NOODLANDING OP GROENLAND
Het is koud. Een gure noordooster blaast over het grote vliegveld. Duizenden sneeuwvlokjes voor zich uitjagend, stormt hij recht op de verkeerstoren ai. Hij giert langs de grote schuinstaande ramen c-n probeert clie vlokjes er op vast te plakken. Boos, omdat het niet wil lukken' stoot hij tegen de deuren van de hangars waarin cle vliegtuigen veilig geborgen staan tegen het geweld van de storm. Woest giert de wind over en om het platform, waarop bij mooi v/eer honderden mensen wandelen en de vliegtuigen zien komen en gaan. Precies in de luwte van enkele hangars staat een groot verkeersvliegtuig. Ha, als de nijdige wind het toestel in de gaten' krijgt, stuift hij er suizend op af. Maar hoe hij ook probeert die grote vogel om te blazen, hoe hij ook tracht tegen het vliegtuig op te botsen, hij kan er net niet bij en de dwarrelende sneeuwvlokjes suizelen allemaal langs de zilveren D.C. 8 heen. Woedend giert de wind: „Wacht maar, als je straks vertrekken gaat! Wacht maar, als je weg gaat! Dan moet je fijn uit je hoekje komen en dan zal ik je!"
In de verkeerstoren
In de verkeerstoren is het rustig. Twee mannen zitten achter hun tafels berekeningen te maken cp grote vellen papier. Ze hebben hun koptelefoons even afgezet en kijken af en toe eens naar buiten, waar diep onder hen de sneeuw voorbij de lichten van de startbanen stuift. Behagelijk slurpen ze van de dampende koffie, die zojuist is binnengebracht. 't Is niet druk in de lucht. De eerste uren zal er geen vliegtuig „binnen'gepraat" behoeven te worden. En pas over een goed u.ur zal het grote toestel, dat nu nog veilig beschut in z'n hoekje staat, vertrekken. Na.u Canada.
„’t Is bar weer geworden, Jaap, " zegt één van cle mannen. „Kijk de sneeuw eens vcorbijstuivon, brrr." En met een blik op de grote barometer, die vlak bij hen hangt: , .En 't wordt nog erger, zo te zien. 'k Ben blij, dat ik de lucht niet in hoef cn jij? " Jaap knikt: „Calgary moet over een goed uur vertrekken. Ik wens het een goede reis en een behouden landing."
In de vertrekhal
Het is druk in de ruime vertrekhal van het vliegveld. Druk en warm. Een geroezemoes van stemmen, een gerinkel van kopjes en af en toe een metalige stem door cle luidsprekers. Overal op de grond koffers en tassen. In een hoekje, stijf tegen elkaar, zitten twee jongens weggezakt in een grote zwartleren bank. Hun ogen blinken van verwachting. In de ene hand houden ze hun tas vast, die met een riem om hun schouder hangt. Do andere hand omklemt een flesje limonade met een rietje. Maar ze vergeten te drinken zoveel is er te zien. O, kijk eens een mevrouw met een' babyt.'je op haar arm. Zou die ook meegaan in hun vliegtuig? Of zou ze alleen maar iemand wegbrengen? Ze komen ogen te kort, die beide jongens. Samen met hun vader en moeder gaan ze de Kerstvakantie in Canada doorbrengen. Naar een oom en tante. Vader moet voor zaken naar Lethbridge en omdat, de Kerstdagen zo gunstig vallen, heeft hij er meteen maar een kleine vakantie van gemaakt. Het is hun eerste vliegreis. Vader heeft al zo vaak gevlogen en voor moeder is het ook niet de eerste keer. Wekenlang hebben ze het over deze grote reis gehad. De meester heeft de wereldkaart voor de klas gehangen en gewezen hoe ze vliegen zullen. Via Groenland naar Canada, dus een Noorcipooivlucht. En nu is het zover. Vader is nog een paar papieren gaan halen en moeder drinkt even een kopje koffie aan de andere kant van de hal. Kees knijpt zijn broertje in zijn arm. „Peter, kijk, " wijst hij. Op een groot bord verspringen razendsnel letters en cijfers. Ze bibberen en trillen en lijken wel over elkaar heen te duikelen. Als ze tot rust komen lezen de jongens bovenaan het bord: Calgary 23.10 uur.
„Dat is ons vliegtuig, " fluistert Kees
opgewonden. „Nog een uurtje joh."
Nog een klein uurtje
De grote D.C. wordt in zijn hoekje gereed gemaakt voor het vertrek. Een tankwagen rijdt langs het zilveren toestel en stopt vlak bij de linkervleugel. Een slang wordt uitgerold, een klep opengemaakt en de reuzenvogel drinkt met gulzige slokken. Duizenden liters benzine verdwijnen in de tanks van het vliegtuig. De banden worden gekontroleerd, het hoogteroer nagezien, de boordlichten geprobeerd, geen enkel detail wordt overgeslagen. Nog een klein uurtje en dan...
