NOOD-LANDING OP GROENLAND
ONS VERVOLGVERHAAL (3)
Ze zijn uitgezonden door de regering van hun land en hopen over vijf weken weer naar huis terug te gaan. Gister is het bevoorradingsvliegtuigje geweest en hebben ze de post van thuis in ontvangst genomen. Dat toestel komt eens in de drie weken proviand en post brengen. Voorlopig zullen ze dus niemand zien in dit oord van sneeuw en ijs. Regelmatig horen ze de grote vliegtuigen overkomen op weg naar en van Canada. De meeste toestellen doen het vliegveld Söndre Strömfjord aan.
De wind huilt om de barak en de mannen zijn blij, dat ze er niet meer uit hoeven. De honden hebben hun voedsel gehad en liggen aan de windvrije kant van de barak onder een afdak, dicht tegen elkaar aan te slapen.
„Sven; koffie!”
De man, die zo ijverig aan het timmeren is legt zijn werk neer en komt naar de tafel toe.
„Wat een weer, hè? " zegt hij, behaaglijk, van het bruine vocht slurpend. „Je zou nog geen hond naar buiten sturen. De barometer staat op storm, zie je wel? Over een minuut of tien moet het toestel naar Canada overkomen. Als je aan het tweede bakje begint, waarschuw je wel hè? Ik ga nog wat werken."
Kerstliederen in de lucht.
Hoog boven het geweld van de sneeuwstorm, die het gehele noordelijk halfrond teistert vliegt de D.C. 8 rustig naar zijn doel. Zojuist is IJsland gepasseerd en vanaf de verkeerstoren op het vliegveld Kevjavik is hen een goede reis gewenst en gezegende Kerstdagen. Via de boordradio heeft de piloot de boodschap overgebracht aan de passagiers.
Kees en Peter kijken elkaar aan. Wonderlijk toch. Ze zijn de avond vóór de eerste Kerstdag opgestegen en ze moeten een goede tien uren vliegen en toch zullen ze in de late Kerstnacht zo om een uur of drie aankomen in Canada.
Vader heeft hen uitgelegd, dat ze zo'n 6 a 7 uur invliegen. Dus dat ze eigenlijk de tijd inhalen. De gezagvoerder deelt nog mee, dat het nog een goede drie uren vliegen is naar Söndre Strömfjord. Daar zullen ze landen, en tanken.
Zacht speelt de boordradio Kerstmuziek. Peter en Kees zingen neuriënd mee.
„Geen wiegje als rustplaats, maar een kribb' was 't weleer".
Dat Kerstversje heeft Luther gemaakt. Even gaan hun ogen naar het kleine wiegje schuin boven hun hoofd. „Dat kindje heeft wel een wiegje", denkt Peter. De Heere Jezus niet, Die werd in een voerbak gelegd, waaruit de beesten eten. Hij, der heem'len Opperheer werd geboren in een stal. Heel zachtjes zingt hij het volgende versje mee. Een versje, dat gaat over een kindje, dat de kribbe gaat zoeken maar niet weet hoe en waar het zoeken moet. Hoor:
„Maar de kribbe staat niet meer in de stal van Bethlehem, zoekt mijn oog thans naar de Heer', nergens, nergens vind ik Hem.
Maar dat kind krijgt een antwoord, luister maar:
Richt naar boven dan je oog daar, daar woont Gods lieve Zoon, hef je hart tot Hem omhoog en kniel neder voor Zijn troon".
Peter geeft zijn broertje een duw. „Fijn hè deze reis".
Kees knikt alleen maar. 't Is zo'n wonderlijk gevoel, zo hoog in de lucht Kerstliederen te zin
„Dames en heren!"
Abrupt wordt het Kerstversje afgebroken. De rustige stem van de gezagvoerder vertelt de luchtreizigers, dat ze eerder zullen landen, dan verwacht was. De stewardess zal u vertellen, wat u doen moet en ik verzoek u vriendelijk haar orders op te volgen. Dank u wel". Het blijft na deze woorden een ogenblikje heel stil in de passagiersruimte. Even daarna klinken echter verscheide-
stemmen dooréén. „Eerder landen? " „Waarom? " „Gaan ze soms terug naar IJsland? " „Of zouden ze sneller gaan vliegen? " „En waarom zegt de gezagvoerder, dat ze moeten doen wat de stewardess hen zal opdragen? " „Is er soms wat met het vliegtuig? "
Peter en Kees zijn heel erg geschrokken. Angstig kijken ze naar vader en moeder. Vader knikt hen geruststellend toe, maar zijn gezicht staat strak. En moeder bijt telkens op haar lip. Van het blijde van daarstraks is niets meer over.
