DE VIETNAMESE KWESTIE II
Vietnam wordt het strijdtoneel der grote wereldmachten.
De strijd in Vietnam begon steeds ernstiger vormen aan te nemen. Het Bevrijdings-'rcnt maakte zich schuldig aan terreurdaden; in 1960 vermoordde ze per dag gemiddeld 26 Zuid-Vietnamezen. Ze koos haar slachtoffers uit de elite-burgers, om iet volk zoveel mogelijk te beroven van leidinggevende personen. De guerrilla's ladden het vooral voorzien op functionarissen van de regering van Diem, waardoor velen vreesden in overheidsdienst te treden. Niet minder dan 40.000 burgers werden door hen gekidnapt en naar het noorden gevoerd. Anderzijds bedreven ook politie en leger van Diem afschuwelijke wreedheden tegenover hun politieke gevangenen.
De Vietcong werd in zijn revolutionaire acties steeds meer gesteund door Noordvietnamese troepen. Tussen 1959 en 1981 hadden zich reeds 5500 a 6500 manschappen uit het noorden in de strijd in Zuid-Vietnam gemengd. Dit is zondermeer een daad van agressie, die werd georganiseerd en gedirigeerd door Noord-Vietnam, met de steun van communistisch China. Wanneer de Noord-Vietnamezen allen tegelijkertijd cle grens waren overgekomen om een openlijke, gewapende aanval te ondernemen, zoals de communisten dat in 1950 in Korea gedaan hadden, dan zou niemand in de vrije wereld er aan getwijfeld hebben, dat cle aanval op Vietnam agressie was.
In Vietnam kwam de tegenstander echter in kleine eenheden de grens over, om een intensieve guerrillastrijd te gaan voeren, zoals Mao Tse Toeng dit in China tegen Tsjang Kai Sjek gedaan had. Zuid-Vietnam moest de proef op de som zijn van deze succesvolle oorlogstechniek. Generaal Giap, cle aanvoerder van het Noordvietnamese leger, heeft eens gezegd: „Als de speciale manier van oorlogvoeren, die de Amerikaanse imperialisten in Zuid-Vietnam beproeven, onder de knie is, clan kunnen zij overal ter wereld worden verslagen." Een andere uitlating luidt: „De ervaring van onze landgenoten in Zuid-Vietnam trekt de aandacht van de gehele wereld, met name van de volken van Zuid-Amerika."
Door deze ontwikkeling in de Vietnamese kwestie werd de toestand voor de regering in Saigon zo kritiek, dat president Kennedy in 1961 besloot 15.000 militairen naar Zuid-Vietnam te zenden, om het leger van Diem bij te staan. Beide presidenten Diem en Kennedy, werden in dezelfde maand, in november 1963, vermoord. Onder Kennedy's opvolger, de pas overleden president Johnson, is de strijd uitgegroeid
tot een afschrikwekkende oorlog, waarbij de gehele wereld indirect betrokken' raakte. Beloofde Johnson tijdens zijn verkiezingscampagne in '64 nog, dat hij , , geen jonge Amerikanen 15.000 km ver van huis zou sturen om daar te doen wat jonge Aziaten zelf moeten opknappen", de harde werkelijkheid was dat in 1968 ruim een half miljoen Amerikanen in Zuid-Vietnam stonden. Sinds 1965 namen Amerikaanse grondtroepen deel aan de gevechten en werd Noord-Vietnam gebombardeerd om de aanvoer van wapens en manschappen van het noorden te verhinderen.
Door deze escalatie van de strijd, deze verscherping en uitbreiding van de oorlogsactiviteit, werd de kritiek op het Amerikaanse optreden zowel buiten als in Amerika steeds groter. Men vergat bij deze eenzijdige kritiek echter, dat Noord-Vietnam bij deze aanvalsoorlog voortdurend gesteund werd door massale wapenzendingen uit China en' Rusland. De oorlog was derhalve geen strijd van het grote Amerika tegen het kleine Vietnam, maar tegen de twee communistische grootmachten wat de wapens betrof en tegen Noord-Vietnam, dat de manschappen leverde. Wanneer China en Rusland hun wapensteun gestaakt hadden, dan zou dit het einde van de oorlog' betekend hebben!
