JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DRIE EEUWEN FRANS PROTESTANTISME

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DRIE EEUWEN FRANS PROTESTANTISME

13 minuten leestijd

2

ijf dagen na het verschrikkelijke bloedbad •ijgt Renate vrijgeleide van de koning en ze sert zo snel mogelijk naar Montargis terug. In volgende jaren nemen haar krachten geleielij k af en ontslaapt zij in 1575. In haar testaient mag ze de verboden protestantse kerken iet gedenken. Haar geldelijke bezittingen' verlaakt zij aan haar bedienden en haar oudste [cchter Anna, die zoveel in het geheim voor ie hugenoten verricht, rft de overige bezittin-en. „Ik vermaan mijn kinderen", zo besluit Renate haar testament, „om onderling vrede en broederlijke liefde te bewaren. Ook bezweer ik hen in de naam des Heeren zich te bevlijtigen in het lezen en horen van Heeren Woord, daar zij daarin zullen vinden bron van alle troost en ware levensregels om te komen tot het eeuwige leven."

De „bloedbruidegom" Hendrik III schaart zich toch weer onder de hervormden. Op aandrang van o.a. Philips II én bevreesd voor protestantse troonopvolging vormen de roomsen de „Lique". Inmiddels weet cle koning, Hendrik III (Valois-De Médici), zijn naaste concurrent te laten vermoorden. Dit kost hem eveneens het leven, dat hem benomen wordt door een monnik (1589). Openlijk werpt Philips II zich nu in de strijd om de troon, waarop hij zijn dochter Isabella wenst. Dan moet Hendrik van Navarre (= koning Hendrik IV) eraf. Met hulp van de Republiek en Engeland houdt deze zich staande, hoewel Parijs haar poorten nog steeds gesloten houdt voor cle protestantse vorst, die er echter wel een mis voor over heeft („Paris vaut bien une messe") en... rooms wordt. Wel verleent hij in het Edict van Nantes volledige godsdienstvrijheid en gelijkstelling met als waarborg acht vrijsteden, o.a. La Rochelle. Hij en zijn opvolgers houden zich echter niet stipt aan alle beloften.

„Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen, indien wij verloochenen, zal Hij ook ons verloochenen." (II Tim. 2 : 12). Hem

Zijn deze woorden tot troost voor de verdrukten, ze worden ook bevestigd in het leven van de koning, die ondanks economische verbeteringen tegenstanders houdt, waaronder zijn r.-k. moordenaar (1610).

Samen met Kardinaal Richelieu, als Eerste minister, neemt Catharina cle Médici het regentschap op zich t.b.v. haar kleinzoontje Lodewijk XIII. De hugenoten krijgen het zwaar te verduren: La Rochelle valt in handen van regeringstroepen, andere vrijsteden moeten worden afgestaan, slechts de godsdienstvrijheid blijft. Dit blijft — tot ergernis van roomse geestelijken, die aandringen op intrekking van het Edict van Nantes — als Lodewijk IV, nog een knaap, zijn vader opvolgt in 1643. In Versailles komt een nieuw paleis met een schitterende hofhouding; handel en industrie worden uitgebreid en koloniën gevestigd, mede dank zij de inbreng van de hervormden. Onder druk van de Jezuïeten' tracht cle koning onder beloften en bedreigingen de protestanten te bekeren en trekt in 1685 het „eeuwig Edict" in. Velen vluchten. Nuttige werkkracht en waardevol kaptitaal verlaat met de réfugiés Frankrijk. In andere protestantse landen stichten zij de zgn. Waalse gemeenten.

In cle woeste Cevennes handhaven zich de nakomelingen van de Waldenzen en de

Albigenzen. Anderen schepen zich na een veldslag op voorwaarde van een aftocht in naar Engeland. vrijB I

Omdat de roomse geestelijken het kerkelijk en het burgerlijk leven beheersen, il iedere protestant „gevangen". Geboorte-aangifte betekent registratie, registratie! doop en doop roomse opvoeding. Weigering houdt in, dat het kind naamloos is, all buitenechtelijk wordt beschouwd en niet mag erven. Bij overlijden: verbeurdverklal ring van goederen en een „ezelsbegrafenis". Wie niet vast, geen heiligendagen houdtl zijn huis niet versiert op kerkelijke hoogtijdagen, een Bijbel, psalmboek of catel chismus bezit, heimelijk protestantse godsdienstoefeningen bezoekt, opgejaagden on-| derdak en' eten verschaft, wacht geldboete, galeistraf of opsluiting in 'n klooster Het kerkelijk leven is ontwricht, lijkt lam gelegd: voorgangers zijn verbannen of gedood, geen erediensten en vieringen van het Heilig Avondmaal, geen catechisatie geen onderwijs. Trots verklaart Lodewijk XIV „il n' y a plus Protestant en France".

