VAKANTIE WAARHEEN ???
In de vijfde klas is het erg rumoerig. 't Is de laatste dag voor de grote vakantie. Het speelkwartier is voorbij. Nog een goed uur, dan beginnen cle zes vrije weken. Vanmiddag is er geen school meer.
De meester laat ze maar even uitdollen en loopt naar een hoek van het lokaal. Daar staat een lange kartonnen koker. Als hij die pakt, wordt het erg stil in de klas. Verbaasd kijken cle meisjes en jongens hoe de meester de kaart van Nederland uit de houder haalt en hem — alsof hec een gewone schooldag is — ophangt voor de klas.
„Wie van jullie gaat clit jaar naar het buitenland op vakantie? "
Tien vingers gaan met een vaart cle lucht in. „Naar Zwitserland, meester!" „Wij naar Spanje!" „Ik ga naar Noorwegen!"
De meester wuift lachend met zijn hand. „Goed, wie blijven in Nederland? "
Wel twintig vingers gaan omhoog. „En wie gaan niet met vakantie? " Aarzelend steken twee kinderen hun vinger op. „Wij gaan zomaar daagjes uit, meester".
„Hm, dan moeten de twee „dagjesmensen" eens even hier komen".
En dan volgt er zo'n leuke aardrijkskundeles, de fijnste van het hele jaar!
„Koos", zegt de meester tegen één van de kinderen, die niet met va-
kantie gaan, „jij bent een inwoner van Noord-Holland en Ineke, jij hoort in Friesland thuis. En nu gaan wij met z'n allen met jullie op vakantie in je eigen provincie". Ineke krijgt de aanwijsstok en in spanning reist de hele klas met haar mee, de provincie Friesland door. De meester vertelt en zij is de „wegwijzer".
„We beginnen in Beetsterzwaag, jongens, de parel van Friesland. Hier in deze buurt is het goed vakantie houden. Schitterende bossen, prachtige zandverstuivingen en de mooiste vennen vind je in dit gebied. Deze streek was niet bepaald rijk vroeger. Je kunt het nog zien aan de „klokkestoelen". In dikke, zware balken en stijlen zijn onder een dakje grote klokken opgehangen. Die klokkestoelen moesten cle veel duurdere klokketoren's vervangen. In Ureterp, even ten noord-oosten van ons uitgangspunt kom je er één tegen.
Als we nu in oostelijke richting rijden — we gaan maar op de fiets, vind je niet — komen we in het plaatsje Bakkeveen, waar je de mooiste heide van Friesland vindt. Vanuit Bakkeveen is het maar een wipje in cle richting van Assen. Langs deze weg ligt een bijzonder mooi natuurreservaat, misschien zien we er nog herten.
Je snapt wel, dat we overal maar even kunnen blijven, Ineke, en daarom nemen we een' grote sprong naar Gaasterland. Wonderlijk, om zomaar vanuit een uitgestrekt weidegebied — we hebben een omweg over Sneek gemaakt — in een streek van zand en bossen terecht te komen! Wat een leuk plaatsje was Sloten, hè? Als je een flinke sprong maakt, ben je erin en eruit. Zo, nu naar Hindelopen, één van d.e mooiste stadjes van Nederland. Via Workum naar Bolsward, waar misschien wel het mooiste stadhuis van ons land staat, en dan met een vaartje naar Franeker, want de tijd dringt. Ineke, we nemen maar even een vliegtuig om in vogelvlucht cle Waddeneilanden te bezoeken. Kijk, daar heb je Terschelling, met z'n beroemde „Brandaris" en de prachtige natuurreservaten. Daar ligt Vlieland, het vogeleiland en zien jullie dat huis recht onder ons? Dat is het Tromphuis, waar vroeger admiraal Tromp „logeerde". Nu is het een museum. Prachtig hè, die lange rij eilanden?
Let op, nu vliegen we boven Schiermonnikoog. Kijk, daar ligt Oosterburen (zou er ook een Westerburen zijn geweest? ) Het is de enige plaats op dit eiland en daarom wordt dit dorpje ook vaak Schiermonnikoog genoemd.
Even Ameland „bezoeken". De boot van Holwerd op het vasteland meert net aan de Steiger in Nes. Zie je de Commandeurshuizen' uit de Gouden Eeuw"? Ze herinneren ons aan de welvaart, die er op dit eiland heerste in die tijd. De walvisvaarders en kooplieden brachten veel geld in het laad je. Nu brengen de toeristen welvaart op Ameland.
