DRIE EEUWEN FRANS PROTESTANTISME
3
en erkend bestaan krijgt de protestantse kerk 1802 van Napoleon, evenals een door hem oplegde kerkorde, die niet in overeenstemming is et het wezen van de kerk. Door politieke ontikkelingen rekent Frankrijk gebieden aan de nker Rijnoever tot de hare en ziet de aanwezige utheranen haar gereformeerde staatskerk vererken in een „Union des Eglises réformées".
De verhouding tussen de rotestanten on de rooms katholieken blijft gepannen. Na 1815 komt door het fanatisme an de „witte Jacobijnen" een gruwelijke vervoiïng in het zuiden. Achter de schermen staan de ezuïeten vanuit hun „geheime kleine seminaries" oorstanders van de absolute heerschappij van de - k. kerk op maatschappelijk terrein terzijde.
Ook de nieuwe koning Karei X streeft naar hertel van de oude toestand. Desondanks mogen de ervormden kerken bouwen en predikantsplaatsen stichten. Niet in eigen kracht, maar omdat de Heer van hun kerk sterker is dan de heer van de kerk der vijanden. Zó richten zij ook organisaties voor verspreiding van de Bijbel, voor zending onderwijs.
Werken der barmhartigheid worden boeiender naarmate men het rationalisme inruilt voor het „Réveil": ervaren van Gods genade, belijden van Christus' Godheid, Diens verzoenend lijden en sterven en de goddelijke inspiratie van de Heilige Schrift. De tegenstellingen worden in 1849 zo groot, dat het komt tot een „afscheiding".
De vrije, orthodoxe „Union des Eglises réformées évangéliques" en de vrijzinnige „Union des Eglises évangéliques libre". Daarnaast de Methodisten en Baptisten. De Lutherse kerken kennen een meer geografische scheiding; die uit Elzas-Lotharingen met de Geloofsbelijdenis van Augsburg en de resterenden uit 1' Eglise Lutherienne de France. Middelpunt van hun beider activiteit is Straatsburg. Na de oorlog 1870/71 wordt Elzas-Lotharingen Duits gebied en reorganiseren de Luthersen en de gereformeerden. Aan de gemeenschappelijke protestantse faculteit te Parijs komt de Parijse school tot bloei. Deze legt de nadruk o.a. op het symbolische karakter van de godsdienstige belijdenis.
Als in 1Ö05 een wet officieel kerk en staat scheidt, komen de protestanten in moeilijkheden door gebrek aan financiën, theologische scholing en versplintering. Roomse geestelijken komen ook onder invloed van liberale ideeën en vormen óf het Franse modernisme óf de steeds groeiende „Evadés" met een oecumenische „overloop" naar het protestantisme. Deze laatste beweging wordt na de Eerste wereldoorlog sterker. In 1938 sluiten zich Gereformeerden en Methodisten en Baptisten aaneen tot 1' Eglise réformée de France, de Hervormde kerk van Frankrijk, met zeshonderd gemeenten en 350.000 leden. Een kleinere groep gereformeerden blijft zelfstandig. Plannen ten aanzien van het sociale - , nationale - , en internationale leven, het jeugdwerk en de uitwendige zending worden wel voorbereid, maar de Tweede W.O. vertraagt de uitwerking ervan. Bij monde van Ds. Boegner heeft de kerk zich in die dagen wel herhaaldelijk uitgesproken — vooral tegenover de regering van Pétain in Vichy-Frankrijk — in verband met de Jodenvervolgingen. Ds. Boegner presideert op dat moment de gezamenlijke bijeengeroepen synodes en van 1948 tot 1954 de Wereldraad van Kerken.
Anderhalf procent Fransen is protestant, waarvan een kwart deel in en om Parijs
woont. Bearbeiding van allen wordt bemoeilijkt door de grote verspreiding, vooral in het noorden. Ten westen van de Rhöne kan men spreken van een bloeiend gemeenteleven, hoewel hier cle trek naar de steden ook in de kerk merkbare gevolgen heeft. Het zendingsbesef leeft sterk onder de Fransen, mede door steun vanuit Zwitserland. Ongeveer 250 zendingsmensen werken op Maclagascar, in Zuid-Afrika en in de Pacific. De uit de jeugdverenigingen voortgekomen „Cimade" (Comité intermouvement aide des évacués) verricht als voortzetting van het werk in de oorlogsjaren aan krijgsgevangenen, geïnterneerden en evacuées nog veel werk — zonder vast salaris — in gevangenissen, kampen met politieke delinquenten of buitenlandse vluchtelingen en rampgebieden. Het jeugd-en verenigingswerk is sterk uitgebreid door het besef van medeverantwoordelijkheid in het nationale leven nu de protestanten eindelijk min of meer uit het eeuwenlange isolement zijn gegroeid.
