DE PLAATS VAN DE GEREFORMEERDE GEMEENTEN
BINNEN DE GEREFORMEERDE GEZINDTE
Onder de geref. gezindte verstaan we clat gedeelte van ons volk, dat naar reformatorisch belijden zich in leer en leven wil richten. Het woordje gezindte wijst op gezindheid, overtuiging. De erfenis der reformatie wordt uit overtuiging bewaard en beleefd. Die gezindheid vinden we terug in diverse kerkformaties.
De gereformeerde gezindte in ons land is kerkelijk uiteen gevallen in diverse kerkformaties, met eigen classes, synodes die allen het woord hervormd of gereformeerd in hun naam dragen.
Ontstaan van de geref. gemeenten
Tussen deze groeperingen leeft ook het kerkverband van de geref. gem.; ons eigen kerkverband, waarin we geboren, gedoopt of al belijdenis gedaan hebben.
Hoe is ons kerkverband tot stand gekomen? Het zal velen bekend zijn. In 1834 vond de afscheiding plaats. Het was niet de bedoeling om de kerk der vaderen te verlaten. Men scheidde zich niet af van de kerk, maar van het huns inziens onwettig kerkbestuur, door Koning Willem I aan de hervormde kerk opgelegd. Maar de Koning wilde hen alleen als kerk erkennen, indien ze een andere naam aannamen. Door de nood gedrongen hebben vele afgescheidenen het aanbod van de koning aanvaard. Zij heetten toen de Chr. afgescheiden gemeenten. Andere gemeenten weigerden en werden zo de geref. gem. onder het kruis. In 1869 vond toch tussen deze groepen een vereniging plaats, op 3 gemeenten na, t.w. Tricht, Lisse, Enkhuizen. Zij bleven als kruisgemeenten afzonderlijk staan. In de loop der jaren voegden zich diverse gemeenten bij deze drie gemeenten. In 1907 hebben deze gemeenten zich verenigd met de Ledeboeriaanse gemeenten tot de Geref. Gemeenten in Nederland en Noord-Amerika. Ds. Kersten zegt in zijn „Kort hist. overzicht": „Kennelijk heeft de Heere deze vereniging willen zegenen." Met vrijmoedigheid mogen we zeggen dat de beide kerkformaties zijn samengegroeid. Haar vereniging was niet kunstmatig tot stand gekomen, maar geboren uit de overtuiging van de aloude beproefde leer, door de Geref. Vaderen ons overgeleverd. Deze leer vond getuigenis in de consciëntie van velen. De wording van de Ger. Gemeenten is een worsteling geweest. Langs een lange ongedachte weg ontstonden de Ger. Gemeenten waarin wij als jongeren onder Gods voorzienigheid een plaats hebben ontvangen. Via afscheiding, Ds. Ledeboer en Ds. Kersten is in onze gemeenten de oude gereformeerde leer, en kerkregering, ondanks veel gebrek bewaard gebleven. We mogen niet roepen: „Des Heeren tempel is deze". Hoogmoedig op de borst slaan is nooit in de lijn van de Heilige Schrift.
Prediking
Het leven van een kerkverband in onze samenleving zal voor een groot deel bepaald
worden door de inhoud van de prediking. In de prediking in de Ger. Gem. staat de persoonlijke verhouding tot God centraal. Juist in de prediking en pastoraat, bedoelen de Ger. Gem. de erfenis der reformatie in de breedte en diepte tot haar recht te laten komen. Zij handhaaft in de prediking de verhouding tussen Gods recht er de liefde Gods. Deze verhouding wordt in allerlei richtingen scheefgetrokken. Het recht Gods wordt opgeofferd aan Gods liefde. De liefde krijgt dan een dominerende plaats alsof er in Gods deugden een onderscheid in waarde zou zijn. De deugden Gods zijn immers God zelf. Dat geldt zowel van Gods recht als van Gods liefde. Spreken we niet of te weinig van Gods recht, dan wordt het zondebesef minder of helemaal niet meer nodig geacht. In de prediking wordt er de nadruk op gelegd dat de zondaar, met alle mensen in de geestelijke doodstaat verkeert. Hij moet levend gemaakt worden door de kracht van Woord en Geest. Door de werking van de Heilige Geest moet de mens zijn diepe verlorenheid in misdaad en zonde leren verstaan, opdat er plaats kome voor het heil in Christus, dat moet worden toegepast in het hart.