Wachten op het sein van vertrek
In de kamer van de bemanning wordt druk gewerkt. De vliegroute wordt nog eens besproken, het laatste weerbericht bestudeerd. Sneeuwstormen op het noordelijk halfrond. Maar er zal op grote hoogte worden gevlogen, zodat ze van de storm geen last zullen hebben. De stewardessen bekijken de lijst van d.e passagiers. Leuk, er is een babytje bij. En een tweeling, Kees en Peter van Zelhem. Ze zijn 10 jaar oud. En hier een echtpaar, allebei al in de zeventig. Zeker naar een zoon of dochter in het verre Canada. Hoeveel passagiers zijn er? Honderdvierendertig! Ze zullen het druk hebben vannacht.
De wind is de D.C. 8 nog niet vergeten. Hij ligt op de loer en zal eens laten' merken, dat hij er is. „Hoei, hoei, " huilt hij. „Kom eens uit je hoekje als je durft!"
Bij het vliegtuig is een druk geloop. Langzaam schuift de Aviobrug naar de zilveren vogel. Eerst wat schuin uit, dan wordt hij langer en langer en zuigt zich als het ware aan de ingang van het toestel vast. Nu kunnen de luchtreizigers veilig naar binnen.
Ze zullen geen last hebben' van de kou en cle wild dooreen dansende sneeuwvlokjes deren hen niet.
De piloot heeft plaats genomen in de cockpit. Hij heeft zijn koptelefoon opgezet en spreekt met de mannen in de verkeerstoren. Die zullen hem zeggen, wanneer hij vertrekken kan. Eerst de lange startbanen over tot ver voorbij de gebouwen van het vliegveld. Dan zal hij het vliegtug draaien met de neus in de richting waarin het moet opstijgen en daar wachten op het sein van vertrek, , , 't Is bar weer geworden, " denkt de gezagvoerder. Hij weet het nog van zijn eerste nachtvlucht. Het regende en hij was knap zenuwachtig. Talloze keren geoefend en toch
Nu draait hij er zijn hand niet meer voor om. Duizenden en duizenden kilometers heeft hij afgelegd, honderden vlieguren op zijn naam. En God heeft hem op al zijn vluchten bewaard. Hij kan hen ook nü veilig geleiden'.
Ze vliegen
De stewardessen hebben de passagiers ieder hun plaats gewezen. Kees en Peter zitten samen met vader en moeder helemaal achteraan, 't Viel Peter allemaal wel een beetje tegen, , , 't Is net een grote bus, " was zijn eerste gedachte. „Moet je daar nou 10 uren in doorbrengen? " Maar toen hij voelde hoe heerlijk de stoelen zaten' en dat je ze wat achterover kon laten zakken, zodat je er in slapen kon, was zijn teleurstelling al gauw over. „Dag Kees, dag Peter, " had de stewardess gezegd. Ze kende zomaar hun naam! „Komen jullie straks in mijn keukentje kijken? " Met verbazing zien ze hoe het babytje, dat ze in de vertrekhal gezien hadden, in een wiegje ligt, dat wordt opgehangen aan een rek, schuin boven hun hoofd. Handig, zo kan het wiegje niet verschuiven. De stewardess helpt hen de riemen vast te maken en deelt snoepjes uit. Dat is voor het stijgen, dan moet je veel slikken.
Vader en moeder weten' wel raad met die riemen. „Hé, " ze schurken zich van plezier. Maar een beetje zenuwachtig zijn ze toch wel.
Aan het eind van de lange startbaan staat de D.C. 8 geduldig te wachten op het sein van vertrek. Aan alle kanten rukt en plukt de stormwind aan de zilveren vogel. Hij giert langs de vleugels, kreunt door de stangen van het landingsgestel en doet verwoede pogingen het grote toestel omver te blazen. Voor het laatste raampje, vlak bij de staart verschijnt een jongensgezicht. „Hoei!" De wind stuift er onmiddellijk op af. Maar het dikke glas houdt hem tegen en die jongen heeft helemaal geen erg in die wilde wind. Hij kan niets zien buiten. Heel in de verte pinkelen wat lichtjes. Het is zijn ongeduld, dat hem naar buiten doet kijken. Wat duurt het lang eer ze opstijgen! Boven het geweld van de storm uit gieren de straalmotoren. In het toestel wordt daar weinig van gemerkt. In lichtende letters staat voor ieder een duidelijk leesbaar: „RIEMEN VAST."
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 oktober 1973
Daniel | 20 Pagina's