DRIE EEUWEN FRANS PROTESTANTISME
We zijn in het zestiende-eeuwse Frankrijk. Koning Lodewijk XII is overleden en laat twee dochtertjes (reeds zonder moeder) achter. Claude (15) zal moeten huwen met zijn, op jacht beluste, opvolger Frans I. Zij sterft vrij jong. Haar zusje Renate wordt toevertrouwd aan een streng godsdienstige hofdame: ichelle de Saubonne. Na veel (politieke) huwelijksaanzoeken trouwt ze met 'n Hercules d' Este uit Ferrara. Moeilijk laat ze Frankrijk los, draagt ook in Italië de Franse nationale klederdracht. Haar erfgoed Bretagne moet ze aan de koning afstaan, in ruil voor zijn bruidsschat Chartres, Gisors en Montargis. 't Ergst mist zij de zuster van cle koning, Margaretha van Navarre, met haar troostend woord, literaire kunst en „nieuwe leer" van de Reformatie. Samen met de bij haar> gebleven Michelle zet Renate zich vanaf dat moment in voor de aanhangers van deze leer. In hun vervolging en onderdrukking troost puttend uit Rom. 8 : 17b „zo wij anders met Hem lijden, opdat wij met Hem verheerlijkt worden".
Door het aanschouwen van vreselijke tonelen op de Parijse strafplaats zoekt een veelbelovend jong geleerde de verdrukten op. Ongewild wordt hij hun leider, en moet, terwijl hij bezig is met het opstellen van het kort begrip over cle inhoud van het Evangelie: „Institution Chrétienne", zelf vluchten onder de schuilnaam Charles d' Espeville. In Ferrara hoopt hij rust te vinden, zijn Institutie af te maken, mag zelfs preken' aan het hof bij Renate. Zij beweegt zich steeds meer onder Hervormers die geen scheiding maar restauratie van eigen kerk voorstaan. Zo raakt ook zij in de stampvolle Dom onder d.e prediking van monnik Oehino verslagen van geest, in tranen van berouw. Haar man bespeurt de verandering. pleegt overleg met de paus, en eist volledige breuk met Frankrijk van haar.
Ochino predikt, ondanks herstel van de Inquisitie: „Hij, D: o u zonder uw toedoen geschapen heeft, zal Die u ook niet zonder uw toedoen zaligmaken? " Haar vroegere gast, Calvijn, doet in een geheime correspondentie een beroep op haar persoonlijke verantwoordelijkheid en niet zonder uitwerking. Velen helpt zij over de Alpen' te vluchten, gaat niet meer ter biecht en verzuimt de mis. Hercules laat haar nu afzonderen en hun dochters in een klooster plaatsen. In handen van de Inquisitie gevallen moet ze haar reformatorisch geloof afzweren. Op het sterfbed van haar man moet ze zweren de relatie met Calvijn te verbreken. Deze vergelijkt de eed met die van Herodes aan zijn dochter en schrijft „Met deze gelofte hebt gij gezondigd en God beledigd".
Haar oudste zoon Alfonso stelt haar voor cle keus: zich te vcegen' naar de roomse kerk, of het land te verlaten. Zij verkiest het laatste, omdat, schrijft ze Calvijn, ze in haar vaderland zoveel meer hoopt te kunnen doen voor de Hervormden. „Ik wil u flechts verzoeken van woonplaats te veranderen zó, dat ge dan God ook met een goed geweten kunt dienen", luidt zijn antwoord. Op Montargis terug blijkt Calvijn niet zonder reden te hebben gewaarschuwd. De vijftienjarige Frans II zit op de troon, bijgestaan door zijn moeder Catharina de Medici en de protestantse koning van Navarre. Dit lijkt gunstig.
Tijdens zijn regering houden de protestanten te Parijs een synode, men stelt een geloofsbelijdenis op en voor cle toekomst een kerkelijk reglement. Er komt zelfs een
Franse psalmberijming en bijbelvertaling. Alles echter langs de weg van strenge geheimhouding. Immers, de rechtmatige — protestantse — troonopvolgers Anton van Navarre en Lodewijk Condé (deze is ter dood veroordeeld) zijn door list en bedrog door de De Guises verdrongen. Op een afkeurend woord over de mis, verspreiding van een ketters geschrift, psalmzingen en Schriftlezen' staat gevangenschap en gruwzame folterdood.