Qua theologische arbeid steunt de Franse kerk, na het zo krachtige, indringende getuigenis van Calvijn, op het buitenland. Zelf besteedt zij meer aandacht aan het uitgeven van boeken en geschriften voor verdieping van het innerlijke leven van de persoon, dan dat van ó.e kerk en prediking. Wel nemen Franse theologen aktief deel aan velerlei oecumenische gesprekken.
Vorig jaar schreef het R.D. in een artikel, dat het eenmaal per zondag bezoeken van de kerkelijke bijeenkomsten slechts door een tiende of zelfs maar een twaalfde deel van alle protestanten trouw wordt onderhouden; , .... de ontrouw en de afval zijn angstig groot en men vraagt zich af, afgezien van de geestelijke nood, hoe alles nog reilt en zeilt, temeer daar de predikantstraktementen geheel en al door de kerkleden zelf bekostigd moeten worden".
Aangezien ons onderwerp het Franse protestantisme behelst, mogen we het niet nalaten een en ander te vertellen over het protestantse centrum van retraite te Taizé.
Taizé, een protestants klooster ! ?
Ergens in Lausanne is een theologisch student de nieuwe dag begonnen met gebed. Na het volgen van cie colleges zoekt hij thuisgekomen weer eerst het aangezicht van God, samen met enkele vrienden. Zij praten nog wat met elkaa en na enige tijd van regelmatig samen komen, besluiten zij een soort lekenord te stichten. Deze krijgt de naam „D grote broederschap" en staat open voo een ieder die behoefte gevoelt zich ee ogenblik te bezinnen, te mediteren, t bidden of zich alleen maar terug t trekken uit de aardse beslommeringen De broederschap groeit en heeft drin gend behoefte aan een ruimere huisves ting. De oorlogsjaren 1939/'40 brengei met zich mee in het buurland Frankrij cle vertwijfelden te activeren in hun ver zet tegen de bezetter en eigen lijdelijke houding. In de omgeving van Cluny juister: in het bijna verlaten plaatsje Taizé, bieden de broeders onder de be zielende leiding van de man van het eerste uur, Roger Schutz, twee jaar lang onderdak aan vluchtelingen.!
Schutz' gezichtsveld is ruimer dan dat van velen in deze oorlogsjaren. Hij is in gedachten al in een onbezet Frankrijk aan het werk. Is er eenmaal vrede, dan moet er een broederschap komen, waar van de leden zich voor het leven gaan wijden aan de dienst van Jezus Christus in kerk en wereld. Tussen de bedrijven door studeert hij ijverig en weet zijn ideeën vast te leggen in een boekje: „Office Divin", waarin hij o.a gebeden heeft opgenomen uit de gehele kerkelijke wereld. In de zomer van 1941 krijgt hij versterking en in 1942 komen vanuit Genève nog eens drie studenten hem terzijde staan. Samen met intellectuelen en aibeiders openen en sluiten zij de dag met gebed en meditatie. Na 1944 opent Schutz een kindertehuis en neemt hij kontakten op met oude en nieuwe vrienden, o.a. met de priesters uit de omgeving.
Het is een plechtig ogenblik als op Paasmorgen 1949 voor de eerste maal broeders de gelofte afleggen. Zij beloven daarmee hun leven in dienst van God en de naaste te stellen, niet te trouwen, in gemeenschap van goederen te leven en zich onder e e n leidinggevende figuur te plaatsen. Vanaf 1951/'52 worden er regelmatig verschillende broeders uitgezonden als getuigen naar de mijnstreek, Marseille en verder: Parijs, Zwitserland, Duitsland, Algerije. Op kerkelijke feestdagen komen allen een week lang in Taizé terug voor bezinning. Taizé wordt een vormingscentrum. Schutz is hard aan het werk. Er moet een reglement komen. Met veel passen en meten, schrappen en toevoegen komt
woont. Bearbeiding van allen wordt bemoeilijkt door de grote verspreiding, vooral in het noorden. Ten westen van de Rhóne kan men spreken van een bloeiend gemeenteleven, hoewel hier de trek naar de steden ook in de kerk merkbare gevolgen heeft. Het zendingsbesef leeft sterk onder de Fransen, mede door steun vanuit Zwitserland. Ongeveer 250 zendingsmensen werken op Madagascar, in Zuid-Afrika en in de Pacific. De uit de jeugdverenigingen voortgekomen „Cimade" (Comité intermouvement aide des évacués) verricht als voortzetting van het werk in de oorlogsjaren aan krijgsgevangenen, geïnterneerden en evacuées nog veei werk — zonder vast salaris — in gevangenissen, kampen met politieke delinquenten of buitenlandse 'vluchtelingen en rampgebieden. Het jeugd-en verenigingswerk is sterk uitgebreid door het besef van medeverantwoordelijkheid in het nationale leven nu de protestanten eindelijk min of meer uit het eeuwenlange isolement zijn gegroeid.