Bevindelijke Prediking.
Onder bevindelijke prediking verstaan we: de prediking van het werk van de Heilige Geest, zoals dit in het leven des geloofs verheerlijkt wordt.
Dus in elke preek moet het om Christus gaan, want het is juist het werk van de Heilige Geest om Christus te verheerlijken. De bevinding mag niet los staan van het Woord. Dan wordt het mysticisme. Het bijbelse geloofsleven kenmerkt zich door geestelijke ervaring en moet altijd getoetst worden aan Gods Woord. Samenvattend zou ik willen zeggen: het eigene van de prediking in de Ger. Gem. temidden van de Ger. Gezindte is: Het vasthouden van de vertikale lijn in het evangelie. We staan in een verhouding tot God. En het is Christus, Die de verzoening met God teweegbrengt. Dan is er gemeenschap vanuit God en tot God mogelijk.
Wij willen dat niet inruilen voor de horizontale lijn, n.1. de verhouding tussen volken en mensen tot het voornaamste te maken. Zo zullen we het evangelie kwijt raken. Laten we het uitzicht naar boven vasthouden. Willen onze Ger. Gem. een antwoord voor deze tijd hebben en houden, dan kunnen we deze prediking niet loslaten of inruilen voor een horizontale.
Liturgie.
Binnen de Ger. Gezindte nemen onze Gem. een eigen plaats in ook wat betreft de soberheid in de liturgie of de viering van de eredienst. De verschillen van de kerken komen juist in haar liturgie tot uiting, daar de eredienst het hart van de Christelijke gemeenschap is. In de eredienst vindt de waarachtige ontmoeting met God plaats. Juist in de verkondiging van het evangelie. Dat neemt dan ook de allergrootste plaats in, meestal een uur. Terwijl voor zang, gebed, zegen, dienst der offerande samen een half uur dient. Ook op het gebied van de liturgie zijn onze gemeenten conservatief, d.w.z. afkerig van ingrijpende en vaak ook afkerig van kleine hervormingen.
Levenshouding.
Dat eigene openbaart zich ook in onze levenshouding. A. We schrijven geen bepaalde kleding voor. Men zegt wel eens: Men kent ze aan hun gewaad, gepraat, gelaat. Uitdrukkingen als: Kleine kerk, zwarte kousenkerk, klompenkerk worden wel minder gehoord, maar zijn toch nog niet geheel verdwenen. Ze zijn nog kenbaar in hun levenshouding, niet overal meer. Steeds meer wordt het gelaat van de wereld zichtbaar, het gewaad van de wereld en de praat van de wereld. Over het algemeen dus zijn we wars van overdaad. In het algemeen wordt de T.V. afgewezen als een middel in de hand van de duivel, om ons onze plaats te ontnemen. Ook de sport z.a. die 's maandags in de krant gepresenteerd wordt en één en al verdwazing is wordt niet geaccepteerd. B. Ook de zondag wordt aanvaard als de dag des Heeren waarin alleen werken van noodzakelijkheid en barmhartigheid worden gedaan. C. Verzet tegen de geest van de tijd. Een beproeven van de geesten of ze uit God zijn. D. Liefde tot de beleden beginselen, die tot uitdrukking komt in grote offervaardigheid, b.v. voor zending en noodlijdenden en ook in het onmogelijk afstappen van de beieden beginselen. Onze Ger. Gem. zijn dragers van oude waarden. Men kan nauwelijks spreken van een rechter en linker vleugel. Er is bij ons verscheidenheid, maar geen pluriformiteit. De aanduiding
vleugel, wijst op het t.o. eikaar staan en dat is niet het geval. Nee, niet iedereen is het met iedereen eens. Toch is er een sterke eenheid in de Ger. Gem. In de bijzaken verschillend en dat lijdt soms weieens tot allerlei schermutselingen. Maar in de hoofdzaken, in de fundamentele zaken zijn er geen verschillen. Nog een eigen geluid wil ik laten horen. We proberen niet angstvallig ieder naar de zin te spreken. We vragen niet: kan de Gemeente, de jeugd of de moderne mens het aanvaarden? Voor ons geldt alleen de vraag: Wat is Gods waarheid? Wij houden de letterlijke tekst van Genesis en van heel de bijbel, als historisch juist. Wij houden vast aan de Statenvertaling, deze is ons lief. In onze Ger. Gem. heerst een m.i. gegrond wantrouwen tegen de N.V. Medewerkers daarvan gaan van een ander beginsel uit dan de vertalers van de S.V. die de zuivere leer waren toegedaan. Dat maakt daarom zo'n verschil omdat vertalen tevens exegetiseren is. Puur objectief vertalen is niet mogelijk. Er zijn vaak keuzemogelijkheden en dan komt er een vertaling, waarbij exegetische motieven een rol spelen.
