WENENDE VROUWEN
Als we de gehele lijdensgeschiedenis van de Heere Jezus lezen, wat zien we daarin dan toch uitkomen, dat Hij de pers alleen getreden heeft. Zijn discipelen hebben Hem verlaten. De overpriesters en schriftgeleerden hebben Hem aan Pilatus overgeleverd en het volk heeft geroepen: „Kruis Hem, kruis Hem!". En tussen twee kwaaddoeners wordt de Heere weggeleid om gekruisigd te worden.
Maar dan zien we toch, temidden van alle haat en nijd, nog enig meegevoel met Hem. Want er gaat een grote menigte van volk en van vrouwen mee op weg naar Gol. gotha. En deze vrouwen uit Jeruzalem wenen over de Heere Jezus en beklagen Hem. Zij denken eraan, hoe goed Hij altijd geweest is en hoeveel wonderen Hij heeft gedaan. Het is toch verschrikkelijk, dat Hij op Zijn bebloede rug het kruis moet dragen, waaraan Hij straks gehangen zal worden. Die vrouwen kunnen dat niet aanzien zonder in tranen uit te barsten. Maar rnet al hun tranen begrijpen zij toch niets van het lijden van Christus. En daarom wordt Zijn lijden door dit misplaatste medelijden nog verzwaard. Hij staat toch weer alleen.
En wat die vrouwen niet verwacht hebben, dat gaat nu gebeuren. De Heere keert Zich om en gaat hen bestraffen en waarschuwen: „Gij dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij, maar weent over uzelven en over uw kinderen". Hebben we er wel eens erg in gehad, dat de Heere Jezus hier voor het laatst het volk waarschuwt? Lange tijd heeft Hij gezwegen, maar nu spreekt Hij in deze vrouwen nog eenmaal tot het gehele volk. Hij voorzegt de zware tijden, die over Jeruzalem zullen' komen en die deze vrouwen met hun kinderen nog zullen meemaken. Hij zegt, dat het vreselijke tijden zullen zijn. Maar Hij laat ook merken, dat Hij Zelf vrijwillig en onschuldig gaat sterven om zondaren zalig te maken. Hij is de Held, bij Wie hulp is besteld. Daarom behoeven die vrouwen geen medelijden met Hem te hebben. Zij moeten om zichzelf en om hun kinderen denken. Want waar zullen zij moeten blijven in die bange tijden? En als zij moeten sterven, zal hun ziel dan gered zijn? Voor de laatste keer waarschuwt de Heere Jezus hen ernstig en liefdevol om toch voor God te buigen. „Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden? ". Dan trekt de droeve stoet verder naar Golgotha, waar de Heere Zichzelf gaat geven' tot een rantsoen voor velen.
Wij ontvangen in onze tijd nog veel zegeningen. De Heere is voor ons nog zo nederbuigend goed. Maar we weten niet, welke tijden we nog zullen beleven. We mochten maar veel voor de Heere buigen en Hem om hartvernieuwende genade smeken. En we mochten maar veel bezig zijn met de vermaning van de Heere Jezus tot de dochters van Jeruzalem: „Weent niet over mij, maar weent over uzelven en over uw kinderen. Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden? ".
Mej. W. den Hertog
Ik deed als Jeruzalems dochters weleer; Ik weend' om de pijn van mijn lijdende Heer', En dacht er niet aan, dat ik zelf door mijn schuld, Zijn kroon had gevlochten, . Zijn beker gevuld.
Maar toen mij Gods Geest al mijn schuld had ontdekt, Toen werd in mijn ziele de vreze gewekt, Toen voeld' ik wat eisen Gods heiligheid deed; Daar werd al mijn deugd een wegwerpelijk kleed.
(R. M. Mc Cheyne).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1973
Daniel | 18 Pagina's