DE GENERALE SYNODE
De breedste kerkelijke vergadering.
Volgens het Gereformeerde kerkrecht zijn er gewoonlijk vier kerkelijke vergaderingen, waar ambtsdragers samenkomen, nl. de kerkeraad, de classis, de partikuliere synode en de generale synode. De kerkeraad bestaat uit de ouderlingen en de diakenen van de plaatselijke gemeenten. In de classis komen predikanten' en ouderlingen samen van een aantal naburige kerkeraden. In de partikuliere synode komen de ambtsdragers samen van een aantal classes uit een gewest. De generale synode bestaat uit de afgevaardigden van de partikuliere synoden.
In onze Gereformeerde Gemeenten zijn er 153 gemeenten die 12 classes vormen. Verder zijn er vier partikuliere synoden, die éénmaal per jaar vergaderen' en deze vier partikuliere synoden komen gewoonlijk eenmaal in de drie jaar samen in een generale synode, die meestal te Utrecht gehouden wordt.
De Generale Synode is dus de breedste vergadering van ambtsdragers. Vroeger toen de kerk in ons land nog één was en er nog geen afscheidingen plaatsgevonden hadden, sprak men ook wel van Nationale Synode. Bekend is de grote en roemrijke Nationale Synode van Dordrecht in 1618-1619. Nu spreken we echter van generale synode. De naam generaal heeft thans de betekenis dat de kerk in haar breedste kerkelijke vergadering samenkomt. Met nadruk spreekt het gereformeerde kerkrecht van de breedste vergadering en niet van de hoogste vergadering, zoals bij de rooms-katholieke kerk. De R.K.-kerk kent de
De naam generaal heeft thans de betekenis dat de kerk in haar breedste kerkelijke vergadering samenkomt. Met nadruk spreekt het gereformeerde kerkrecht van de breedste vergadering en niet van de hoogste veradering, zoals bij de rooms-katholieke kerk. De R.K. -kerk kent de
hiërarchie d.i. de rangorde van waardigheidsbekleders, lagere en hogere geestelijkheid, waarbij de één boven de ander staat en een hogere ambtsdrager zeggenschap heeft ever een van een lagere orde. In de verschilendle kerkelijke vergaderingen komen dan hogere en lagere ambtsdragers, waarbij dan de ene kerkelijke vergadering boven de andere staat.
Dit kent het Gereformeerde kerkrecht niet, omdat predikanten, ouderlingen en diakenen de enige ambtsdragers zijn die zitting hebben in de kerkeraad. Via een trapsgewijze verkiezing van classis - partikuliere synode hebben de predikanten en de ouderlingen uit de kerkeraden zitting in cle generale synode. Daarom is de generale synode wel de breedste kerkelijke vergadering, omdat de leden er van uit de gehele kerk samenkomena
De oorsprong van de Generale Synode is in Gods Woord te vinden', nl. in Hand. 15, waar ons verhaald wordt van het Apostelconvent te Jeruzalem. Omdat er in de ontstane nieuw-testamentische gemeenten in Klein-Azië behoefte was om gezamenlijk ever bijzondere en moeilijke gevallen te spreken, werden er ouderlingen naar Jeruzalem gezonden om met de aanwezige apostelen te besluiten wat er gedaan moest worden. De besluiten die te Jeruzalem genomen werden, waren een bindend besluit, een dogma, voor al de plaatselijke gemeenten.
In de Schrift is dus de oorsprong van de Synode te vinden, want in het Apostelconvent werd een wijze aangewezen hoe een kerk moet samenkomen om verordeningen te maken die tot nut en zegen zijn voor alle gemeenten. De Gereformeerden zagen in het voorbeeld van het Apostelconvent een goddelijk recht waarop een synode rust. De grote kerkrecht-deskundige in ons land, prof. Voetius te Utrecht (1589 - 1676) sprak er van: „Het positief goddelijk recht der meerdere vergaderingen blijkt uit de praktijk en het voorbeeld der apostolische regering in Hand. 15, welk voorbeeld door de Heilige Geest is goedgekeurd en daarmede ons ter navolging is voorgeschreven, waarmede dan ook alle christelijke theologen het wettig gebruik en het gezag der synoden plegen te bewijzen."