Oude Waarden.
Wij hebben tot taak dragers te zijn van oude waarden. Ook de reformatie erkende de grote waarde van de kerkelijke traditie waarin de neerslag wordt gevonden van het werk van de Heilige Geest in vroeger eeuwen. Zeker, persoonlijke opvattingen kunnen veel verwoesten wanneer ze opgedrongen worden aan anderen. Alleen het Woord Gods hebbe heerschappij. Sommigen veranderen net zo gemakkelijk van kerk als van kleren. Onze tijd kent een brede schare van mensen die zich keren tegen datgene waaruit de gemeenten jaren leefde, n.1. het Woord Gods en de traditie. De erve der vaderen, ons in de belijdenis gegeven, wordt als antiquiteit opgeborgen, de Heilige Schrift niet als maatstaf van geloof en leven erkend. De vraag wordt wel eens gesteld: hebben de Ger. Gem. wel bestaansrecht te midden van de andere bijbelgetrouwe kerken? Of anders gezegd Ger. Gezindte? Moet het niet één Herder, één kudde worden? Er mag verscheidenheid zijn. Geen verdeeldheid. Het is onze roeping te zijn, die we zijn, ook in dienstbetoon aan andere kerken. Moet dan ieder zijn eigen kerkje blijven spelen? We moeten staan naar contact, toenadering. Wij mogen echter onze positie niet opgeven zo God ons die in het verleden gaf. Moeten we dan maar steeds naar het verleden zien? Niet ons strekken naar datgene dat voor ons ligt? Niet de handen inéén slaan? We mogen de historie niet laten schieten, ook niet normatief stellen. Maar ook het heden niet los zien van het verleden, ook in kerkelijke zaken niet. We mogen niet stellen dat de Ger. Gem. de enige ware openbaring van het lichaam van Christus is. Zij is wel een rechtmatige kerk, n.1. een openbaring van het lichaam van Christus. Gods Woord wordt gepreekt, de tucht gehandhaafd en de Sacramenten bediend volgens de instelling van Christus. We moeten op grond van de Heilige Schrift toch goed voor ogen houden, dat de N.T. kerk is opgebouwd en ontstaan uit de plaatselijke gemeenten die door de apostelen zijn gesticht. De gemeente van Christus openbaart zich plaatselijk. Wanneer er een valse leer gepreekt wordt, de tucht niet functioneert, houdt de kerk op om openbaring van het lichaam van Christus te zijn. En zo was het in vele plaatsen in de dagen van de afscheiding in de Herv. Kerk. En toen de uitgeworpen en vervolgde kerk des Heeren, zich ging institueren. was zij ook openbaring van het lichaam van Christus. Het wezen van de kerk is in meerdere kerken te vinden. En daarom is er er wel een basis om over de kerkmuren heen te zien, om het goede voor elkaar te zoeken en met elkaar veel goeds tot stand te bren - gen, onder de zegen des Heeren. De herstelling van de gescheiden kerkmu - ren zie ik niet als menselijke mogelijkheid. Wat de Heere kan doen is door ons niet te bepalen. Laten we de erve der vaderen waardig dragen. Speel er niet mee, ruil het oude niet in.
De oude waarheid toegedaan?