Het probleem van vele dienstplichtige militairen.
Op den duur werd de Vietnamese oorlog voor velen in Amerika een obsessie, een gezwel dat de gehele samenleving doortrok en waarvan men zich, hoe dan ook, zo snel mogelijk wilde bevrijden. Vele ouders zagen met gemengde gevoelens hun zoons naar het Vietnamese slagveld gaan, daar zij niet konden begrijpen hoe in de jungle van Vietnam de belangen van hun land gediend werden. Dit onbegrip, de eenzijdig in de publiciteit gebrachte oorlogsmisdaden die helaas vooral in een guerrillastrijd veelvuldig voorkomen, als mede de linkse propa ganda tegen deze „vuilt oorlog" brachten vel« Amerikaanse dienst plichtigen in gewetensnood. Ze vroegen zich ai of deze oorlog geoorloofd was en of zij er hun medewerking aan mochten verlenen. Velen' onttrokken zich aan de verantwoordelijkheid die hen door de regering was opgelegd en deserteerden of weigerden dienst. We kunnen begrip opbrengen voor de interne spanningen en voor de problemen, waarmee deze jongelieden worstelden'. Desertie en dienstweigering kan echter niet getolereerd worden; voor degenen die zich daaraan schuldig maken gelden onvermijdelijk de strenge regels van de krijgstucht. Het opkomen in militaire dienst is een redelijke verplichting die de overheid de jonge mannen op moet leggen, opdat het vaderland in tijd van nood geen weerloze prooi van de vijand zal worden. Wanneer de regering meent dat het leger in een' bepaalde oorlog moet worden ingezet omdat, zoals in de Vietnamese kwestie, men door zijn bondgenootschap met dit land (Amerika en Zuid-Vietnam zijn beide lid van de Z.O.A.V.O.) of door cle bedreiging van de vrije wereld hiertoe verplicht is, dan heeft een dienstplichtig soldaat hierin zijn overheid te gehoorzamen. Zelfs de Duitse soldaat, die in de Tweede Wereldoorlog door Hitier werd ingezet in zijn onrechtvaardige veroveringsoorlogen, mocht zich niet aan zijn verplichting onttrekken. Welk een dwaze situatie zou er ontstaan, wanneer elke militair de vrijheid kreeg om te bepalen of de te voeren oorlog voor hem aanvaardbaar is of niet. De krijgsmacht van een land dat zijn onderdanen deze vrijheid geeft, boezemt ons niet veel vertrouwen in.
Wél is elke militair verantwoordelijk voor de wijze waarop hij de oorlog voert. Hij mag niet deelnemen aan het zinloos moorden en gebruiken van geweld, dat ook duidelijk in strijd is met het oorlogsrecht. Wanneer zijn superi-
euren hem daartoe opdracht geven, is het zijn plicht hiertegen te protesteren en dit ; onodig te weigeren. Graag wil ik toestemmen dat de situatie meestal gecompliceerder : al zijn als dat ik ze hier voorstel.
Naar een bestendige vrede?
Op verzoek van de redactie ben ik op bovenstaand probleem wat uitvoeriger ingegaan. Het is in één artikel onmogelijk de Vietnamese oorlog in al zijn facetten te behandelen. We hebben getracht met name de controversiële punten te belichten en willen thans nog iets zeggen van de jongste ontwikkelingen.
Op 10 mei 1988 begonnen in Parijs de vredesonderhandelingen', die tenslotte geleid hebben tot het bestand dat op 28 januari j.1. is ingegaan. In deze jaren is het karakter van de oorlog sterk gewijzigd: president Nixon voerde een vietnamiseringspolitiek in, waarbij de Zuid-Vietnamezen steeds meer de rol van de Amerikaanse troepen overnamen. Vele Amerikanen keerden huiswaarts, waardoor de kritiek op de oorlog sterk verminderde. Wel werd het oorlogsterrein uitgebreid tot Laos en Cambodja, om de Noord-Viestnamezen te beletten hun bondgenoten en hun strijdkrachten via cle Ho-Tsji-Minhroute, een netwerk van oerwoudpaden, te versterken en te bevoorraden.
