„NIET MEER DAN EEN DOTJE MODDER IN GODS HAND EN NIET MEER”
VRAAGGESPREK MET DHR. C. LAMBREGTSE SCHRIJVER VAN HET BOEK:„IN ZIJN ARM DE LAMMEREN"
VRAAGGESPREK MET DHR. C. LAMBREGTSE SCHRIJVER VAN HET BOEK: „IN ZIJN ARM DE LAMMEREN"
Een aantal weken geleden is de schrijver van het boek: „In Zijn arm de lammeren, " de heer C. Lambregtse in Nederland geweest, vergezeld van zijn vrouw en jongste dochter. Dat was een unieke gelegenheid om v/at nader kennis te maken met de heer Lambregtse. Op donderdagmorgen 28 juni j.1., hebben wij een uitgebreid gesprek gevoerd ten huize van onze vriend Bregman in Hendrik Ido Ambacht, waar de familie Lambregtse een nacht logeerde. We kunnen van het gesprek, waaraan ook de heer Bregman deelnam, maar enkele flitsen aan jullie doorgeven, want anders nemen we veel te veel ruimte in beslag en' moeten andere belangrijke artikelen vervallen.
Hou me maar aan het lijntje
Be heer Lambregtse is heel moeilijk te interviewen, omdat hij van de hak op de tak springt. Dat zegt hij zelf ook: „Hou me maar aan het lijntje". Dat was niet altijd mogelijk! Je zult merken dat de heer Lambregtse nogal eens wat Zeeuwse woorden er tussendoor gebruikt, Je krijgt soms het gevoel dat zijn moedertaal hem beter afgaat, dan beschaaf: ! Nederlands. De heer Lambregtse heeft, in de drie weken dat hij in ons land was, een serie lezingen gehouden, waarin hij veel verteld heeft over het ontstaan en de bedoeling van zijn boek. Dat komt ook wel enigszins aan de orde in het gesprek, maar hij wou niet teveel in herhalingen vallen.
Een paar klompjes
Tijdens het gesprek hebben' zijn vrouw, een dochter van Ds. Wielhouwer (predikant van onze gemeenten in Amerika van 1906 tot 1957) en zijn dochter met de gastvrouw een aantal souveniertjes gekocht voor henzelf en hun kleinkinderen, o.a. een paar klompjes(!) Mevrouw Lambregtse zei in een gesprekje, dat ze het erg mooi vond in Nederland en dat ze de Nederlandse mannen aardig vond, tot op het moment dat ze in de auto stappen, want dan veranderen ze. Dat heeft de familie Lambregtse wel gemerkt tijdens hun ritten over onze wegen, want als ze wat weifelden bij het afslaan, ging het beroemde vingertje naar het ^orhoofd! „Dat zijn wij in Amerika niet gewend!" Op wat inleidende vragen vertelde de heer Lambregtse iets over de jaren dat
hij onderwijzer geweest is in Nederland (1935—1947). In 1947 is hij naar vertrokken. Amerika
Elk dubbeltje omkeren
Het salaris was in het begin niet zo hoog. Tien gulden per maand „Ik kocht één keer in de veertien dagen een rol King-pepermunt. Dan nam ik de ene week een halve rol mee naar de kerk en de volgende week de andere helft."
Alle vlees is als gras
De heer Lambregtse is vijf jaar onderwijzer geweest in Rijssen, met een onderbreking van een jaar, omdat de Duitsers toen de scholen bezet hadden. Daarom ging de heer Lambregtse naar zijn ouders in Rilland-Bath met een vergunning die verlopen was. In het najaar werd het zuiden van ons land bevrijd. Terugkeren naar het bezette Rijssen was niet mogelijk en om toch iets te kunnen doen ging hij als tolk in dienst bij de Canadezen. De heer Lambregtse is o.a. in fort „De Bilt" geweest, waar verdachte S.S.officieren ondergebracht waren. Onder die officieren ontdekte de heer Lambregtse een predikant, die nooit lid geweest was van de S.S. Bij een' Luthers predikant in Utrecht heeft de heer Lambregtse een Duitse bijbel te pakken gekregen." Die man preekte iedere zondag in de open lucht. De eerste preek zal ik nooit vergeten. Hij sprak over: „Alle vlees is als gras". De dominee wees erop, dat zijn land eigen goden opgeworpen had en dat ze nu met hun eigen goden geslagen waren, omdat ze God verlaten hadden. Ik heb de soldaten zien snikken op het gras. Hij is tot zegen geweest van veel van deze „bullebakken" want dat waren toch die Pruissische militairen".