Zo piloot, zet ons maar bij Den Helder aan de grond, dan kan Koos ons laten zien, hoe we in zijn provincie een fijne vakantie kunnen doorbrengen."
Koos pakt vol enthousiasme de aanwijsstok en begint gedecideerd bij Enkhuizen. „Daar woon ik, meester", zegt hij olijk. „Dit is de mooiste stad van Noord-Holland en hij behoort tot de tien mooiste steden van ons land."
„Waarom, Koos? "
„Nou, er staan zoveel huizen met prachtige geveltjes, meester. En het stadhuis lijkt op het paleis op de Dam, het is alleen kleiner. En er staat een kanon voor van een kaperschip uit Duinkerken. Dat schip vloog hier in de lucht. En", gaat hij bijna buiten adem verder, „er is een Westerkerk en' een Zuiderkerk."
„Is dat zoveel bijzonders, Koos? "
„Ja meester, de Westerkerk is gebouwd door rijke boeren, maar zonder toren. Later is er een klokketoren naast gezet, maar die vind ik niet mooi. En de Zuiderkerk is door arme vissers gebouwd, die waren geloof ik jaloers op die boeren. Hun kerk is natuurlijk niet zo mooi, maar hij heeft fijn de hoogste toren van de stad."
„Waar gaan we nu heen? " vraagt de meester aan de enthousiaste „reisleider".
„Naar Hoorn, meester". En de stok maakt een snelle beweging in cle richting van het oude havenstadje. Hier is Jan Pieterszoon Coen geboren en Abel Tasman woonde er en schipper Bontekoe. Er staat ook een standbeeld van de scheepsjongens van Bontekoe, van Rolf en Hajo en Padde. En in één van de hoofdstraten staat een rijtje huizen, die heten de Bossuhuizen, daarop is de zeeslag op de Zuiderzee afgebeeld. Vroeger was Hoorn één van de grote havensteden van Nederland, meester. Nou, we gaan naar het strand, " kondigt de „gids" aan. „Eerst even naar Den Helder." Hier staan de vijfdeklassers stil bij het koninklijk instituut voor de Marine. Voor dit gebouw bevindt zich de mast van het schip, dat Van Speyk (1831) tot zinken bracht door de lont in het kruit te steken (Bij welke gelegenheid en wat zei hij
toen? ) Rondom die mast zien ze vier kanonnen. Die stonden vroeger op „De Zeven Provinciën", het vlaggeschip van Michiel de Ruyter. En er naast staat het borstbeeld van Karei Doorman, die met zijn eskader ten onder ging in de Javazee. (Wanneer en welke woorden zullen er onder dat borstbeeld staan? ) Koos laat zijn stok langs de Noordzee glijden. Hij stopt even bij Petten. Dit gedeelte van het strand is niet zo druk als het gebied ten zuiden van de Hondsbosse Zeewering, , , 't Is er wel heel erg mooi", voegt hij er aan toe. „Het strand tussen Camp en Schoorl is het breedste van Europa en de duinen zijn prachtig". Hij kijkt even op zijn horloge. „We moeten weer met het vliegtuig, meester', grinnikt hij. Even later cirkelt de zilveren vogel boven IJmuiden. Ze zien cle enorme sluizen, ze „hangen" boven het Velserpark met de kinderboerderij en het hertenpark. Een' minuutje later zien ze Amsterdam liggen. Ze vliegen heel laag boven Artis, maken een rondje boven het paleis op de Dam, zien de rondvaartboten in de grachten en bewonderen de tientallen gevels en geveltjes.
Gauw nog een rondje boven Alkmaar. De kaasmarkt wordt druk bezocht, zien cle vijfdeklassers. De vliegenier duikt even naar een huis aan de Mient. „Kijk eens naar die gevel, " zegt hij. „Op dat wapen daar staan de leeuwen in een verkeerde stand, zie je wel? Toen dit wapen werd aangebracht hadden het stadsbestuur en de adellijke bewoners ruzie, vandaar die verkeerde stand. Daar heb je de St. Laurenskerk, " gaal. hij verder.
„Hier staat het oudste bespeelbare orgel van Nederland in. Je vindt er ook de graven van Floris V en Cornelis de Houtman. Houd je vast, we gaan landen "
„Rrringg!" Daar gaat de bel. Die luidt de grote vakantie in.
Vakantie waarheen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juni 1973
Daniel | 16 Pagina's