DE WAPENRUSTING GODS
BONDSDAG +16 1973
„Hé, ik dacht dat jij niet naar de bondsdag ging? Je moest vandaag toch werken? "
„Ja, dat was aanvankelijk wel de bedoeling, maar ik had nog een snipperdag. Vandaag komt er toch een hulpverkoopster. Ze kunnen me best een dag missen in de winkel".
Zij was niet de enige clie zaterdag 12 mei gereserveerd had voor de bondsdag. Honderden jongeren, maar ook ouderen, waren in „De Doelen" bij elkaar gekomen om de jaarlijkse bondsdag te vieren. Op een enkele lege plaats na was de grote zaal geheel gevuld. Een van de direktieleden schatte het aantal 's middags op 1900.
Reeds voor het begin van de ochtendbijeenkomst werden al vele handen geschud. Bekenden, eerder ontmoet op andere terreinen van het jeugdwerk, vrienden en vriendinnen waren blij elkaar weer eens te zien.
Een dag van bezinning lag voor ons, een bezinning op de machten die ons bedreigen, clie elke dag een aanval op ons doen. Maar ook om van uit de Bijbel te horen van de wapens waarmee we de aanval van de machten kunnen weerstaan.
Krachtig in den Heere
De voorzitter van deze dag, ds. Hakkenberg, bracht in zijn openingswoord het thema naar aanleiding van Efeze 6 : 10 t/m 24 onder de aandacht.
Het Schriftgedeelte tekent ons het beeld van de strijd en de strijder. Een geestelijke strijd. Gods Kerk is hier op aarde een strijdende kerk. Zij staat bloot aan aanvallen van machten, die het op haar ondergang gemunt hebben. De mens heeft een strijd op aarde.
De inzet voor deze dag dient te zijn: Wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht. Krachtig worden omdat de gevallen mens zelf alle krachten heeft verspeeld. Maar als het verbroken kontakt door de krachtbron des Geestes hersteld wordt, als de Heere ons krachtig maakt, sterven eigen krachten en worden we krachtig in de Heere en in de sterkte Zijner macht.
Na het openingswoord werd aan ds. H. Hofman het woord gegeven, die een toespraak hipld nvpr:
„De aanval van de geestelijke machten"
Hij vatte de aanvallen, die de geestelijke machten op de mens richten in zijn betoog als het ware zo samen:
Paulus wijst in het laatste stukje van zijn brief aan de gemeente te Efeze op de geloofsstrijd die de gemeente te strijden heeft. Een geweldige macht grijpt de gemeente aan. In vers 11 wordt gewezen op die duivelse macht en zijn verschillende benamingen, zoals listige omleidingen des duivels, overheden, machten, geweldhebbers der wereld, der duisternis der eeuw en geestelijke boosheden in de lucht. Deze benamingen zijn aanduidingen van een en dezelfde macht, die gericht is op de ondergang van de mens.
De duivel stoot door tot in het hart van het christendom, n.1. het Woord van God moet ontnomen worden. Dan heeft de christen geen licht, geen stuur, geen kompas, geen kracht. Ook de duivel weet de Schrift.: „Mijn volk gaat verloren, omdat het geen kennis heeft." Daarom richt hij altijd zijn aanval op het Woord. Dan houdt hij de mensen, ook onze jongeren, onkundig van het Woord Gods. Dit aanvallen dringt door tot alle delen van onze samenleving: gezin, kerk, school, maatschappij. Als voorbeeld noemde ds. Hofman het weghalen van richtingaanwijzers in de laatste oorlog om de mensen te misleiden. Zo misleidt de duivel de mens door hem een weg naar de hemel te wijzen, die in feite naar de hel loopt.
Vele bladzijden zijn al uit de bijbel gescheurd. B.v. Genesis 1-3 en Mattheüs 18: „Wordt deze wereld niet gelijkvormig". Staat dat nog in jouw bijbel? Ook het rationalisme is een groot gevaar. „Wat we niet begrijpen, moeten we ook niet geloven". Ds. Hofman riep op tot het kinderlijk afhankelijke: „Ik geloof!" Laat er plaats blijven in ons leven voor het wonder Gods.
Gelegenheid tot iets anders
Na deze boeiende toespraak kregen we de gelegenheid even de benen te strekken, een kopje koffie te drinken of wat informatie op te doen bij de boekenstands resp. van Hoekman uit Goes, die een enorme sortering boeken liet zien en van de Bond.
Na de pauze was het woord aan een forum o.l.v. ondergetekende, met als leden Drs. R. van Bochoven uit Vleuten, burgemeester A. C. Ph. Hardonk uit Nieuw-Lekkerland en de heer P. J. Nieuwenhuize uit Breda, die tijdens de toespraak van ds. Hofman van de gelegenheid gebruik hadden gemaakt notities te maken voor het vraaggesprek
„Ma chten in onze samenleving"
Ter spraken kwamen de machten die werkzaam zijn op het zedelijk terrein en de taak van de overheid in deze. Machten werkzaam in onze krijgsmacht waarbij o.a. het geestelijk vacuum ter sprake kwam, waarin onze jongeren terecht komen en de invloed die er van de huidige vormingsinstituten uitgaat.