De oorsprong van de synoden is dan ook te zoeken in de bewustheid van de eenheid der gemeente in Christus. Elke plaatselijke gemeente is zelfstandig en heeft het recht orde en regel te stellen voor haar eigen gemeente. Maar daar alle ware gelovigen en alle gemeenten één zijn in Christus, haar Hoofd en Koning, zijn wij ook gehouden met andere gemeenten een eenheid te zoeken en te bewaren wat betreft de orde in het gemeenteleven en de beslissingen die op grond van Gods Woord in de eenheid des geloofs genomen moeten worden. Deze eenheid zal ook dienstbaar zijn tot de verdieping en verbreding van de kennis Gods en de plaatselijke gemeente en de opbouw daarvan. Juist om de eenheid in het Hoofd en de Koning Jezus Christus is er een opdracht voor iedere plaatselijke gemeente om niet apart en alleen te blijven staan. Het is een goddelijke inzetting om samen te komen om elkaar met raad en' steun te dienen; ook voor de handhhaving van het recht Gods en de bestrijding van valse leer en zondige praktijken waaraan elke gemeente bloot staat.
Historische wording.
De Reformatie, en vooral de Gereformeerden, waren van meetaf overtuigd dat er een geordend kerkelijk leven nodig was naar de eis van de Schrift. Dit was ook Calvijn's mening, hoewel Genève te klein was om een classis of synode te houden'. Daarom werden daar naast de vergaderingen van d.e kerkeraad wel predikantenvergaderingen gehouden.
De eerste generale synode werd gehouden in Frankrijk. De gemeente van Parijs kreeg de opdracht voor een kleine predikantenconferentie maatregelen te nemen tot het samenroepen van een' synode. En zo kwamen temidden van de felle vervolging de afgevaardigden in 1559 samen in de voorstad van Parijs, St. Germain. Daar werden de zaken der Franse gemeenten geregeld en een belijdenis en kerkorde opgesteld.
Ook in de Nederlandse gemeenten werd vanaf het begin de behoefte aan een organisatie van de gemeenten verstaan. De gemeenten onder het kruis in de Zuidelijke Nederlanden kwamen vanaf 1563 herhaaldelijk samen. Op het Convent van Wezel in 1588 werden de algemene regels voor het kerkelijk leven ontworpen, zodat in 1571 te Emden in Noord-Duitsland de eerste Nationale Synode kon vergaderen. Ze moest buiten onze landsgrenzen gehouden worden, omdat het niet mogelijk was in eigen land wegens de vervolgingen onder Alva. Marnix van St. Aldegonde, die ouderling
was le Antwerpen, kreeg de opdracht deze eerste Synode samen te roepen. En in zijn oproepingsbrief schreef hij: „Ter eeren Godes almachtich en tot opbouwing Sijner lieve Gemeynte."
Het moge opgemerkt worden, dat men niet samenkwam om één te worden, maar wel omdat men één was in belijdenis, kon uit deze belijdenis en op grond van de eenheid in de belijdenis nadere regels voor de kerk verordend worden. Alle plaatselijke gemeenten zijn zelfstandig binnen de grenzen van haar bevoegdheid en iedere gemeente heeft het recht orde en regel te stellen voor eigen gemeente, maar de gemeenten zijn vanwege het één zijn in Christus ook geroepen die eenheid zoveel mogelijk in praktijk te brengen door gezamenlijk het leven en welzijn der gezamenlijke gemeenten te ordenen. Dit dan op grond van de Schrift en de gemeenschappelijke belijdenis. Dit was het principe waar men van uitging en dat ook later steeds weer werd gehandhaafd.
