zal behoeden voor een fatalistische instelling op de toekomstverwachting. Onder smaad en verachting van de wereld zullen we gaan verstaan, dat de Heere Jezus dit aan Zijn Kerk voorzegd heeft: „In de wereld zult gij verdrukking hebben." Daarbij wordt een woord gebruikt, dat drukken, in elkaar drukken, neerdrukken betekent. Dus een gevoel van beklemming en benauwdheid weergeeft.

Kohlbrügge zegt: „Ge moet in de wereld door een smalle bergengte trekken, waar ge haast niet doorheen kunt komen. Men zal u van alle kanten insluiten. Omdat ge Mijn Naam draagt, zal de wereld u nauwelijks zoveel ruimte laten, dat gij kunt leven en ademhalen. Telkens weer zal men u neer-

drukken en beangstigen. De wereld zal met heel het drukkend gewicht van haar heerschappij zich op u werpen om u te verpletteren. Zij zal u geen ruimte noch uitweg laten. Liefde, gastvrijheid en hulp zult gij in de wereld niet vinden; niemand zal medelijden met u hebben in uw nood, niemand zal u barmhartigheid bewijzen in uw verlegenheid. De wereld heeft het hare lief en zal u haten, juist omdat gij niet van de wereld zijt en Ik u heb uitverkoren uit de wereld.

De wereld wil de rechtvaardigen Gods uit haar midden weg hebben; daarom drijft zij hen zo in het nauw, en verdringt en drukt hen van ai'.e kanten en heeft allerlei listen bij de hand om hen zulke mensen te doen schijnen, die niet waard zijn, dat de aarde hen langer draagt. Nu zijn de verlosten' des Heeren toch ook mensen evenals de anderen met menselijke behoeften. Al zijn zij erfgenamen van cle hemel, zij moeten toch ook in hun vreemdelingschap op aarde brood en water hebben en wat dies meer zij; zij moeten toch ook rond kunnen komen. Maar inplaats hiervan verkrijgen zij echter hier niets clan angst en nood. De wereld wil hun wel alles geven, als zij dan ook maar met de ongerechtigheid van de wereld mee willen doen. Dat kunnen zij echter niet en zij willen het ook niet, want zij hebben de gerechtigheid en de heerlijkheid lieigekregen".

Daarom zullen zij in deze wereld veel kwaden en benauwdheden zien. Maar blijft het hierbij? O neen! het schijnt wel alsof de wereld onbeweeglijk vaststaat, of er geen vergelding komt, of zij van geen vallen weet.

Dit meende ook Asaf in Psalm 73: „Ziet, dezen zijn goddeloos; nochtans hebben zij rust in de wereld; zij vermenigvuldigen het vermogen. En ik ben de gan - se dag geplaagd, en mijn straffing is er alle morgens. Ik heb gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen".

Een vast vertrouwen

En toch heeft God een heiligdom voor cle Zijnen geopend, en op Zijn tijd leidt Hij hen daarin. Als wij dit heiligdom mogen binnengaan hebben wij allerlei troost. We zien het einde der gccldelozen; zelf worden we een groot beest bij God. Maar zulken geeft Hij goede moed en vertrouwen: Gij hebt mijn rechterhand gevat. Gij zult mij leiden door Uw raad. Tegenover alle benauwdheid, duizend zorgen en doden staat dan het „nochtans" des geloofs. „Maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen!" In dat heiligdom Gods, in de wapenkamer van Zijn trouw en onfeilbare beloften ligt dat woordje „nochtans", dat „maar" des geloofs. Wanneer wij dat in ons hart in onze hand mogen ontvangen, dan moeten wereld, duivel, zonde en dood ons van het lijf blijven, dan zal geen angst ons in het nauw meer brengen.

Daar zet God ons in de ruimte, opent eeuwigheidsperspektief, schenkt toekomtsverwachting. Vanuit die christelijke hoop, met dat kinderlijk vertrouwen, in dat oprechte geloof, door d.c liefde werkzaam, doe de Heere ons leven. Tegen al de tegenwoordige en toekomende dingen, overheden en machten, tegen dood en leven, hoogten en diepten zal dit „nochtans" van God, het „nochtans" van het geloof beproefd blijken.

Kohlbrügge zegt: „Neemt het daarom mee op uw pelgrimsreis en laat het uw psalm blijven in de nacht en in de angst, die gij in de wereld hebt!"

Laat ons in deze zaligmakende genade Gods onderwezen worden en alzo „de Goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven in deze tegenwoordige wereld. Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker Jezus Christus." Welgelukzalig, wiens hart met dit vertrouwen en verlangen mag vervuld worden. Die zal het hoofd uit de verdrukking opheffen wetende dat de verlossing nabij is. Die zegt: „Kom, Heere Jezus, kom haastelijk!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1973

Daniel | 24 Pagina's

GEGROND VERTROUWEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1973

Daniel | 24 Pagina's