„Dans le désert".

Marie is al jong weduwe, neemt getrouw de vadertaak in de geest van haar overleden man op zich. Dit is naar de geest van de woorden op de bijna stukgelezen blaadjes, die ze in handen geeft van haar zoon, Antoine Court. Woorden uit het verboden Boek. Hij wil meer weten, zijn moeder helpt hem zoveel zij kan. Hij bestudeert een overgeschreven catechismus en dat opent o.a. zijn ogen voor het gevaar van wanorde onder de overgeblevenen. Als zeventienjarige(ï) trekt hij van hut tot hut, een woord van bemoediging, vertroosting en geloofsversterking achterlatend. Zeils de galeien in Marseille bereikt hij. De ontmoeting met andere, door Gods Geest gedreven, rondreizende predikers leidt tot samenroeping van de eerste synode (21-8-1715) in een veriater steengroeve in de buurt van Nîmes. De verstrooiden moeten zich verenigen, ouderlingen kiezen, dezen belasten met toezicht en regeling van bijeenkomsten en jaarlijks hun gemeente laten vertegenwoordigen' ter synode. Ook wijzen zij na onderzoek predikers, voorzangers en - lezers aan. De gezinshoofden krijgen opdracht thuis iedere zondag levensgevaarlijke godsdienstoefeningen te houden. Maar hoofdzaak blijven de op onregelmatige tijden gehouden diensten in een rotsspelonk, uitgedroogde rivierbedding of verlaten' schaapskooi: in woeste plaatsen, dans le désert. Vanwege het gevaar houdt men de diensten eenmaal per week in dezelfde gemeente en niet langer dan vijf kwartier. Tegenslagen ondervindt men te over. Antoine is alleen overgebleven van de eerste-synodeleden. Lodewijk XV — eenmaal zelf koning — herhaalt in een edict ('24) de ruim honderd bepalingen. Boeten, terechtstellingen, opsluitingen in kloosters, wegvoeren van kinderen, galeistraffen zijn aan de orde van de dag. Antoine is inmiddels in Génève voor studie, evenals een uit Duitsland gekomen jongeman. Hij sticht er een eigen seminarie, waar aanstaande leiders (of lijders!) hun opleiding krijgen. Zo komt Paul Rabaut, die „thuis" reeds als 16-jarige voorging, ook op deze „école de mort" om in 1738 naar Nîmes te worden gezonden als hulpprediker, naast een oudere vriend van Court. Zijn vrouw deelt alle ongenoegens: het niet-geregistreerde huwelijk met een man wiens naam ze geheim moet houden en

inderen die dadelijk in handen van vertrouwde vreemden moeten worden gegeven, mdat ze niet mee kunnen zwerven.

Op een zondagavond gaat Rabaut voor in een bijeenkomst van 35 personen, men zingt en psalm en houdt het Heilig Avondmaal. Rondtrekkende troepen doen hem bij een ncler overnachten. Daarheen onderweg wacht hij in de schaduw van een muur tot Ie heldere maan schuilgaat. Als hij zijn kans schoon ziet, ontdekt hij, dat het bevuste pand bewaakt wordt en vindt onderdak aan de overkant. De volgende morgen vekt men hem al vroeg. Een detachement onderzoekt zijn oorspronkelijke schuil-)laats en de aangrenzende woningen. Hij mag ontkomen.

Zo is hij dag en nacht in de weer: de oogst is zo groot Komt hij net thuis na ; en tocht van acht of tien kilometer, dan wordt hij weer gehaald door anderen. , Thuis" : zijn beide dochtertjes sterven kort na elkaar, zijn vrouw is gevaarlijk dek en hijzelf tobt met zijn gezondheid.

Toch waagt men de bijeenkomsten openlijk te houden en duizenden(!) stromen toe. Er zijn dan ook nog maar een dozijn leraren. Met karren, wagens en koetsen brengt de „gemeente" haar ouden van dagen en gebrekkigen, die, al worden ze niet van hun lichamelijke kwalen verlost, daar wel de nodige heilmiddelen voor hun ziel kunnen vinden. Openlijk, omdat de legers zijn ingezet bij de Oostenrijkse Successie oorlog, komt in 1744 een landelijke synode bijeen, bestaande uit 10 predikers en 21 ouderlingen. Zelfs Court is overgekomen en niet in het minst om een afgedwaalde leraar toch weer te doen opnemen, maar ook om de zijnen weer te zien en te horen prediken voor duizenden op plaatsen, waar hijzelf vijf of zes hoorders had. Het Hugenotenbeginsel „Vreest God, eert de koning" vindt haar toepassing in het uitschrijven van een algemene vasten-en bededag voor de koning, het leger en de vrede.