Na Emden 1571 zijn de belangrijke eerste synoden gehouden te Dordrecht 1574 en 1578, te Middelburg 1581, te 's-Gravenhage 1586 en de grote beroemde synode van Dordrecht in 1618-19. De besluiten die op deze eerste synoden zijn genomen, zijn altijd een bron van zegeningen' geweest ook voor later, tot op de dag van vandaag toe. (Ze zijn samengebundeld in het „Kerkelijk Handboekje" dat door Ds. G. H. Kersten is uitgegeven. Nu nog verkrijgbaar bij Uitgeverij „De Banier" te Utrecht).
Besluitvorming op de Generale Synode.
Zoals de orde van de kerk aangeeft voor het nemen van besluiten, moeten deze met meerderheid van stemmen geschieden, indien Gods Woord geen duidelijk uitsluitsel geeft. Ze moeten wel genomen worden na voldoende diskussie, opdat de problemen eerst aan alle zijden zoveel mogelijk besproken en belicht worden. Aan de beslissing der meerderheid moeten de gemeenten zich onderwerpen. Toch kan men de kerkelijke besluiten, die op de meerdere of bredere vergaderingen genomen worden, dus ook van de Generale Synode, onderscheiden in ordebepalingen en consciëntiebindende bepalingen.
De ordebepalingen of middelmatige dingen zijn de zaken, die niet uitdrukkelijk in Gods Woord worden voorgeschreven en ook niet rusten op een duidelijk voorbeeld van de apostelen.
Consciëntiebindende bepalingen moeten echter ten volle gegrond zijn op duidelijke uitspraken in Gods Woord. Het zijn bepalingen die een stuk van de ware godsdienst uitmaken. In de besluiten over de ordebepalingen of middelmatige dingen moet altijd een zekere vrijheid blijven. Het zijn meer aanradingen en adviezen zonder een strikt bindende kracht. Bij consciëntiebindende bepalingen is het anders, clan moeten zij „voor vast en bondig" gehouden worden (art. 31 D.K.O.).
Maar in twee gevallen verliezen ook deze besluiten haar geldigheid nl. wanneer het bewezen kan worden als in strijd te zijn met Gods Woord of tegen een bepaling die in de kerkorde is vastgelegd. Wie echter bezwaard is, omdat men meent dat een besluit genomen is in strijd met Gods Woord, moet dit kunnen aantonen. De bezwaarde moet proberen de kerkelijke vergadering te overtuigen, waarbij dan beide partijen zich moeten laten leiden door het beginsel dat zij beiden willen' buigen voor Gods Woord en de belijdenis. Het leidend beginsel mag nooit zijn: stijfhoofdigheid of heerszucht, wel het recht van Gods Woord en de liefde Gods. De bezwaarde moet beginnen op kerkelijke wijze zijn bezwaren kenbaar te maken. Wel moet er bij zulke consciëntiebindende aangelegenheden het uiterste gedaan worden om binnen het kerkverband te kunnen komen tot een oplossing van het geschil. Komt de zaak niet tot een vergelijk, dan kan er drieërlei plaatsvinden:
a. De bezwaarde konformeert zich aan de uitspraak (en schikt zich er naar) door het het besluit feitelijk te erkennen, hoewel hij in zijn consciëntie het er niet mee eens is.
b. De kerkelijke vergadering kan toepassen het recht van tolerantie (voor dulden en verdragen), maar onder voorwaarde dat het afwijkend gevoelen van de bezwaarde niet openlijk door hem wordt gepropageerd.
c. Kan de Generale Synode echter niet toelaten dat de uitvoering' van een besluit nagelaten wordt, dan is het beter voor een gemeente of voor een persoon uit het kerkverband te treden.
Natuurlijk mag dit laatste nooit om een' kleinigheid gebeuren. Het moet wel uiterste noodzaak zijn en een zuivere gewetenszaak. Het mag nooit gaan om kleinigheden, omdat een kerk altijd onvolmaakt blijft. Toch heeft het Gereformeerde kerkrecht altijd gehandhaafd dat een gemeente en een persoon het kerkverband kan verlaten als door de genomen besluiten van de generale synode het niet meer mogelijk is om der gewetenswil in de kerk te blijven. Er blijft een vrijheid van de christen om naar Gods Woord en de belijdenis zelf een beslissing te nemen. Maar het mag niet lichtvaardig gebeuren en het moet wel de uiterste consciëntie zijn, het moet niet anders meer kunnen.