Deze vietnamiseringspolitiek heeft wel vruchten afgeworpen. Vorig jaar april ontketenden de Noord-Vietnamezen een verrassende en overweldigende aanval op Zuid-Vietnam. De meeste Amerikaanse legereenheden waren reeds teruggetrokken en de achtergebleven militairen namen niet meer aan de grondstrijd deel. De Zuid-Vietnamezen hebben met hun leger van één miljoen man, geholpen door de Amerikaanse luchtmacht, dit Paasoffensief met succes afgeslagen; de communisten hebben' daarbij zeer grote verliezen geleden.
De besprekingen in Parijs hadden een uitermate traag verloop. Eerst hebben de deelnemers maanden getwist over cle vorm van de conferentietafel; ze werden het tenslotte met elkaar eens over een ronde tafel met een' groen kleed, zonder vlaggen en strepen. De communisten bemoeilijkten jarenlang de zich voortslepende gesprekken. Men kon niet tot een compromis komen, daar Hanoi en Washington twee geheel verschillende doeleinden nastreven: Hanoi ziet zijn ideaal bereikt als er één herenigd communistisch Vietnam zou ontstaan, terwijl Amerika wil dat Zuid-Vietnam zijn toekomst bepaalt door vrije verkiezingen in het zuiden. De Boeddhisten, de Rooms-Katholieken, de sekten, alle voornaamste elementen in het Zuitvietnamese politieke leven, de Vietcong uitgezonderd, zijn n.1. in overgrote meerderheid anti-communistisch. Zowel bij het gewelddadige Tet-(boeddhistisch nieuwjaars-) offensief in 1968 als bij het misdadige Paasoffensief vluchtten de Zuit-Vietnamezen voor de Noord-Vietnamese troepen, in plaats van hen als bevrijders te verwelkomen'.
Dat het de Amerikaanse onderhandelaar Henry Kissinger thans gelukt is een akkoord tot stand te brengen, is vooral een gevolg van de diplomatieke toenadering van Amerika tot China en Rusland. Nixon heeft deze twee grootmachten handig tegen elkaar uitgespeeld door respectievelijk te dreigen met een Amerikaans-Russisch en een Amerikaans-Chinese coalitie. Daardoor moesten Peking en Moskou Hanoi in de steek laten, waardoor haar gevechtskracht uitgeput raakte.
President Nixon sprak over een broze vrede; wij kunnen deze woorden onderschrijven, vooral daar volgens de bestandsovereenkomst de 145.000 Noordvietnamese militairen in Zuid-Vietnam blijven. Het land is thans een lappendeken van militair en politiek gezag. De hele kaart van het land is bezaaid met enclaves, corridors en territoria, die öf door de communisten öf door de regeringstroepen worden beheerst. Hoe kan een volk met zoveel buitenlandse troepen in het land over zijn eigen lot beschikken? Zolang de Noordvietnamese troepen niet worden teruggetrokken' achter de militaire bestandslijn, is er slechts sprake van een schijnvrede.
Het volk van Vietnam moge de onafhankelijkheid, de vrede en de welvaart gewinnen, waarnaar het zo lang en zo moeizaam heeft gestreefd. Vele groten der aarde hebben direct of indirect hun invloed uitgeoefend op het bereiken van dit akkoord. We mogen echter wel bedenken dat zij slechts nietige radertjes zijn geweest, clie mede moesten werken om het plan uit te voeren, dat God van eeuwigheid heeft vastgesteld. Dat plan loopt uit op de komst van Zijn Koninkrijk, waarbij Hij al Zijn vijanden zal verdoemen en Zijn Kerk zal opnemen in de hemelse blijdschap en heerlijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1973
Daniel | 16 Pagina's