Hun hart klopt in hun keel. Kees' lippen zijn zo droog en hij moet alsmaar heel diep zuchten. Maar daar klinkt plotseling de opgewekte stem van één van de stewardessen: „Maakt u zich maar niet angstig hoor. Er is iets niet helemaal in orde met de benzineleiding van het vliegtuig. Het is beter, dat we niet op Söndre Strömfjord landen, maar wat eerder. We hebben radiokontakt met dat vliegveld en ons is aangeraden te landen bij het proefstation van de Deense regering. Er landt daar iedere maand een vliegtuig, om de mannen, die daar werken van proviand en van post te voorzien. Volgt u onze aanwijzingen nauwkeurig op en maakt u zich niet ongerust".
Niemand spreekt een woord. De moeder van het babytje kijkt met tranen in de ogen naar het kleine wiegje aan het rek. Kees en Peter halen echter opgewekt adem. Gelukkig, je kunt daar ook landen. Vader heeft een rimpel in zijn voorhoofd. Landen bij dat proefstation? Hoe lang is daar de landingsbaan? Dat vliegtuig, dat elke maand voedsel en post brengt, wat zou dat voor een toestel zijn? Toch zeker geen D.C. 8, die een lange baan nodig heeft om veilig aan de grond te komen. Mevrouw van Zelhem stoot hem zachtjes aan. Vader legt even zijn hand geruststellend op haar arm en geeft een bemoedigend klopje. Hij zegt niet wat hij vreest. Hij heeft dikwijls gevlogen en weet heel goed of hij zich ongerust moet maken of niet. En nu is hij niet alleen ongerust maar ook bang. „Heere, Gij zijt toch almachtig. Gij kunt toch wonderen doen. Wilt U ons veilig doen landen."
Spanning in de cockpit.
In de cockpit is de spanning voelbaar. Onrustbarend snel zakt het benzinepeil. Er moet ergens een lek zijn, maar waar? De eerste piloot heeft de besturing overgenomen. Hij heeft geen oog van het instrumentenbord af. De navigator berekent razendsnel hoe lang ze nog moeten vliegen voor ze boven de landingsbaan bij het proefstation zullen zijn. „Nog tien minuten, " zegt hij kort. „Als we niet meer benzine kwijtraken dan tot nu toe, hebben we nog voor een half uur brandstof in de tanks, " voegt hij er aan toe. „Dat wordt rondjes draaien, " flitst het door het hoofd van de tweede piloot. „En dat bij dit weer." En zijn ogen gaan naar de barometer, die op storm staat.
De oproep.
„Hallo, hier vliegveld Söndre Strömfjord, hoort u mij? Over!", klinkt plotseling een duidelijke stem uit het ontvangapparaat in de barak. De drie mannen, die zojuist aan hun tweede kopje koffie zijn begonnen, kijken verbaasd naar het toestel. Sven, die er het dichtst bij zit drukt vliegensvlug de knop op zenden. „Hallo, hier proefstation Olaf. Over!"
En dan volgt de verontrustende tijding over de in nood zijnde D.C. 8. De piloot zal proberen zijn toestel
te doen landen op het vlakke stuk ijs bij de barak. Over goed tien minuten kunt u het verwachten. Het zal echter niet direkt landen, maar al rondjes draaiend, zoveel benzine zien kwijt te raken, dat de kans op brand zo gering mogelijk wordt. Wilt u windrichting en de kracht van de storm nauwkeurig opgeven? En de lengte van de baan uitzetten met magnesiumfakkels? Ook enkele sleden gereed houden! Er zijn 134 passagiers en 6 bemanningsleden. Over."
Sven, de vinger al op de knop antwoordt onmiddellijk: „Begrepen, Over!"
Flinke kerels.
In de cockpit heeft men het gesprek gevolgd. De eerste piloot knikt kort met het hoofd. „Flinke kerels daar, " zegt hij. „Zeuren tenminste niet of het toch niet beter is dat we doorvliegen naar Söndre Strömfjord."
Op weg naar de landingsbaan.
De deur van de barak slaat met een klap achter Hakon en Niels dicht. Dik ingepakt, voorovergebogen tegen cle sneeuwstorm in lopen cle beide mannen naar de achterkant van het gebouw. Daaronder een afdak slapen de honden. De dieren zijn direkt wakker en laten zich gewillig voor de sleden spannen, die Hako en Niels al gereed hebben gezet. Onder d.e zware dekzeilen liggen dekens, verbandmiddelen en twee brandblusapparaten. Bovenop, zo voor het pakken liggen de magnesiumfakkels. Huilend giert cle wind om de barak en als ze vanachter het plompe gebouw vandaan komen, wordt de adem van mens en dier bijna afgesneden door het geweld van de storm. Ze zijn nog maar nauwelijks enkele tientallen meters gevorderd of ze horen boven hei geluid van cle tot orkaankracht aangewakkerde wind uit, de motoren van het in nood zijnde vliegtuig. Met verdubbelde inspanning haasten ze zich, ieder een sterke staaflantaarn in de hand, door het donker voorwaarts
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1973
Daniel | 24 Pagina's