Ik kwam kapot naar beneden
Kunt U zich nog iets herinneren van de kerkdiensten in uw jeugd?
Ja, je hele leven „leeskerke". De ouderlingen lazen slecht en veel „Smytegelt". Daar waren we blij mee in Zeeland, want ze waren korter clan cle preken van veel andere dominees. Maar mijn jeugdherinneringen kun je vinden in mijn boek, in de eerste hoofdstukken. Daarna wordt de hoofdpersoon zo langzamerhand een apart mensje. (We konden de heer Lambregtse niet aan het lijntje houden!). Dan is het Keesje Lambregtse niet meer en Fransje niet. Maar het ergste is, dat je dat schepseltje ook weer moet verliezen. En dat niet alleen. Ik moest hem opnieuw laten sterven. Dat zal ik nooit meer doen. Dat zal ik niet meer kunnen. Ik heb in die tijd veel gedacht aan Abraham en zijn offer. Ik moest dit boek schrijven. Daarom heb ik het gedaan, maar Kee (mijn vrouw) weet nog hoe ik dat gedaan heb De laatste hoofdstukken' kwam ik gewoon kapot naar beneden en zei ik, dat ik het niet meer kon. En om dan sober te blijven, dat is moeilijk, want ik verloor opnieuw een kind.
De kleine wereldhervormer
Wal is de blijvende waarde geweest van uw opvatting en uw gaan naar de kerk?
Als jongeman heb ik verschrikkelijk kritisch gestaan tegenover de vormen, waar soms een godsdienst van werd gemaakt. Ik begreep er niks van, want de beleving
stond zo schreeuwend ver van het belijden af. Maar ik zou, niet als de jongeren tegenwoordig, op m'n eentje de wereld gaan hervormen, misschien door te gaan schrijven. En toch kon en' kan ik deze kring niet loslaten, want dan denk ik terug aan Kee van Kapelle, die eigenlijk uit Gawege kwam, een lief mens én aan mijn ouders. Mijn vader kon het werk Gcüs in zijn leven duidelijk vertellen. Die hacl een duidelijke bekering; mijn moeder was een stille in den' lande.
Geen heil bij God
Het voorbeeld van mijn vader achtervolgde me. Ik wou ook zo bekeerd worden, maar dan hoorde ik in de kerk of thuis lezen over de twee vrouwen op een akker, waarvan er maar één aangenomen én van één uit een geslacht. Dat was mijn vader al, dus voor mij was het niet mogelijk. En in die toestand, i.k zat toen in de hoogste klas van de lagere school, hoorde ik de meester zeggen in een vertelling, dat je ook de zonde tegen de Heilige Geest kon doen. Nou, .die had ik dan gedaan. Als ik clan langs de sloot liep, clan zei de duivel: „Spring er maar in. Dan ga je naar de hel. Daar kom je toch." Die aanvechtingen kwamen steeds terug. En clan moest ik als onderwijzer toch aan de kinderen vertellen, te midden van de schreeuw: „Er is toch geen heil bij God voor jou, " dat er wel heil was en dat je bekeerd kon worden, want de Heere houdt van kinderen en zegt: Laat ze tot mij komen! Voel je hoe moeilijk het was? !
Arme schapen, vraag om een nieuw hart
(Even later in het gesprek). „Een vriend uit Rijssen, eigenlijk zijn vrouw, vertelde me van de week iets, dat ik vergeten was. Ik hacl bij de bijbelse geschiedenisles gevraagd aan de klas: Als je nu moest sterven, wie zou er dan naar de hemel gaan? Geen van de kinderen' had er zijn vinger opgestoken. Toen had ik gezegd: Er zijn maar twee plaatsen en wie denkt dan dat hij naar de hel gaat? Toen stak de hele klas zijn vinger op en toen heb ik gehuild, zei de vriendin. Arme schapen, is dat nu de vrucht van de opvoeding? Er was niet één kind dat durfde te zeggen dat het de Heere liefhad en daar had ik toch zo op aangedrongen. Vraag om een nieuw hart, want dan word je bevrijd uit de banden van de dood."
Stik onbekeerd, zonder één traan
Hebt U goede herinneringen aan predikanten?