We lezen wel eens in advertenties: De oude waarheid toegedaan. Zijn we dat Dok echt toegedaan? Zijn we ons bewust dragers en draagsters te zijn van deze oude waarden? Ja, zegt u. we moeten toch voor verdraagzaamheid zijn? Ja, ik ben wel voor passieve verdraagzaamheid zoals die van David tegen de vloekende Simeï. Ik lees in het evangelie: „Indien iemand tot u komt en deze leer
niet brengt, ontvang hem niet in uw huis en zeg niet wees gegroet." Ik maak groot onderscheid tussen d.e liefde die een Christen moet oefenen omtrent allen en de broederliefde, die hij moet hebben met weinigen die God vrezen en' in de waarheid wandelen. Josafat moet Achab en Ahazia niet haten, het zijn zijn naasten. Evenwel kan hij zich niet met hen verbinden zonder God te vertoornen. Er mag geen kerkelijke gemeenschap zijn met openlijke of bedekte tegenstanders der waarheid. Verdraagzaamheid, zeker, maar niet in het stuk der waarheid. Bewaar het pand u toebetrouwa, zegt Paulus tegen de jonge Timotheüs. Jullie zijn door geboorte, doop en misschien ook belijdenis met onze Ger. Gem. verbonden. Jullie genieten daarin grote voorrechten. Op jullie rust daarom de zware verplichting dat pand te bewaren. Zijn jullie je van die verantwoordelijkheid bewust? Hebben jullie dat pand lief? Uitwendig, in gehoorzaamheid aan Gods gebod? Toon je dat in handel en wandel? Jullie leven in een wereld vol verleiding, vol list en bedrog en geweld. En dat met een hart, dat van nature geneigd is de weg der zoncle te verkiezen. Wat is er veel onverschilligheid, ook onder onze jonge mensen. Gode zij dank, er zijn er ook nog veel die naar Gods gebod in onze gemeenten begeren te leven. Toch is het nodig, de ogen open te houden en te waarschuwen. Jongelui, blijf bij de oude waarheid. Dat is volstrekt geen schande. Dat is niet iets minderwaardigs. Weersta die twijfelzucht. Onderzoek biddend het Woord Gods. En wil niet wijs zijn boven hetgeen dat geschreven is. En dat wordt nog gevonden, ook onder onze jongens en meisjes. En daar verblijden wij ons in. Maar laat ons toch niet vergeten, dat om het panel dat ons toevertrouwd is, tot de eer van God te kunnen bewaren, het ook voor ons moet gelden: Bewaar het goede pand dat u toebetrouwd is door cle Heilige Geest, die in ons woont. Jongelui, Christus wordt onder ons gepreekt en daarin verblijd ik mij. Hij is een beminnelijk Vorst. Dien je al onder Zijn Banier? In dat leger des heils is God zelf loon en schild. Dan wordt het bewaren van het pand een stuk leven en dan gaat het in de strijd der geesten, om die eeuwige levensbeginselen, die Saulus bevrijdden van zijn eertijds, waaruit Augustinus leefde, waarin Luther zich verblijdde, waarin Calvijn was gedrenkt met zijn tere ziel, waarin vele vaderen zich verdiepten tot hun eeuwig zieleheil, waarvoor onze vaderen hebben geworsteld en waarop onze Ger. Gem. zijn gegrond. Die levensbeginselen zijn de bron van onbreekbare kracht. Zij zijn de bron van heldenmoed om voor te strijden en te lijden. Wij dragen die waarden in een' ons vijandig gezinde wereld. Denk maar aan de geschiedenis van Sadrach, Mesech en Abed-Nego. Dat moet ons te meer op onze hoede doen zijn om onze taak te verstaan. Het bewaren van het toebetrouwde pand, dat op de helling gekomen is. Zal de Ger. Gem. veilig willen gaan en met haar, heel cle Ger. Gezindte dan zal ze haar eigen weg moeten gaan en uitgedreven worden tot haar Hoofd in Wien de eenheid ligt. Dan is het verleden leerzaam. Dan is het heden zeker. Dan is d.e toekomst veilig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1973
Daniel | 20 Pagina's