Qua theologische arbeid steunt de Franse kerk, na het zo krachtige, indringende getuigenis van Calvijn, op het buitenland. Zelf besteedt zij meer aandacht aan het uitgeven van boeken en geschriften voor verdieping van het innerlijke leven van de persoon, dan dat van de kerk en prediking. Wel nemen Franse theologen aktief deel aan velerlei oecumenische gesprekken.
Vorig jaar schreef het R.D. in een artikel, dat het eenmaal per zondag bezoeken van de kerkelijke bijeenkomsten slechts door een tiende of zelfs maar een twaalfde deel van alle protestanten trouw wordt onderhouden; , .... de ontrouw en de afval zijn angstig groot en men vraagt zich af, afgezien van de geestelijke nood, hoe alles nog reilt en zeilt, temeer daar de predikantstraktementen geheel en al door de kerkleden zelf bekostigd moeten worden".
Aangezien ons onderwerp het Franse protestantisme behelst, mogen we het niet nalaten een en ander te vertellen over het protestantse centrum van retraite te Taizé.
Taizé, een protestants klooster ! ?
Ergens in Lausanne is een theologisch student de nieuwe dag begonnen met gebed. Na het volgen van de colleges zoekt hij thuisgekomen weer eerst het aangezicht van God, samen met enkele vrienden. Zij praten nog wat met elkaaB en na enige tijd van regelmatig samenB komen, besluiten zij een soort lekenordl te stichten. Deze krijgt de naam „Dl grote broederschap" en staat open vool een ieder die behoefte gevoelt zich eeil ogenblik te bezinnen, te mediteren, tJ bidden of zich alleen maar terug tJ trekken uit de aardse beslommeringen! De broederschap groeit en heeft drin-l gend behoefte aan een ruimere huisves-| ting. De oorlogsjaren 1939/'40 brenger! met zich mee in het buurland Frankrijk! de vertwijfelden te activeren in hun ver-l zet tegen de bezetter en eigen lijdelijke] houding. In de omgeving van Cluny, juister: in het bijna verlaten plaatsje Taizé, bieden de broeders onder de bezielende leiding van de man van het eerste uur, Roger Schutz, twee jaar lang onderdak aan vluchtelingen.)
Schutz' gezichtsveld is ruimer dan dat van velen in deze oorlogsjaren. Hij is in gedachten al in een onbezet Frankrijk aan het werk. Is er eenmaal vrede, dan moet er een broederschap komen, waarvan de leden zich voor het leven gaan wijden aan de dienst van Jezus Christus in kerk en wereld. Tussen de bedrijven door studeert hij ijverig en weet zijn ideeën vast te leggen in een boekje: „Office Divin", waarin hij o.a gebeden heeft opgenomen uit de gehele kerkelijke wereld. In de zomer van 1941 krijgt hij versterking en in 1942 komen vanuit Genève nog eens drie studenten hem terzijde staan. Samen met intellectuelen en arbeiders openen en sluiten zij de dag met gebed en meditatie. Na 1944 opent Schutz een kindertehuis en neemt hij kontakten op met oude en nieuwe vrienden, o.a. met de priesters uit de omgeving.
Het is een plechtig ogenblik als op Paasmorgen 1949 voor de eerste maal broeders de gelofte afleggen. Zij beloven daarmee hun leven in dienst van God en de naaste te stellen, niet te trouwen, in gemeenschap van goederen te leven en zich onder een leidinggevende figuur te plaatsen. Vanaf 1951/'52 worden er regelmatig verschillende broeders uitgezonden als getuigen naar de mijnstreek, Marseille en verder: Parijs, Zwitserland, Duitsland, Algerije. Op kerkelijke feestdagen komen allen een week lang in Taizé terug voor bezinning. Taizé wordt een vormingscentrum. Schutz is hard aan het werk. Er moet een reglement komen. Met veel passen en meten, schrappen en toevoegen komt
er een tot stand. Het blijkt een samenvoegsel van evangelie-woorden, voorschriften voor monniken uit het nabije en verre oosten en levensregels van de eerste Christengemeenten. Eenzelfde iclee werken de zusters van Grandchamp (Neuchatel, Zwitserland) uit.)
