AUGUSTINUS EN DE PSALMEN
Augustinus, die zeer ontvankelijk was voor muziek, heeft ontdekt dat mooie muziek de gewijde woorden gemakkelijker tot zijn gemoed doet doordringen. Maar, acht hij, het gevaar is aanwezig, dat de muziek in de waardering hoger komt te staan dan de woorden, en dit beschouwt hij als genieting van het vlees, waarin hij aanvankelijk ongemerkt zondigt. En dan gaat hij voort:
„Soms echter tracht ik alle lieflijke melodieën waarop de Psalmen van David gezongen plegen te worden, van mijn oren en van de kerk zelf verre gehouden zou willen zien; en veiliger schijnt me dan wat ik mij herinner dikwijls te hebben horen vertellen van de Alexandrijnse bisschop Athanasius, die de voorlezer de Psalmen met zo geringe heffing en daling van de stem deed voordragen, dat het meer leek dat hij ze uitsprak dan dat hij ze zong. Maar wanneer ik me dun weer de tranen herinner, die ik vergoot bij het kerkgezang in cle eerste tijd van het terugwinnen van mijn geloof, en bedenk, dat ik ook nu niet geroerd wordt door het gezang, maar door de inhoud van het gezongene, wanneer dat gezongen wordt met zuivere stem en op een geheel bij de inhoud passende melodie, dan erken ik weer het grote nut van deze instelling".
Uit de „Belijdenissen" van Augustinus, boek 10, hoofdstuk 33.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1973
Daniel | 24 Pagina's