VERPLEEGKUNDIGE, EEN GODDELIJK BEROEP
In de zomermaanden kwam ik in kontakt met enkele verpleegsters. Ze kwamen uit verschillende hoeken van ons land: Middelburg, Nunspeet, Utrecht en ik meen dat er een bij was uit Den Haag.
Samen kwamen we tot een aardig gesprek.
Weer thuis heb ik wat gedachten uit dat op papier gezet. gesprek
In dit themanummer „Gezondheidszorg" kan dit gesprek goed tot z'n recht komen.
Het beroep betekent voor een mens „levensinhoud". Hij wil zich in zijn beroep handhaven. Wat presteren, laten zien en bewijzen wat hij kan en daarmee op de maatschappelijke ladder vooruit komen. (Denk aan de gelijkenis van de talenten). Thuis is er gelegenheid om uit te rusten, op verhaal te komen, in de privé levenssfeer een hobby te beoefenen.
Echter wanneer je geheel opgaat in je liefhebberijen, je hobby's, zonder intense belangstelling voor je beroep, voldoe je niet aan je eigenlijke levenstaak. Je behoort eigenlijk met je werk een innerlijke band te hebben'. Je beroep is niet alleen maar een middel om je brood te verdienen, het is veel méér, n.1. een roeping van God (zoals ook in het huwelijksformulier van ons dagelijks werk wordt gesproken als „een Goddelijk beroep"). Iedere gelovige is priester in z'n beroep, d.w.z. zijn plaats onder de mensen is voor hem een roeping. Deze plaats is hem door God toegewezen.
Daarom spreekt Calvijn over „roepingen" d.w.z. over de verschillende posities die de mensen van Godswege en om Gods wil in de samenleving innemen.
God roept en' doet een beroep op de mens, die deze roep als roeping aanvaardt. Wie zijn dagelijks werk als roeping aanvaardt, weet dat hij slechts werkt op gezag en in opdracht van God.
In het beroep van verpleegkundige zal deze gedachte sterker „spreken" dan in een meer „technisch" beroep, hoewel voor beide bovenstaande geldt. „Als verpleegkundige zul je jezelf vaak afvragen hoe in het licht van Gods Woord te handelen, en zie je ook dagelijks voor ogen de gebrokenheid van de wereld waarin je leeft. Waren er geen zonden, er waren geen wonden".
„Inderdaad, dagelijks worcl je gekonfronteerd met een ondragelijk lijden' dat vele mensen moeten ondergaan. Maar des te heerlijker is het ook om dat lijden zo mogelijk ook te verzachten en de genezing te helpen bevorderen door een nauwgezette verpleging van de patiënt".
„Het is soms een heerlijk werk: een medemens bij te staan in zijn pijn en hem te begeleiden op zijn weg naar genezing of naar het einde.
Dan is het vaak ook een zwaar werk. Het valt heus niet mee als je je medemens moet bijstaan in de laatste lichamelijke strijd — de strijd tegen de dood".
Als verpleegkundige merk je wel vaak dat de zieke dan gemakkelijker toegankelijk is. Hij komt vlugger met z'n geestelijke nood naar voren.
„Dan juist is het heerlijk de zieke medemens tot een geestelijk steuntje te kunnen en te mogen zijn, een wegwijzer naar datgene waar het om gaat: het éne nodige! Als verpleegkundige moet je de patiënt overigens ook vriendelijk en hulpvaardig tegemoet treden". Hoe moeilijk het ook zal zijn voor de verpleegkundige van de toekomst met de computers en andere automatische apparaturen, persoonlijke aandacht en zorg zullen toch altijd de voornaamste taak van de verpleegkundige blijven.
„Naar mijn mening geldt dat evengoed voor de chirurg".
Erg belangrijk is ook als een chirurg zijn patiënten geestelijke steun weet te geven, zoals ik las in een blad van een chirurg, die vlak voor de operatie van de patiënt de vraag te horen kreeg, of hij op hem vertrouwen mocht, ten antwoord gaf: „Ik doe het niet alleen beste man! De Ander is er ook! Niet op mij, maar op Hem mag je vertrouwen!"
Alle verpleegkundigen die aan het gesprek deelnamen vinden het een heerlijk beroep, dat echter innerlijk vaak spanningen geeft.
Ze komen elke dag in aanraking met ziekte en dood als disharmonische zaken, gekomen door de zonde. Wij hebben die disharmonie veroorzaakt.
En desondanks mogen bij de gratie Gods hulp verleend, pijnen gestild en leed verzacht worden.
Het is een voorrecht als je graag naar „je werk" gaat. The struggle for life — de strijd om het bestaan — moet ook weer niet ontaarden in „streber" zijn, om altijd boven de ander te willen uitsteken. Het moet gedaan worden in afhankelijkheid van Hem, die ons de gaven, de krachten en de arbeidslust geven kan.
Je moet zondag 49 van de H. Catechismus maar eens lezen. Daar staat o.a. „opdat alzo en een iegelijk zijn ambt en beroep gewilliglijk en getrouwelijk moge bedienen en uitvoeren als de engelen in de hemel doen".
Of je nu verpleegster bent, administrateur of receptioniste; ieder zal z'n beroep moeten zien in het licht van Hem, die ons roept om ons werk in Zijn dienst en ten dienste van onze naaste te verrichten.
Je hoeft niet altijd zendeling te worden Om in de dienst van God de Heer' te staan! Was voor je zieke buurvrouw maar een keer de borden, Dan heb je ook Gods wil gedaan. Je hoeft het niet altijd zo heel ver weg te zoeken, Dichtbij is vaak de grootste nood. Wij zullen ons volkomen moeten buigen En daar slechts gaan, waar Hij ons zenden zal. Wie buigen leert die zal van Hem getuigen, in toga, tienerkleed of overall.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1973
Daniel | 40 Pagina's