Vanuit Montargis verbonden door het geloof met haar buren, de familie De Coligny, en als schoonmoeder van De Guise, die trots is op het koninklijke bloed van zijn vrouw, tracht Renate vergeefs — te bemiddelen. Catharina de Médici wenst voor alles de macht van de Bourbons en De Coligny te breken. Aan de vooravond van Condé's terechtstelling sterft plots Frans II en wordt Catharina regentes voor haar minderjarige zoon Karei IX. De Coligny weet inmiddels in de Staten Generaal vrijheden voor de hugenoten te verwerven. *) In de door hem, Condé of Renate bewoonde vertrekken van het paleis houdt men godsdienstoefeningen. Renate blijft op haar hoede en vertrekt weer naar de reeds door Karei V gebouwde burcht Montargis bij het gelijknamige plaatsje aan een zijrivier van de Loire. Daar kent ze geen moment rust: restauratie van geschut, valdeuren, schiet-en kijkgaten, installatie van een kleine bezetting, hulp aan hugenoten en bescherming van de rechten van de roomsen. Calvijn berispt haar over dat „buigzame", maar geeft zich gewonnen als hij verneemt, dat Montargis een toevluchtsoord is, waar zelfs avondmaal, doop en huwelijksinzegeningen plaats vinden.
Samen met sterke vrienden verzetten de De Guises zich heftig tegen ondertekening van het edict met zeer geringe vrijheden voor de hugenoten. Philips II koopt Anton van N. om, Catharina laat afweten en de afvallige Hendrik van Navarre meent vroom, dat het de roeping van Gods Kerk is zich te laten slaan. Béza dient hem van repliek: ...„denk eraan dat het een aambeeld is, waarop vele hamers zijn afgesleten!"
Met een lafhartige overval op een in een schuur vergaderde groep protestanten te Vassy geeft de Guise het sein tot moorden op grote schaal. De Seine en Loire veranderen gelijk de wateren van Egypte tijdens de eerste plaag.
Ondanks herhaaldelijk vermaan van Calvijn alleen geestelijke tegenstand te bieden, verzamelen zich ordeloze groepjes op weg naar Parijs. Ten einde raad nemen Condé en De Coliny toch maar de leiding en bezetten Orléans. Onmiddellijk ontslaat Catharina Gaspard en volgt Hendrik de Guise hem op als bevelhebber van de Koninklijke troepen. Hoewel heer en meester langs de Loire, en de weg naar Parijs open', aarzelen de hugenoten te lang. Gebrek aan strijdlust en geld dwingt hen meerdere steden weer te ontruimen. In Orléans wordt Condé weer gevangen, andere leiders sneuvelen, Montargis zelfs tot rooms bolwerk verklaard en velen van Renate's beschermelingen (± 600) worden wellustig vermoord. Renate negeert het bevel naar elders te vertrekken: als koningsdochter staat zij voor de zaak van de vervolgden'. De bevelhebber aarzelt, vraagt nadere orders en moet haastig naar Orléans waar F. de Guise door een sluipschutter dodelijk verwond is. God beschermt de zijnen, ook al gaat het nog zo fel. Condé moet een geheim verdrag met Catharina sluiten, de Coligny is woedend, maar legt zich op dringend verzoek van Calvijn neer bij „de vrede van Amboise".
De Coligny wordt gezien als aanstoker tot moord en als zodanig aangeklaagd door de weduwe, Renate's dochter. Predikanten keren terug en gaan weer voor in hun gemeenten om deze te hoeden' voor verbittering. Iets dat Renate moet ondervinden als zij — aan haar verplichtingen voldoend — meetrekt met het koninklijk gezin. Meermalen het gezelschap vooruitreizend laat zij giften in geld. en boeken, Bijbels, psalmberijmingen en preken van Calvijn achter.
Eenmaal terug op Montargis sticht zij een school, die uitgroeit tot een college met o.a. opleiding in theologie en' oude talen.
Terwijl Alva in de Nederlanden zijn bloedige maatregelen neemt, huurt Catharina Zwitserse hulptroepen en doet een mislukte poging om Condé en De Coligny op te laten lichten. Dezen ontkomen op het nippertje naar La Rochelle, het protestantse bolwerk. Buitenlanders tonen hun medeleven in bededagen en collecten en het zenden van hulptroepen. Condé sneuvelt, Coligny's Chatillon gaat in vlammen op, Orléans bestormd en hervormden doodgestoken of in de gevangenissen verbrand. De in wanhoop naar buiten geworpen kinderen worden opgevangen door pieken en hellebaarden of teruggeworpen in het vuur. Hoe beestachtig wreed is de mens in de macht van satan. Montargis vangt vele vluchtenden op. Karei IX eist van Renate ze onmiddellijk weg te zenden. Deze weet voor de ruim 400 zwakken en zieken huifkarren en koetsen te be-
machtigen. Onderweg valt men in een hinderlaag, knielt neer ter voorbereiding op het einde, als een tweede groep verschijnt. Vijanden of...? Hun gezongen gebed, Psalm 31, wordt verhoord. Het blijken vermomde hugenoten die hun belagers weten te verslaan. Zodra Catharina „zekere belangstelling" bemerkt bij buurman Philips II inzake haar binnenlandse moeilijkheden sluit ze de „vrede van St. Germain": algemene amnestie, vrijlating krijgsgevangenen, recht op godsdienstoefeningen in steden en burchten en een onpartijdige rechtspraak met als onderpand vrijsteden voor de hugenoten. Allerwege haalt men ruimer adem. Renate waagt zich in Parijs ter bijwoning van het huwelijk van haar kleinzoon en nogmaals op uitnodiging van de koning ter gelegenheid van het huwelijk van zijn zuster Margaretha met Hendrik van Navarre.