Een treffend voorbeeld van gezagsondermijning liet Drs. Van Bochoven horen. Op de sociale akademie wilden de leerlingen een les laten vervallen. Ze schreven op een kaartje: „Geen les" en prikten dat op de deur van het leslokaal. Enkele ogenblikken later kwam de leraar. Hij las het en ging weg. Er werd inderdaad geen les gegeven.
Je vraagt je af: wie heeft de macht in handen op school? De feitelijke macht heeft de Academische Raad c.q. de studenten. Als we een dam willen opwerpen tegen alle „linkse" invloeden van buitenaf, als we die zoveel mogelijk willen weren, dan dienen we te beseffen dat de overheid tot taak heeft tot Gods eer te leven; het moet niet alleen blijven bij alleen maar constateren, maar we moeten schouder aan schouder gaan staan. In deze tijd van polarisatie hebben we elkaar zo hard nodig.
De heer Nieuwenhuize sloot het gesprek af. Hij vroeg de jongens of ze toch wel een bijbel in hun „ransel" meedragen als ze de militaire dienst ingaan, en wees er op dat „voorbereidend werk" gedaan moet worden. Ook de ouders, verloofden, predikanten en ambtsdragers hebben hierin een taak. „Stel de jongens van te voren op de hoogte, in welke gevafen ze kunnen komen.
Praktische begeleiding blijft geboden, en laat je als militair leiden door het Woord van God, dat zegt: „Vreest God, eert de koning." Na het vraaggesprek werd een ingelast programmapunt aan de orde gesteld: '
Afscheid Ds. H. Rijksen
Negentien jaar lang heeft Ds. H. Rijksen als voorzitter zijn beste krachten aan het jeugdwerk mogen geven. Onder zijn leiding mocht het jeugdwerk uitgroeien tot wat het nu is. Helaas kon van hem geen persoonlijk afscheid genomen worden. Hij kon de toespraak van Ds. Hakkenberg, die in zijn plaats de bondsdag op de hem eigen en zeer persoonlijke wijze leidde, niet aanhoren en de cadeaus in ontvangst nemen, maar mevrouw en Rianne Rijksen kregen van Ds. Hakkenberg en de heer Schouwstra een Japans dia-toestel, een tinnen wandbord, een mooie plant, een pop en een springtouw mee naar Zoetermeer.
Na de orgelimprovisatie over psalm 76 door Arie J. Keyzer op het prach-
tige Doelenorgel, eindigde Ds. L. Blok de morgen vergadering, waarna ieder de gelegenheid kreeg een hapje te eten.
Na de opening van de middagvergadering volgde de toespraak, van Ds. M. J. van Gelder:
„De strijd met de geestelijke wapenen"
In zichzelf kan de mens onmogelijk weerstand bieden tegen de aanvallen van de duivel. Dit is slechts mogelijk wanneer de wapenrusting Gods wordt aangedaan, waartoe de apostel Paulus opwekt.
In zijn klemmend betoog belichtte hij achtereenvolgens het zwaard des Geestes: Gods Woord dat gesteld moet worden tegen de verregaande zedeloosheid; het Evangelie des vredes: de prediking der vergeving van zonden. Tegenover het sociaal Evangelie staat de vrede met God; het schild des geloofs: het geloof is geen louter verstandelijke aangelegenheid en ook geen menselijk aktivisme, maar een gave Gods. De Heere is het schild van Zijn Kerk, achter Hem mag de Kerk veilig wegschuilen; en het gebed. Enerzijds, zo liet ds. Van Gelder op indringende wijze horen, is er in de kerk en in het persoonlijk leven geen plaatse voor zelfgenoegzaamheid. Anderzijds: laat Gods wapenrusting niet in de kast hangen!
Na koorzang van het gemengd koor der Geref. Gemeente te Utrecht „Laus Deo" en het kinderkoor, o.l.v. dhr. Vink, werd er een mondelnige „briefwisseling" gehouden. Een drietal jongeren las passages voor uit brieven en boeken van Russische christenen, die om het geloof in de gevangenis waren beland of — in één geval — ter dood gemarteld. Zo hoorden wij a.h.w. de stemmen van Aida Skripnikova; Iwan Moisejew en Georgej Shimanow. De zaal was muisstil bij het horen van de gesproken getuigenissen van deze mensen.
De middagkollekte bracht ƒ 2.443, — op, zodat de totale kollekte van deze dag ƒ 4.892, 27 bedroeg.
Na orgelimprovisaties op verzoek sprak cis. Hofman uit Scheveningen een kort slotwoord n.a.v. Zondag 52 der Heidelbergse Catechismus. Met het zingen van Ps. 138 vers 1 en 4 behoorde deze bondsdag tot het verleden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1973
Daniel | 16 Pagina's