Het einddoel lijkt bereikt. Zwakke rooms-katholieken worden tot ergernis van hun broeders overgehaald cloor helder opklinkend psalmgezang, verspreiding van boeken en de strenge tucht door de predikanten, die hun eigen geestelijken niet weten op te brengen. Tegenstanders beginnen nu te beschuldigen en te dreigen. Rabaut stelt in een schrijven aan de overheid dat het alles laster is en dat vele roomskatholieken getuigen kunnen van de oproep tot gehoorzaamheid en dat zeker de diensten niet mogen worden opgeheven om de Heere zó op een Hem welvallige wijze te dienen en de gelovigen te sterken.

Dit alles weerhoudt de koning niet bevelschriften zonder opgaaf van redenen uit te vaardigen (zgn. lettres de cachet). Hiertegen is geen beroep mogelijk en ze geven last tot opsluiting in kloosters, galeistraf, enz. Buitenlandse protestanten dienen binnen veertien dagen het land te verlaten'. In het bijzonder wordt jacht gemaakt op leraars. In Nimes moet een delegatie deze waarschuwingen persoonlijk komen aanhoren. Het antwoordt luidt: „Wij vernemen dit alles met verschuldigde eerbied, maar ons geweten verbiedt ons daarnaar te handelen." Immers, gedoopte kinderen zouden rooms moeten worden opgevoed en zouden zij zich later niet bij de kerk aansluiten', dan waren zij afvalligen met alle konsekwenties.

Rabaut preekt door onder de nachtelijke hemel: „Zo laat ons dan met Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende, want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende." De hoorders moeten een gezamenlijke boete van 1000 livres betalen. Door de willekeur waarmee de verschillende bisschoppen handelen raken de gevangenissen vol, worden honderden hervormden opgehangen en anderen gebrandmerkt. Menig — vaak nog jong — predikant eindigt zijn leven op het schavot. Rabaut zoekt veiliger oorden' voor zijn overgebleven vier kleine jongens, waarvan de oudste spoedig daarop aan de pokken sterft. Hijzelf blijft, ook al biedt Maastricht hem een predikantsplaats, omdat God hem in het hart gaf te blijven.

Als op zekere dag een pastoor dood langs de kant van de weg wordt gevonden en enige dagen later hetzelfde voorvalt in andere plaatsen, komt van regeringswege een markies om opheldering vragen. Rabaut heeft een rapport opgesteld over het gevraagde, en tevens van de gelegenheid gebruik gemaakt om er de klachten en grieven van de hervormden in te vermelden. Niemand blijkt bereid het rapport te overhandigen. Dan zadelt hijzelf een paard, verschuilt zich op een plaats waar de regeringsdienaar met zijn gevolg langs moet komen en roept met luider stem, dat hij iets heeft te overhandigen als eindelijk de koets nadert. De markies heeft de goedheid halt te laten houden, opent het portier, en neemt het stuk in ontvangst. Terwijl hij het zegel verbreekt, pleit Rabaut: „Zij, die het aangaat, wagen het te hopen, dat het door Uwe Excellentie gunstig zal worden overwogen."

„Wie zijt gij? " „Monsieur Paul, om u le dienen." „Dan zijt gij Paul Rabaut." „Dezelfde, om u te dienen." „Ik heb van u horen spreken" de markies buigt zich om in het maanlicht het geschrift te lezen, maar het is kennelijk te donker. Hij vouwt het weer op, steekt het bij zich en neigt het hoofd als ten afscheid.

„Goede reis", wenst hem Rabaut en verdwijnt zelf spoorslags, God dankende voor de goede afloop en Hem smekende de moeite te willen zegenen.

