IK BEN MIJN ZONDE MOE EN MIJN BEROUW
Ik ben mijn zonde moe en mijn berouw, Ik ben mij zelve moede en ik ben liet zoeken moe naar Ccd, dien ik niet ken, En dien ik toch zo gaarne kennen zou.
Ik ben mijn zwakheid moe en mijn verdriet, Mijn arbeid en mijn hoop en mijn genot, Maar bovenal het zoeken naar mijn God! — Ik ben het zoeken moede — maar God niet.
Hij ziet en kent mijn zonde en vergeeft Ze zeventig maal zeven maal en meer. Hij wil niet, dat mijn ziele sterft maar leeft. O, wonderbare goedheid van den Heer, Die naar zo moedeloos een ziel nog vraagt, Die alle dingen, en ook mij verdraagt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1973
Daniel | 20 Pagina's