PAULUS BIJBELSE VERTELLING III
Deze stad is een romeinse kolonie. Hier wonen soldaten, die in de legers van de keizer gestreden hebben en nu op hun oude dag genieten van hun „pensioen". Ze hebben van keizer Augustus een stukje land gekregen en mogen tot het eind van hun leven daar blijven wonen. Boven de poort van Antiochië staat een afgodsbeeld. Het heeft een lans in de hand en twee hoornen op zijn schouder. Dit is de Maangod van de Romeinen en de stad is aan deze god Lunus gewijd. Er wonen echter ook Joden in Antiochië en d.e beide zendelingen gaan op zoek naar de synagoge, die spoedig gevonden is. En op de sabbathdag, als de overste van d.e synagoge vraagt of de vreemdelingen soms eert woord willen spreken, laten ze hem niet lang nodigen. Paulus neemt het woord en vol vuur begint hij: Gij Israëlietische mannen' en gij, die God vreest, hoort toe!" O, de Joden hangen aan zijn lippen. Dat is nog eens taal naar hun hart. Hoor, hoe hij verhaalt van Gods grote daden in het verleden aan het volk van Israël gedaan. Hoe Jahwè dit volk heeft uitverkoren en hoe Hij het verloste uit Egypteland. Ja, ze knikken instemmend, ze horen immers ook tot dit volk! Maar als Paulus verder gaat en ze vertelt van Jezus van Nazareth, clan betrekt hun gezicht, dan schudden ze boos het hoofd. Wat zegt deze kleine, welsprekende man nu? Ge kunt nooit door de wet gerechtvaardigd worden, maar wanneer ge in Jezus van Nazareth gelooft, Die de zonde wil vergeven een ieder, die ze Hem belijdt, dan O, hoor nu toch eens, dan zal God u rechtvaardigen! Nee, met zo'n leer behoeft Paulus hen niet aan te komen. Hij mag dan ook de volgende sabbath niet meer in cle synagoge spreken. Dit evangelie is de echte Joden een ergernis. Gelukkig verwerpen niet alle Joden deze leer. Velen van hen en ook veel Jodengenoten, dat zijn godsdienstige heidenen, volgen de beide apostelen en vragen hun verder met hen te spreken. En cle volgende sabbath loopt bijna de hele stad uit om het Woord Gods te horen. Wat worden de Joden woedend. Ze zien kans om met behulp van enige aanzienlijke vrouwen en van de voornaamsten van de stad, de zendelingen Antiochië uit te drijven. En naar het bevel van Christus (lees maar eens in Markus 6 : 1) schudden Paulus en' Barnabas het stof van hun voeten en gaan moedig op weg naar Ikonium.
JUPITER EN MERCURIUS
Wat een reis vol gevaren en avonturen wacht deze gezanten Gods! Weer zo'n dikke tweehonderd kilometer, nu cloor een streek, die niet alleen berucht is door de dieven en rovers, die op jacht zijn naar geld en goed, maar ook door het hete klimaat, dat er heerst. In de koude nachten wordt menig reiziger overvallen door een hevige koorts, die in korte tijd de krachten sloopt. Maar de Heere bewaart Zijn knechten en veilig bereiken ze het doel van hun reis, cle stad Ikonium. Eerst prediken ze in de synagoge, maar als de ongelovige Joden de leer van het evangelie verwerpen, keren ze zich tot cle heidenen. Lange tijd blijven de zendelingen in deze stad, maar als cle ongelovig gebleven Joelen de heidenen opstoken en de laatsten verbitterd tegen Paulus en Barnabas te keer gaan, lopen ze gevaar om gestenigd te worden. De hele stad is in rep en roer. Dan overleggen de apostelen samen wat ze doen zullen en ze vluchten uit de stad! Wat? ! Vluchten? En ze vertrouwden toch op hun grote Zender? En dan toch vluchten? Ja, er staat immers: En zij alles overlegd hebbende..." Zouden ze niet aan cle woorden van de Heere Jezus gedacht hebben, die Hij sprak in Mattheus 10 : 23? „Wanneer zij u clan in deze stad vervolgen, vliedt in de andere " En zo komen ze in Lystra, een veertig kilometer ten zuiden van Ikonium, en verkondigen daar het Evangelie.
Wat een wonderlijke dagen' worden dat! Want onder degenen, die luisteren naar de woorden van Barnabas en Paulus, bevindt zich een kreupele man. Niet cloor een ongeluk, nee hij heeft nog nooit kunnen lopen. Stil luistert hij naar Paulus, die de blijde boodschap van het Evangelie brengt. Vol aandacht hoort hij verhalen van de wonderen, die de Rabbi uit Nazareth gedaan heeft. En langzamerhand groeil in hem het geloof om gezond te worden. Paulus heeft hem zien zitten, die ongelukkige man. En hij heeft gemerkt, dat deze verlamde zo vol aandacht naar hem luisterde. Vol blijdschap ziet hij, dat dit ongelukkige schepsel geloof heeft om gezond te worden. Duidelijk en met luide stem zegt hij: „In de Naam van Jezus Christus, sta recht op uw voeten? " En, o wonder! De kreupele springt op en lcopt!
(Wordt vervolgd)
J. W. v. d. Berg, Papendrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1973
Daniel | 20 Pagina's