JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE GEMEENSCHAP MET GOD EN VERWAARLOZING VAN ZIJN INZETTINGEN?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE GEMEENSCHAP MET GOD EN VERWAARLOZING VAN ZIJN INZETTINGEN?

4 minuten leestijd

„Wat zou de oorzaak zijn, dat sommige mensen, die zich kinderen Gods weten, zoveel bezwaar hebben tegen kerk en predikanten? Hoe kan het samengaan: geestelijke gemeenschap met God en verwaarlozing van Zijn inzettingen" zo luidt een binnengekomen vraag.

Men kan zich alleen een kind van God weten uit Gods Woord en door de Heilige Geest. Wij moeten van dood levend gemaakt worden. Van een kind des toorns door Gods genade tot een kind des Heeren worden aangenomen. Ik neem aan dat de vraagsteller zulke mensen als Gods kinderen aanmerkt. Nu zit hij met do vraag waarom sommigen van hen zoveel bezwaren' tegen kerk en predikanten hebben.

Wel, dat zou kunnen zijn omdat er in de plaats waar zij wonen geen zuivere bediening van woord en sacrament meer is; zo dat er van de ware dienst des Heeren nauwelijks meer iets te vinden is. Dan wordt God niet meer gediend en krijgen de mensen' stenen voor brood, waardoor hun zielen eeuwige schade lijden. In zo'n noodsituatie is het denkbaar dat iemand inderdaad thuis gemeenschap met de Heere hebben kan in Zijn woord en in het gebed.

Een tweede oorzaak kan zijn, dat iemand meent, dat Gods Geest niet meer werkt in cle kerk. Men zegt dan: het woord wordt nog wel gepredikt, maar zonder de Geest. De predikanten zijn maar letterknechten, zij hebben de Geest niet. Ten onrechte citeren zij clan de tekst: de letter doodt, maar de Geest maakt levend.

Nu kan het zijn, dat men in zulke kringen, die hier en daar in ons land nog zijn, is opgegroeid. Van huis uit weet men clan niet anders. Hier past ons voorzichtigheid. Mogelijk zijn er hier toch onder, die de Heere vrezen. Voorts kan men nog te goeder trouw dwalen.

Het komt echter ook voor dat iemand zich met een hoogmoedig en hard oordeal onttrekt aan de prediking en aan de sacramenten. Hooghartig veroordelen deze „onkerkelijken" predikanten en hun prediking. Zouden zij ook voor hen bidden? Een vrijgemaakt theoloog (art. 31) schrijft ergens: ik heb nergens meer hoogmoed gevonden dan in kringen waar men veel opheeft met de vijf „nieten" (ontleend aan Schortinghuis). Hoewel wij het liever bij Schortinghuis houden, verdient deze opmerking toch onze overdenking, voor ons zelf en voor genoemde onkerkelijken. En zouden zij weten dat dominees nogal eens kunnen tobben over hun eigen geesteloosheid? Die schamen zich wel eens voor hun preken. Ook tot hen komt wel eens het woord van Christus: „Ik heb uw werken niet vol bevonden voor God." Dat is de letter ciie hen doodt en daarom hebben zij Jezus hoe langer hoe meer nodig. Want Zijn Geest is het, die levend maakt.

Bethalve dat cle onkerkelijken zich onttrekken aan het woord, laten zij ook cle sacramenten na. En toch beweert men gemeenschap met God te hebben. Wij oordelen niet, maar hopen van harte dat dit zo is. In ieder geval kan ik in Gods woord geen grond voor onkerkelijkheid vinden. Hoewel het in Jezus' dagen met de bevindelijke prediking niet zo best gesteld was, lezen wij toch: en Hij ging, naar Zijn gewoonte, op de dag des sabbaths in de synagoge" (Luk. 4 : 16). In Iiebr. 10 : 25 staat: en laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel temeer, als gij ziet, clat de dag nadert".

De Heere bindt ons aan de middelen om gemeenschap met Hem te mogen' hebben. „Predik het woord". Het woord is het zaad der wedergeboorte èn het voedsel tot opwas in cle genade (1 Petrus 1 en 2). En van het sacrament zegt Hij: dcet dat tot Mijn gedachtenis." En van de ambtsdragers staat: acht hen zeer veel in liefde, om huns werks wil." (1 Thess. 5). De inzettingen van Christus kan men niet staffeloos verachten: de afvalligen wonen in het dorre" (Ps. 63 : 7). Vinden Gods kinderen zich niet terug in in Ps. 26: wat blijdschap smaakt mijn ziel, wanneer ik voor U kniel, in 't thuis clat Gij U hebt gesticht. Hoe lief heb ik Uw woning, cle tent o Hemelkoning, die Ge U ter eer hebt opgericht? "

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1973

Daniel | 20 Pagina's

GEESTELIJKE GEMEENSCHAP MET GOD EN VERWAARLOZING VAN ZIJN INZETTINGEN?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1973

Daniel | 20 Pagina's