JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

PAULUS BIJBELSE VERTELLING IV

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PAULUS BIJBELSE VERTELLING IV

5 minuten leestijd

De mensen, die dit alles gezien en gehoord hebben beginnen in hun eigen taal te roepen en te schreeuwen. Paulus en Barnabas kunnen er niets van verstaan.

„Kom, " zo reept de menigte enthousiast, „d.e goden zijn weer bij BIJBELSE VERTELLING IV ons gekomen. Laten wij hen offeren en aanbidden!" En daar komen priesters aan met de offerdieren. Het zijn stieren en om hun horens hangen bloemenkransen. En Barnabas wordt Zeus genoemd en Paulus Hermes, omdat hij het woord doet. Heel vroeger, zo gaat het volksverhaal, zijn deze twee goden op aarde gekomen om te zien hoe men hen behandelen zou. Ze waren als mensen gekleed en niemand kende hen. Niemand wilde hen ook ontvangen. Alleen twee arme, oude mensen waren gastvrij voor de beide goden. Deze mensen mochten dan ook een wens doen. Ze wilden graag gelijk sterven en de goden vervulden die hartewens. Och en nu gelooft die opgewonden menigte, dat Barnabas en Paulus goden zijn en om nu weer niet zo'n vergissing te maken als toen, slepen ze maar direkt offerdieren aan en vallen op hun knieën. Oh, wat jammer, dat de beide zendelingen de taal van de Lycaonieërs niet verstonden. Nu begrijpen ze pas wat de bedoeling is, nu beseffen ze wat deze mensen willen. En ze proberen te redden wat er te redden valt. Maar de voorbereidingen voor het offerfeest zijn al zo ver, dat het onmogelijk lijkt de schare tegen te houden. „Mensen!" roepen de verschrikte zendelingen. „Wij zijn geen goden! Wij zijn ook maar gewone mensen, zoals jullie. En we proberen jullie juist van al die dwaze dingen af te houden. Hebben jullie dan niet gehoord, dat we gepredikt hebben, dat u zich tot de levende God moet bekeren!"

„Wat!? Geen goden? Gewone mensen? " De teleurstelling is groot. Geen offerfeest, dus ook geen feestmaaltijd? Wat zijn het dan voor mensen? Als ze dan geen goden zijn, wat zijn ze dan?

En net op dit ogenblik komen de vijandige Joden van Antiochië en Iconium de stad binnen. Ze schreeuwen allerlei lelijke dingen over Paulus en Barnabas en hitsen de teleurgestelde menigte op tegen de beide zendelingen. En deze, nijdig omdat hun offers niet aanvaard worden, gelooft maar al te graag de slechte dingen, die verteld worden. Geen goden? Dan zijn het vast bedriegers! En de woedende menigte sleurt Barnabas en Paulus buiten de stad en smijt een hagelbui van stenen op Paulus. Ha, als ze zien, dat hij er onder bezwijkt, dat hij bewusteloos neervalt zakt hun woede en trekken ze af. Barnabas en Paulus wisten jullie niet, dat de mensen uit deze landstreek berucht zijn om hun onbetrouwbaarheid? Konden jullie niet begrijpen, dat de Joden uit Antiochië en Iconium alles zouden doen om de prediking van het Evangelie tegen te houden? Zou dat nu het einde zijn van de zendingsreis, die op Cyprus zo mooi begonnen is? Zouden de stenen Paulus gedood hebben?

O, nee, want als enkele volgelingen (zou die man, die nu kan lopen er ook bij zijn geweest? ) samen met Barnabas voorzichtig de stenen van het lichaam van Paulus hebben verwijderd, zien ze, dat hij nog leeft, ja dat hij opstaat en... zelfs weer lopen kan! O, wat heeft God trouw voor zijn dienstknechten gezorgd. De volgende morgen gaat Paulus met Barnabas mee naar Derbe, een tocht van een kleine honderd kilometer en dat na zo'n zware verwonding! En daar in die stad mogen ze Gods goedheid prijzen, daar mogen ze zonder enige verhindering het Evangelie van Gods vrije genade verkondigen. In Derbe vergeten ze alle ellende en moeite, die ze ondervonden hebben. Maar het grootste is wel, dat velen geloven, dat Christus is de Zoon van God!

Maar clan komt toch de tijd, dat ze terug moeten naar Antiochië, naar de plaats waar ze hun zendingsreis zijn begonnen. Wat hebben ze veel meegemaakt. Ze waren in gevaren van rivieren, van moordenaars, van heidenen, in gevaren in de stad, in gevaren onder valse broeders. In arbeid en moeite, ze hebben nachten gekend zonder slaap, ze hebben honger en dorst geleden. (2 Corinthe 11 : 2G en 27).

En om nu alle nieuwe en oude gevaren te ontlopen gaan Barnabas en Paulus maar regelrecht vanuit Derbe naar de kust om per schip verder te reizen naar Antiochië. Nee, dat nooit. Dan zou het net zijn alsof het Evangelie zich liet verjagen als het maar even tegenzat. Ze gaan de weg terug, dezelfde weg, die ze onder zoveel dreigende en werkelijke gevaren gekomen zijn. Eerst naar Lystra, dan naar Iconium en ook

Vervolg op pag. 392

PAULUS (Bijbelse vertelling IV) vervolg van pag. 387

naar Antiochië. En samen stellen de beide zendelingen in die steden Ouderlingen aan en stichten gemeenten. En God werkt door Zijn Woord en Geest en niets kan die werking tegenhouden. Geen haat, geen tegenstand, geen spot en geen laster. En de Christenen weten zich aan elkaar verbonden door hun geloof in de ene Zaligmaker en Verlosser, de Heere Jezus Christus.

En als Paulus en Barnabas in Antiochië alles verteld hebben, wat er gebeurd is op deze reis, dan eindigen ze niet met te zeggen, dat zij zo dapper en flink zijn geweest, maar dan geven ze God de eer: „En HIJ heeft ook voor de heidenen een deur des geloofs geopend."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1973

Daniel | 16 Pagina's

PAULUS BIJBELSE VERTELLING IV

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1973

Daniel | 16 Pagina's