Ds. Lamain, die erg jong predikant geworden is, heeft eens in Rilland gepreekt en dat vergeet ik nooit meer, over de tekst: Al laagt gijlieden tussen twee rijen van stenen enz. Maar daar praatte je niet over. Zeker niet met je ouders. Zo leefde je maar naast elkaar. In de theologie werd in het algemeen de uitverkiezing op de voorgrond gesteld. En die is er, maar door mij en veel mensen werd die gebruikt om de schuld van onze ondergang op God te schuiven: Je moet toch uitverkoren zijn. En God moet het toch doen! Maar dat is Gods zijde van de zaak. Tot ons komt de eis: Bekeert U! De verantwoordelijkheid van de mens moet ook gepreekt worden. En in de Bijbel is er volop sprake van het aanbod van genade. Daar zou veel meer van te zeggen zijn.
Maar het ergste is, dat er geen bekommering is over de toestand waarin we ons bevinden. Als je vraagt: Ken je er wat van? Dan zeggen we: Ik ben stik onbekeerd. Maar dat zeggen ze zonder één traan in hun ogen.
Meer een zoutend zout
Ziet U wel veranderingen in de Gereformeerde Gemeenten?
Veel op het gebied van de zending. Daar was ik als kind al een voorstander van. Er is nog iets wat me opvalt. Vroeger leefden we in het isolement. Je was tevreden met je kerkje „achter in de straete". Maar nu, als ik die grote kathedralen zie, dan word ik bang en voel ik dat het moeilijk moet zijn om de vraag te onderdrukken: „Is dat niet het grote Babel, dat wij gebouwd hebben? Dan verlang ik weer terug naar vroeger. Over het verdriet van de verdeeldheid in de kerk merk je eigenlijk niets in de kerk. Als dat meer zou leven clan zouden we als kerk meer een zoutend zout kunnen zijn. We zijn trots op ons martelaarsrolletje ge-
wsest en nu gaan we, omdat we volwassen geworden zijn, allerlei vonden zoeken om maar zelfstandig te blijven.
Maar niet „met de botte biele" erop
Vindt U het jammer dat God zo'n weg met U gegaan is?
Ik heb God er weieens voor gedankt, ondanks de smart en de verkeerde aspekten, die er uitwendig aan de kerk kleven. Ik heb gezegd: God, als U niet zo met mij gehandeld had, dan was het allemaal fout uitgekomen. Als het erop aankomt, dan is het niet anders dan door onze dominees verkondigd wordt. De oude Waarheid rnet de evangelische boodschap, dat er ruimte in Christus is voor een verloren zondaar. Maar niet „met de botte biele" erop!
Ik kon m'n oren niet geloven
Hebt U afgelopen zondag gekerkt in de Gereformeerde Gemeente?
Nee, ik ben bij Ds. Kok in Nijkerk in de kerk geweest. Die heb ik in de oorlogsdagen één zondag gehoord. Dat was een openbaring voor mij. Hebben we zo'n dominee? Waar ik mijn hele leven al op gehoopt had, dat mocht nu waar zijn. Hij preekte eenvoudig de eis van geloof en bekering. Ik kon mijn oren niet geloven. Ik was er eerlijk kapot van. Die dominee heb ik met name genoemd in mijn boek. Een aantal andere dominees heb ik vereenzelvigd met Ds. Steenhouwer. Ik heb hier niet speciaal gedacht aan Ds. Steenblok, want die heb ik maar één keer gehoord. Ik heb Ds. Steenhouwer in mijn boek negen kinderen gegeven, een dikke buik en een grote gestalte. Dat klopt niet met Ds. Steenblok. „Steen" wijst op de hardheid en „houwer" op er maar op los dossen.
In de wijngaard bl ij ven
Hebt U Ds. Kersten ook wel eens horen preken?
Met bijzonder veel liefde heb ik die man horen preken. Hij kon iets ongenaakbaars over zich hebben, maar als hij op z'n plaats was en met grote tranen in zijn ogen, dan was hij een kind van God die de vreugde in God stond te verkondigen. Ik heb veel eerbied voor hem gehad. Alleen, ik blijf ervan overtuigd, dat het fout van hem is geweest om in de politiek te gaan. Als God iemand in Zijn wijngaard roept, clan moet hij ook in Zijn wijngaard blijven. Maar daar wordt verschillend over gedacht. Wat cle politiek betreft, kies ik voor het systeem in Amerika, maar laten we daar maar niet over praten.
Een gekleurd of zwart truitje
Ziet U in onze gemeenten invloed van de tijdgeest, als U b.v. let op de kleding?