Vanwege het inrukken van de troepen komt er schijnbaar rust. Rabaut schrijft dit toe aan de indruk van zijn rapport. Nu komen meerdere leden de diensten bijwonen, ook de wankelmoedigen met rooms gedoopte kinderen en dito ingezegende huwelijken, zij het met schroom. Zij moeten dan ook anderhalf jaar boete doen, en schuldbelijdenis afleggen. Van de regering krijgen' de bisschoppen de opdracht de „nouveaux-convertis" (= hervormden) ook zonder hun handtekening op een formulier ter afzwering van hun protestantse godsdienst toe te staan kinderen te laten dopen en huwelijken te laten inzegenen. En ook clit alles bij te schrijven in de registers van de burgerlijke stand. Daarentegen zijn regering en kerk het er over eens dat de „pestes publiques", de leraren', gevangen moeten worden genomen. Hun vonnis ligt al gereed. Rabaut en de zijnen verschuilen zich in de vele grotten van Languedoc, onderhouden door boerenmeisjes en herderinnen, die de benodigde levensmiddelen in de zoom van hun rok meebrengen. Op die wijze brengen zij ook oproepen rond voor de nachtelijke bijeenkomsten en opgaven van de te zingen psalmen.

Ontvalt er een leraar, dan is het de Heere Zelf, Die het werk voortzet: twee, soms drie worden in Lausanne opgeleid en ingezegend om even later de verdrukten te bemoedigen. Nu men Rabaut zelf niet kan vangen vormt zijn vermoedelijke echtgenote een dankbare prooi. Het moet haast wel een dochter zijn van weduwe Gaidan uit de herberg van Madon Bechard. Op een kwade morgen, 't is nauwelijks drie uur geweest, zetten honderd soldaten de omgeving van de herberg af en doorzoeke deze. Rabaut noch zijn vrouw worde gevonden, wel de weduwe en een nich Niet wetende wat te doen, snelt ec bode weg om bevel van hogerhand t halen. Dit luidt: onverwijld in hechteni nemen', maar de dames zijn via geheim gangen allang vertrokken.

Volgens de wet bestondei de drie miljoen protestan ten nog steeds niet. Om te voorkomen dat zij een staa in de staat gaan vormen bepleiten roomsen en liberalen scheiding van burgerlijke en kerkelijke administratieve macht. De protestanten worden voorlopig ontzien', tot onverwacht ergens een leraar wordt gegrepen en terechtgesteld, gevolgd door een drietal Calas beticht men ervan zijn zoon, die zelfmoord had gepleegd, te hebben ge-! dood wegens diens voornemen over te gaan tot de R.-K. kerk. (J. Overduin: Tragedie in Toulouse, Kok, Kampen) Rabaut wordt bedreigd met strenge straffen wegens schriftelijk verzet tegen deze zaak. Ook Voltaire, beslist geen sympathisant van de hervormden, schrijft vanuit 't buitenland rake artikelen inzake deze gerechtelijke moorden. Nu komt het verborgen lijden in het openbaar en velen bezoeken de bijeenkomsten ook eens. De regering is zo tolerant zelfs de tot cle galeien' veroordeelden los te laten of vrij te laten kopen. Anderzijds laat zij echter toch nog toe kinderen te laten oplichten bij „lettres de cachet". Bedehuizen mag men niet bouwen en tijdens de diensten moet men ± vier uur staan of op de harde grond zitten, omdat het meebrengen van banken en vouwstoeltjes verboden is.

Rabaut Saint-Etienne mag in 1765 zijn vader terzijde staan in Nimes, waar de jongste zoon in de handel is gegaan. Rabaut wordt te oud voor rondtrekkend evangelist en afgevaardigde van de hervormden in Parijs. Onder bewaking, en een daardoor uiterst omzichtig gevoerde corresepondentie, mag junior het overnemen. In een vergadering van notabelen spreekt een markies zich uit tegen het machtsmisbruik van de regering tegen een deel der Christenheid.

(Vervolg op pag. 326)

DRIE EEUWEN FRANS, PROTESTANTISME (vervolg van pag. 318)

Een bisschop valt hem bij: „Ik acht het beter samenkomsten in bedehuizen, dan in de open lucht en erkende, geordende leraars zijn te verkiezen boven ongeordende predikers." De regering houdt zich doof. Eerst als de Derde stand als Nationale Vergadering in 1789 niet uiteen dreigt te gaan vóórdat er een grondwet is, waarin Rabaut St. E. o.a. recht op vrijheid van godsdienst en geweten voor iedere staatsburger verlangt, stemt de regering toe. In '91 is de wet gereed. Met de val van de Girondijnen eindigen de twee oudste zonen van Rabaut hun leven op het schavot, ook laat Robbespierre hun oude vader opsluiten. Na zijn eigen val komt Rabaut vrij om te sterven en voor eeuwig vrij te zijn.

„ en die Hij geroepen heeft, deze heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, deze heeft Hij ook verheerlijkt." (Rom. 8 : 30b).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1973

Daniel | 24 Pagina's

DRIE EEUWEN FRANS PROTESTANTISME

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1973

Daniel | 24 Pagina's