VAKANTIE, WERKEN EN ONZE NAASTE
De vakanties zijn weer voorbij, De scholen zijn weer gestart. Het merendeel van ons loopt weer in het gareel van werken en schoolgaan, van huiswerk en misschien al repetities. We zijn weer op de plaats waar we moeten zijn. Altijd vrij is niet goed. Dat is ook onze levensopdracht niet. Het huwelijksformulier spreekt van getrouw en naarstig werken in ons Goddelijk beroep, opdat ge uw huisgezin met God en met ere moogt onderhouden en ook daarenboven' iets hebt, om aan de nooddruftigen mee te delen. Onze taak in dit leven is te werken. En het doel van dat werk is ons huisgezin te onderhouden en om de nooddruftigen iets mee te delen. Dus niet werken om schatten te vergaderen. Maar tot levensonderhoud van jezelf, maar ook van de naaste die op ons pad gebracht wordt. Dat is onze levensroeping van Godswege tot ons gekomen.
Werken en onze naaste
Vooral dat tweede, door het huwelijksformulier genoemde, doel van het werk is onze overweging wel waard. Om iets te hebben om aan de nooddruftigen mee te delen. Wij leven maar niet voor onszelf en we werken maar niet voor onszelf. Ook onze nooddruftige naaste is door de hand Gods op het levenspad geplaatst. En ons werk mag een middel zijn om in de nooddruft van de naaste te voorzien. De zin van het werk in Bijbels licht. En dat laatste zinnetje uit ons huwelijksformulier is niet zomaar een aanhangsel. Dat blijkt wei wanneer de Heere Jezus in Matth. 25 : 31—46 gaat spreken over het oordeel. Lees dat gedeelte maar eens rustig na. Want daar doet de Heere zien', dat het in het oordeel ook gaat over het kleed waarmee we een naakte kleden, en over het glas koud water en over herbergzaamheid en over gastvrijheid. Het is dus niet zo maar in het formulier opgenomen. En dan niet zö natuurlijk alsof in deze dingen iets verdienstelijks ligt. Dus dat we met deze hulp aan de naaste een voorraad goede werken verkrijgen. Verre daarvan. Want ik lees van hen die bewogen waren met de levenslast van de naaste dat zij in het oordeel juist vragen zullen: anneer en' waar hebben wij dat gedaan? Dat dus niet. Nee, het gaat niet om aalmoezen die van de mensen gezien worden. Maar het gaat om de innerlijke bewogenheid met de naaste. Een bewogenheid die als genadegeschenk komt uit Hem, die met innerlijke ontferming over de schare bewogen was.
Werken een voorrecht
Dat is nogal een hele uitstap geworden. Van de vakantie naar het werk. En van het werk naar de nooddruft van onze naasten. En toch is die uitstap voor een' ieder van ons nodig. Steeds moeten we ons ook wat ons bezig zijn betreft bezinnen in het licht van de Bijbel. Het doel van ons werk staat onder tucht van het Woord van God. Evenals de aard van ons werk. De beroepskeuze is ook maar niet vrij. Niet elk beroep omvat werk waarmee we voor het aangezicht Gods kunnen verschijnen. Daarin hebben we ook met voorzichtigheid te handelen. Ook de wijze waarop we werken, of dat nu op school of in de praktijk is, wordt door de Schrift beoordeeld. Luiheid wordt nergens in bescherming genomen. De Spreuken van Salomo richten harde woorden tot de luiaard en verbinden de zegen des Heeren aan de vlijt. De hand van de vlijtige zal door de Heere gezegend worden. Zo mogen we dan weer aan het werk.
We moeten niet alleen, maar we mogen aan het werk. De krachten en de gaven die God ons schonk moeten we aanwenden. Het ontvangen van die krachten en gaven is een gunst. Dat zien we misschien niet zo of niet altijd zo, maar het is toch waar; het is een voorrecht krachten en gezondheid te krijgen om te werken.
Vakantie voor gehandicapten
En dat het een voorrecht is dat we werken kunnen beseffen we pas goed wanneer we zien hoe velen er zijn, die wel zouden willen werken maar dat niet kunnen vanwege een lichamelijk gebrek. We hebben ook dit jaar weer een vakantieweek voor lichamelijk gehandicapten in Lunteren gehad en voor het eerst een week voor geestelijk gehandcipaten in Haamstede. En nu gaan wij aan het werk, maar ontzaggelijk velen, waaronder ook onze gasten uit Lunteren en Haamstede kunnen dat niet. De Heere geeft hen in het leven een bijzondere weg. Dat wil niet zeggen dat dat altijd een ongezegende weg is. Daarover hopen we in een volgend nummer wel wat te schrijven. Maar toch, ze kunnen niet meer werken. Als we dat zien, welke lichamelijke gebreken sommigen hebben, wat zou het dan toch steeds een wonder moeten zijn, dat we nog kracht hebben en gezondheid hebben om te werken.
De gasten van Lunteren zijn weer een week uit hun soms groot isolement gehaald. Ze hebben met elkaar kunnen praten. Ze hebben gezien het kruis dat een ander te dragen krijgt. Ze hebben met elkaar psalmen gezongen. Datheens berijming hebben we daar vaak gezongen. Het stof dat, naar mijn mening ten onrechte, te dik op deze oude berijming ligt er wat van afgeblazen. Tussen haakjes, kunnen jullie nog een paar van die verzen' uit het oude psalmboek? Kortom, we hebben met elkaar onvergetelijke dagen mogen beleven. Maar, de gasten zijn weer naar huis of naar het verpleegtehuis. Met herinneringen, goede herinneringen hoop ik. Maar moet het nu bij herinneringen blijven? Want hoe goed het ook is dat we een paar dagen in het jaar wat voor deze mensen kunnen doen, het zijn en blijven toch maar een paar dagen. Zeven dagen van de 365. Er is heus nog wel wat meer te doen. En dat hoeft toch echt niet een week te zijn zoals in de vakantie tijd.
De nooddruftigen iets mededelen
Nu gaan we weer terug naar ons begin. Naarstig en getrouw arbeiden in ons Goddelijk beroep, opdat ge ook daarenboven iets hebt om aan de nooddruftigen mede te clelen. En nu zullen velen van jullie zeggen, ja, maar ik ga nog op school. Dus ik heb niets om mee te delen. Niet in geld misschien. Nog niet, ook daarvoor is het school-werk bestemd. Voor straks, als God je dat geeft. Maar wat anders is het met wat belangstelling. Zo eens wat hand-en spandiensten verrichten. Kijk maar eens in je omgeving rond.
En nu de vakanties voorbij zijn, beginnen de verenigingen ook weer. Denk clan eens aan de jongens en meisjes die niet op een vergadering kunnen komen tengevolge van een handicap. Met wat goede wil en wat gezamenlijke opoffering kan het allemaal wel. En we zoeken ook wel eens naar een doel dat we als vereniging kunnen steunen. Misschien is er een mogelijkheid om de een of ander eens te helpen. Ik denk hierbij aan de voor sommigen zo onmisbare invalidenwagens, waarvan de prijs weer zo hoog is dat het uit eigen beurs niet gaat. Er zijn wellicht ook nog andere mogelijkheden. Laten we het allemaal eens in gedachten houden. Misschien komen we er een volgende maal nog op terug. En nu aan het werk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1973
Daniel | 20 Pagina's