In mijn tijd klopte de naam „zwarte kousenkerk" ook niet en het zit niet in de kleding. Tegen de ziekelijke aandacht voor deze dingen heb ik me juist verzet. Er zijn mensen die dat vergoddelijken. Toen ik in Scheveningen onderwijzer was en tijdens een strandwandeling na schooltijd een donkergrijze flanellenbroek droeg, kreeg ik op mijn kop van een ouderling. Als kind dacht ik al, clat God erg veel van kleuren moest houden. Kijk maar eens naar de bloemen. Toen Pauwtje van •dei-Maas uit Waarde met zijn „lappenmange" kwam en een lichtblauw truitje met een rood en wit biesje liet zien, was ik er gek van, maar vader wilde hebben clat ik een zwart truitje nam. Inwendig protesteerde ik daartegen en nóg. De doeken en beuken van de zeeuwse „wuven" vond ik prachtig, gelukkig is claar geen bezwaar tegen gemaakt. Een christen moet degelijk gekleed gaan. Het enige verschil tussen christenen en niet-christenen is, clat de christenen oprechte liefde in hun hart dragen voor God en voor de naaste. En dan zullen ze hun naaste ook niet ergeren door hun Ideding.
Heere, hoe kan dat toch?
Uw boek is door veel mensen met veel instemming gelezen. Er zijn gezinnen die het keer na keer herlezen. Had U dat verwacht en hebt U ook negatieve reakties gehad?
Kijk, er zijn mensen die het afwijzen, omdat ze het begrip roman niet kennen. Er zijn er ook die op de schrijver direkt een verdenking laden, omdat ze achter Steenhouwer ds. Steenblok zoeken. Ik heb een boodschap door willen' geven en ik hoop dat jullie die ook begrepen hebben. Ondanks mijn kritiek op de gereformeerde gemeenten heb ik geprobeerd zo onopgesmukt mogelijk de mens van die kring te beschrijven die ik zo liefheb. Ik denk dan in het bijzonder aan die Kee van Kapelle, die door haar eenvoud en godsvrucht, een onuitwisbare indruk op me gemaakt heeft. Ik heb een vijftigtal brieven gekregen van mensen die erg blij waren met het boek. Eén vrouw schreef, dat ze een betrekking gekregen heeft op die Kee en een ander is door het lezen van de tekst, die Ds. Kok had bij de avondmaalsdienst tot volle ruimte gekomen. Ik laat dat maar liggen. Het kan in het zaad gegane mystiek zijn. Maar als ik dat lees, dan zeg ik: Heere, dat is veel meer, dan ik ooit had durven hopen. Hoe kan dat toch? Maar aan God is het oordeel. Als het waar zou. zijn, dan heb ik veel meer het Woord van God uit mogen dragen, onwetend gelukkig, dan ik ooit beseft heb toen ik het net schreef.
Een dotje modder in Gods hand
God heeft er gelukkig voor gezorgd, (maar daar was ik bijna aan toe) dat ik dé man er niet mee geworden ben. Soms zit ik sprakeloos aan de kant en zeg ik: Heere wat bent U toch van plan? Wat doet U toch? En dat ter elfder ure bij een man die zich door omstandigheden, minder dan niet heeft moeten leren kennen, dat U hem zo nog wil gebruiken? Dan moet ik denken aan mijn vader, die aan tafel altijd bad: „Wilt U hem gebruiken als slijk aan Uw vingers tot opening van veler blinden ogen". Nu zeg ik: „Ik wil best een dotje modder wezen in Gods hand en meer niet." ïk heb alleen een stuk werkelijkheid cloor willen geven en daar ben ik, als ik op de reakties afga, hopelijk in geslaagd.
Liever Merijntje Gijzen
Ik vroeg ook naar negatieve reakties.
Bij de vijftig recensies die ik ontvangen heb, was er één, van een gereformeerd predikant uit Friesland, negatief. Die las liever Merijntje Gijzen. Maar dat deed me niet zeer. Ik had meer kritiek verwacht, op het feit dat ik het ventje gedachten in de mond leg, die misschien wat voorlijk waren. Ons kind was nu eenmaal zo. Het is net of God aan de kinderen, die hij vroeg thuis haalt, het vermogen geeft om zoveel mogelijk leven samen te persen in die korte tijd die ze krijgen. Ik had zelf ook die bezwaren tegen Fransje. Dat verhaal van de hel en het Kruis van Christus, dat heeft Fransje meegemaakt. De Geest kan dat toch aan het kinderhart meedelen? !
Als de Heere het goedkeurt
Gaat U nog meer schrijven?
Ik heb de behoefte in mijn hart om nog één boodschap door te geven. Die ligt wel op een ander niveau. Het wordt zuiver een roman; de eerste twee hoofdstukken zijn klaar. Maar meer zeg ik er maar niet over. Er kan nog van alles gebeuren.