In 1960 huisvest Taizé ruim veertig broeders uit verschillende landen en calvinistische en lutherse kerken. Zowel in als buiten het centrum voorzien zij in hun eigen onderhoud en brengen de christelijke levenswandel in praktijk. In Taizé zelf legt men vele oecumenische kontakten; tracht men een weg te zoeken voor particuliere en plaatselijke noden.
Het zich uit de wereld terugtrekken en de drang om duidelijk het wezen van menselijk samenleven te leren kennen zijn voor do broeders van Taizé geen gescheiden wegen. Integendeel zij hopen hiermee vooroordelen weg te nemen, mensen te vormen en de hedendaagse mogelijkheden van de sociologie nader uit te werken.
Mocht bovenstaande nog geen aanleidinghebben gegeven tot het uiten van een zeker gevoel van onbehagen ten aanzien van een protestants klooster, .juist in onze dagen is er een storm van kritiek losgebarsten.
Prior Schutz heeft ergernis gewekt bij rooms-katholiek én protestant door over te hellen naar orthodox rooms-katholieke zijde. Zijn uitlatingen over de jongste bisschoppensynode staan d.e dialoog tussen de twee groepen in de weg. Hij is van mening dat do synode , .een nieuwe lente in de R.K. kerk inluidt" en het celibaat een versterking is om , , het zout der aarde te zijn". De maat is voor vele Franse protestanten vol.
Er is dan ook in wezen niets overgebleven van „protestantse" wijze van optreden. Vieringen van het Avondmaal (Eucharistie) met roomsen en grieksorthodoxen, allen gehuld in lange witte pijen, internationale jeugdbijeenkomsten ook met mohammedanen en boeddhisten en zelfs atheïsten zijn toch wel duidelijk tekenen aan cle wand.
De Franse miclden-orthodoxie distancieert zich van Taizé, stelt Schutz en de zijnen voor, zich maar terug te trekken uit protestantse kringen. De overige protestanten krijgen de raad zich er niet aan te ergeren, hoewel Taizé nog gevaarlijker is geworden dan een bolwerk van de rooms-katholieke kerk en er daarom niet genoeg tegen gewaarschuwd kan worden,
„bewaar het pand u toebetrouwd, een afkeer hebbende van het ongoddelijk ij del-roepen, en van d.e tegenstellingen der valselijk genaamde wetenschap; dewelke sommigen voorgevende, zijn van het geloof afgeweken. De genade zij met u. Amen". 1 Tim. 6 : 20-21.
Kort overzicht.
Vanaf 1493 zetten hervormingsdenkbeelden zich in Frankrijk vast en de protestanten van die dagen moeten strijd voeren om handhaving van bestaan en rechten onder vervolging en verdrukking. Deze vindt haar tragische hoogtepunt door o.a. de buitenlandse politiek in de Bartholomeusnacht (24 aug. 1572). De overgeblevenen trachten zich onder de aanvankelijke bescherming van Hendrik van Navarre te reorganiseren. Na zijn knieval voor de rooms-katholieke kerk zoeken zij bescherming bij de Hugenoten-adel en ontvangen het Edict van Nantes (1598). De absolute koningsmacht herroept het edict en na bloedige onderdrukkingen roept Lod. XIV in 1725 uit, dat er in zijn rijk geen protestant meer over is.
Hoofdfiguur in deze perioden zijn Renate (Renée) van Frankrijk en dominee Paul Rabaut. Ondanks het grote aantal martelaren mag deze predikant de verstrooiden bijeen vergaderen, het volksgeweten wakker roepen en de Nationale Vergadering van 1789 bezegelt vrijheid van godsdienst en geweten. Na de Revolutie gaat het binnen cle protestantse kerken minder goed, allerlei invloeden van buitenaf doen haar de oude paden verlaten. Er komen enkele oplevingen en tenslotte zegeviert d.e oecumene (toegespitst in het „protestantse klooster" te Taizé).
Geraadpleegde literatuur:
J. Naber, Uit de diepte naar de hoogte I / III, Haarlem 1917.
Dr. R, Schippers, Johannes Calvijn, Kampen 1959.
Ph. Erlanger, De Bartholomeusnacht, Baarn. 1963.
Jkvr. C. M. van Asch-van Wijk, Kerken uit vele landen, Aalten 1949.
K. 1-Ieussi, Komoendium der Kirchengeschichte, Tubingen 1931.
R. Schutz, Das Heute Gottes, Berlijn '61. Diverse encyclopedische werken en krantenartikelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1973
Daniel | 18 Pagina's