In de Gereformeerde Gemeenten.
Ook onze gemeenten komen volgens art. 50 van de Dordtse Kerkorde eenmaal in de drie jaar in generale synode bijeen. Zij is van grote betekenis voor de kerk, vooral voor die zaken die de gehele kerk aangaan, zoals zending, opleiding van de predikanten, kerkbouw, jeugdzorg, behartiging van de belangen d.er militairen, voor hulpverlening in bijzondere noden, bejaardenzorg, enz.
Omdat de generale synode maar éénmaal in drie jaar samenkomt, worden er deputaatschappen benoemd, die in het tijdvak tussen' de synoden in deze zaken verder kunnen regelen. De richtlijnen ervoor worden op de generale synode gegeven en op elke volgende synode moet ieder deputaatschap een rapport verdienen van de werkzaamheden die er verricht zijn. Hierdoor blijven ook deze deputaatschappen staan onder d.e toezicht van de generale synode en dus ook onder cle toezicht van de gehele kerk. Volgens het Kerkelijk Jaarboek 1972 zijn er nu zeven van dergelijke deputaatschappen.
Daarnaast is er ook nog het curatorium van de theologische school, dat op cle generale synode wordt benoemd. Zij is eigenlijk ook een deputaatschap, dat do zorg is opgedragen van de opleiding van de a.s. predikanten. Ook moet zij toezicht houden cp de benoemde docenten, die het onderwijs geven.
In het kort kunnen we zeggen, dat het de taak is van de generale synode te handelen' over de leer, de regering van de kerk en over alle dingen, die op een classis en partikuliere synode niet afgehandeld kunnen worden. Niet iedere gemeente of enig deel mag in deze zaken naar eigen goedvinden handelen. Maar omdat iedere gemeente, volgerïs het Gereformeerde kerkrecht, zich in principe vrijwillig heeft aangesloten bij het kerkverband, is zij ook gebonden te handelen wat de gezamenlijke gemeenten oordelen wat nuttig en goed is voor de orde en tucht van cle kerk. Niet dat de beslissingen van een generale synode onfeilbaar zijn (dit is het rooms-
katholieke standpunt) maar wel dat de minderheid zich moet richten naar de meerderheid (art. 31 D.K.O.).
Bezwaren tegen de besluiten' van de Generale Synode kunnen altijd weer langs kerkrechtelijke weg ingebracht worden, opdat wat verkeerd besloten is, later weer recht getrokken kan worden.
Op één zaak wil ik tenslotte nog wijzen, die belangrijk is voor onze generale synode. Volgens het Gereformeerde kerkrecht moeten op de synoden altijd een gelijk aantal predikanten en ouderlingen aanwezig zijn. Dit principe heeft zijn oorzaak daarin dat men' geen dominokratie (predikantenheerschappij) mag hebben. Dit ruikt teveel naar de roomse hiërarchie, de alleenheerschappij van „de geestelijkheid". Door gebrek aan predikanten was het in onze gemeenten altijd zo, dat het juist andersom was. Er waren altijd meer ouderlingen aanwezig dan predikanten. Gelukkig is dat nu veranderd. Op de synode van 1985 waren er voor de eerste maal 18 predikanten en 18 ouderlingen aanwezig.
De laatste jaren zijn er geen 36 afgevaardigden, maar 40 synodeleden aanwezig, waarvan er dan 20 predikant zijn en 20 het ambt van ouderling waarnemen. Dit is een verblijdende en gunstige ontwikkeling. Niet alleen omdat er meer predikanten zijn in onze gemeenten (nu bijna 50), maar ook omdat de evenredige vertegenwoordiging van predikant-ouderling op de generale synode het gehele kerkelijke leven en de algemene ordening daarvan ten goede komt en tot zegening is. Moge dit zo bestendigd blijven'.
Ds. K. de Gier 's-Gravenhage.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1973
Daniel | 16 Pagina's