De heer Lambregtse behoort tot een gemeente in Grand-Rapids, die tot de komst van Ds. Lamain behoorde tot onze gemeente en werd bediend door zijn schoonvader, Ds. Wielhouwer. Door bepaalde oorzaken is die gemeente losgeraakt uit ons kerkverband. De gemeente heeft nu een eigen predikant, maar heeft dezelfde ligging als onze gemeenten. De heer Lambregtse kerkt nog vrij regelmatig bij Ds. Lamain en heeft vrij veel kontakt met hem. De heer Lambregtse vertelde ons wel dat de gereformeerde gemeente in Grand-Rapids niet veel groeit en dat het heel moeilijk is om de jongeren bij de kerk te houden. Er zijn ook niet veel verenigingen. De heer Lambregtse zelf heeft veel voor de kerkelijke jeugd gedaan. Hij schrijft nu nog artikelen in verschillende bladen. De heer Lambregtse heeft ook veel kontakt gehad met Ds. Zwerus. „Een lieve man; een man naar mijn hart."
Wij zijn vaak zo hard
Merkt U ook in Grand-Rapids iaat van de Jezus-Beweging?
Ja, je ziet ze wel. Ik heb er ook mee gesproken. Ik vind diep in mijn hart clie lange haren en clie kleren vies. En als ik naar mijn hart te werk zou gaan, dan zou ik de koppen graag tegen elkaar slaan. Maar nu zou ik zelf teveel op de vorm gaan letten. Ik heb gezegd: toen ik één van hun liederen hoorde: Als U, Heere, het niet beneden' Uw w r aardigheid acht, clan ik ook niet! Wij zijn meestal zo hard. Toen moest ik gaan bidden voor die jongens of ze de verlichting van de Heilige Geest mogen ontvangen.
Door ons al afgeschreven
Is de Geest werkzaam in deze beweging?
Daar mag ik niet over oordelen. Laten we de raad van Gamaliël maar ter harte nemen: Als het van God is, dan zal het wel duidelijk worden; als het van de duivel is, dan zal het ook wel blijken. Maar ze zijn vaak Arminiaans, vaak door onkunde. Sommige jongens spreken zo zuiver, dat ik zeg: Lieve Geest, wat bent U veelzijdig. Wat kunt U 'toch samen bereiken, die wij al afgeschreven hebben. Ik laat het voor God liggen.
De tijd is voorbij. Wij zijn blij dat U ons hebt willen ontvangen. Wat zou U aan ons, als jongeren, nog door willen geven?
Zoek de Heere terwijl Hij te vinden is, roept Hem aan terwijl Hij nabij is. En, (hoe loopt die tekst ook weer? , ) in de dagen uwer jongelingschap en als gij oucl geworden zult zijn, zult gij daarvan niet afwijken. Dat heeft God gezegd en dat is waar. Zoek de Heere toch vroeg! Hij klopt!
Zijn wij een open boek?
Wij zijn blij dat we kennis hebben mogen maken met de heer Lambregtse. Door het gesprek met hem, zijn veel delen uit zijn boek duidelijker geworden. Als je het nog niet gelezen hebt, dan moet je dat echt doen. Het is de moeite waard. Veel zaken komen in dit vraagstuk niet voldoende uit de verf of heel eenzijdig. Er zijn ook zaken waar we een heel andere mening over hebben clan de heer Lambregtse. Maar dat is duidelijk geworden. Hij heeft in zijn jeugd gestreden tegen veel lege vormen, omdat woord en daad niet met elkaar overeenstemmen. , , De valse lijdelijkheid deed me rebels worden". Met heimwee denkt hij terug aan de uren, die hij doorgebracht heeft bij ver doorgeleide kinderen van God. Na het gesprek met de heer Lambregtse kunnen we dat ook begrijpen, want de Heere heeft door een weg van veel strijd en verdriet, zijn ogen geopend voor de Enige Weg van behoud. De heer Lambregtse heeft de gave van God ontvangen' om een boek te schrijven. Wij mogelijk niet, maar voor ons allen geldt de vraag of we een open boek zijn, waaruit te lezen is, dat we mogen delen in de ontfermende liefde, die God door de Heilige Geest op grond van het werk van de Borg en Zaligmaker, gewerkt heeft in ons leven! Zijn we een dotje modder in Gods hand? Dan wordt Zijn Naam niet door ons gelasterd, maar geëerd en geprezen. En dat is God zo waard!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1973
Daniel | 16 Pagina's