Zaterdagavond 23 augustus 1572 wijst Catharina haar zoon op de schone, door God gegeven' kans „zich te bevrijden van die pest": „De Admiraal haat u, u en uw huis, mij, mijn Heer en de anderen". Karei aarzelt, moeder prikkelt zijn jaloezie en... de bloeddorst is gewekt. „Goed dan! In Gods naam, doe het! Maar clan allemaal; iaat er niemand overblijven om mij later verwijten te doen", schreeuwt hij.
Te middernacht neemt de feestdag van de heilige Bartholoméus een aanvang. Omringd door zijn vrienden, ds. Merlijn en de Zwitsers van de koning van Navarre, wordt De Coligny tegen vier uur opgeschrikt. „In naam van de koning, doe open".
De deur wordt, opengetrapt. Twee huurlingen van De Guise stormen binnen. „Ben jij de Admiraal niet? " „Dat ben ik...", een speerstoot legt hem het zwijgen op. Als ze hem uit het raam gooien tracht hij zich vast te grijpen aan het raam, valt dan neer voor de voeten van Hendrik de Guise, die hem tegen het gezicht schopt. Zijn keten wordt afgerukt, een bediende brengt het afgehakte hoofd naar het Louvre, waar de koning zich verdiept in zijn „spel": schieten op al wie langs komt. Hij pocht als het raak is. De moordenaars met witte banden om de arm en een kruis op cle hoed sparen niemand: „Sla dood, voor God en de koning!".
De koning is bloeddorstig waanzinnig. Zijn vrouw werpt zich voor hem op knieën. Hij laat haar terugbrengen naar haar kamer. haar
De pauselijke nuntius stuurt een verslag naar Rome. „Alle hugenoten zijn in de pan gehakt, de oorzaak daarvan was cle brutaliteit van de ketters en de tartende houding van hun leider(s)". Gregorius XIII gloeit van geestdrift en geeft opdracht om vreugdevuren' te ontsteken. In de Lodewijk-kerk dankt hij de Hemel plechtig, „niet alleen de koning van Frankrijk, maar evenzeer zijn gehele koninkrijk en de Heilige Stoel te hebben verlost van het gevaar dat hen bedreigde als De Coligny zijn plannen zou hebben uitgevoerd: Karei IX te vermoorden en zich tot koning te laten uitroepen". Het wordt een feestdag met dankdiensten, gedenkpenningen', kanonschoten en een opdracht voor een fresco om de taferelen te vereeuwigen.
30 Augustus laat de koning alle bevelen om de hugenoten te bestraffen intrekken.
De Parijzenaars zijn moe, op het schoelje na, dat volhoudt tot oktober. Mag het in de stad rustig worden, in de provincie begint het pas. Daar vallen onder beulshanden ongeveer twintig duizend mannen, vrouwen en kinderen. Béza: „Heere, Gij hebt deze dingen gezien; Gij zult erover richten".
*) Over het ontstaan van de naam Hugenoot tast men in het duister. Is het een geheimzinnige schuilnaam, afgeleid van het Hollandse huisgenoot, of afgeleid van de naam van de leider der Eidgenossen: Hugues, of herinnert de naam aan de „huguenots de réligion", een godsdienstige groepering? Zeker is, dat men na 1560 er in het algemeen de protestanten mee aanduidt. Dezen gebruiken de scheldnaam als eretitel.
Het hugenotenkruis wijst in ieder geval op de rijkdom van de christenen en op hun geweldige roeping. Het (maltezer) kruis: un (onze) enige hoop. De acht punten van het kruis verwijzingen naar de Zaligsprekingen uit Matth. 5 : 3-10: rmoede van geest, treuren, zachtmoedigheid, hongeren en dorsten naar cle gerechtigheid, barmhartigheid, reinheid van hart, vredestichten en bereidheid vervolging te lijden. De krans om het kruis wordt gezien als de vier lelies, die moeten uitdrukken de trouw aan het gezag en aan het kruis van Christus. De knopjes aan de krans zijn als cle vlammen van de Heilige Geest. De duif is het teken van de Heilige Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1973
Daniel | 16 Pagina's