DE VUURTOREN IN WESTER SCHOUWEN
In 't koogseizoen bezien de vreemdelingen hem als een teken dat hen wenkt naar 't strand; van ver al zichtbaar aan rood-witte ringen, fel kleurend tegen duingewas en zand.
Hij slaat daar cl Is een vreemde boom geplant, als baken neergezet lyoor schepelingen, als trotse grenspaal tussen zee en land; geen storm vermag hem van zijn plaats te dringen.
En als de zon haar dagtaak heeft gedaan, zwaait hij zijn helder licht naar alle zijden, als brede zeisen over bos en weiden.
De lange nacht blijft hij zo lichtend staan. Zijn stralen blijven door het duister glijden, totdat de laatste sier is uitgegaan.
Hij is een teken van het Woord des Heeren, dat lichtend door de dor.kre wereld gaat. om, divalenden naar 't goede spoor te keren; opdat hun bark niet plots te pletter slaat.
Geen blinde klip of zandbank kunnen deren, wanneer de stuurman zich op 't licht verlaat; dan zal hij 't schip behouden kunnen meren, zijn meesters goed, in ongedeerde staat.
O, hemels Licht, laat voor de schepelingen, die koersen op een zwarte oceaan, Uw schijnscil door het dikke duister dringen.
Dat geeft weer moed en troost om voort te gaan, wel zeeziek soms van al die slingeringen, maar met een wenkend licht aan 't eind der baan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 oktober 1973
Daniel | 20 Pagina's