OORLOG ....EN VREDE
Niets wordt tegenwoordig meer gevreesd, verafschuwd en verworpen dan de oorlog.
Er is weinig waardoor de mens zich zo bedreigd voelt. De oorlog is in de 20e eeuw geworden tot een schrikbeeld. De mens is in staat zichzelf met z'n atoomwapens in één klap te vernietigen. En de mens weet dit. Wijlen president Kennedy schreef destijds: „Er moet een eind worden gemaakt aan onze wapens, voordat ze een eind maken aan ons." Houdt dat in dat we alle wapens maar aan de kant moeten gooien, omdat de Bijbel ons leert dat we onze naaste moeten liefhebben als onszelf? Kunnen we het met ons geweten overeenbrengen dat we middelen maken om daarmee 200 miljoen naasten uit te roeien?
In de Westeuropese theologenwereld groeit een toenemend besef dat het zo niet langer gaat en men dringt aan op afschaffing van alle kernwapen's. We dienen te strijden voor de vrede. Maar om welke vrede gaat het eigenlijk?
Een blik terug.
Oorlog is er altijd geweest. Zolang de geschiedenis van de mensheid bestaat is dat een geschiedenis geweest van strijd en' oorlog. Vanaf het uitwijzen uit het paradijs tot nu toe zijn er oorlogen en geruchten over oorlogen.
De kerk heeft vanaf de eerste eeuwen van haar geschiedenis over het oorlogsvraagstuk nagedacht. Augustinus zet ons op „twee wegen". Aan de ene •kant legt hij er de nadruk op dat een christen niet van deze wereld is, maar een bewoner van het rijk Gods en als zodanig een man des vredes. Aan de andere kant erkende hij dat men als inwoner van deze wereld mede bezig is en verantwoordelijk is voor de gang van zaken van het land waarin men woont. Op die manier is het denkbaar een! oprecht christen te zijn en toch mee de oorlog te voeren.
De reformatoren Luther en Calvijn hebben ook deze gedachtengang gevolgd. Beiden gingen ervan uit dat „alles in het werk moet worden gesteld om de strijd te voorkomen". De mens heeft de plicht de samenleving te beschermen, „waarbij het zwaard slechts het laatste redmiddel mag zijn".
Een blik vooruit.
Het oorlogsvraagstuk van vandaag is lang niet dat van vroeger. Sinds het buskruit en het dynamiet uitgevonden zijn en' de oorlog a.h.w. met de techniek is meegegroeid is ook het oorlogsvraagstuk tot een onvoorstelbare omvang uitgegroeid.
Vroeger was de soldaat in gevaar, maar de burger was ver verwijderd van de frontlinie. Vóór de tweede wereldoorlog was het gebruik van wapens, gericht op de burgerbevolking, bepaaldelijk in strijd met het volkenrecht. Maar als er nu een oorlog zou losbreken, zou dat onherroepelijk inhouden' dat én burger én militair werd getroffen. Vernietiging van de steden met haar burgerbevolking, inclusief vrouwen
en kinderen. Bepaalde slagvelden zijn er niet meer. Alles wordt op een moment een slagveld. bepaald
We moeten daarom spreken van een „totale oorlog". Ook het oorlogsmateriaal is „totaal" geworden: de oorlogsvoering met de zgn. n.b.c.-wapens. Met nucleaire, biologische en chemische wapens richt men niet van te voren te berekenen schade aan. Hier liggen aspecten van de moderne oorlogsvoering, die vroeger niet aanwezig waren:
a. de invloed van de strijd op de niet bij de oorlog betrokken neutralen', enz.
b. de invloed van de strijd op het nageslacht.
De nog niet geborenen, op wie door de straling invloed wordt uitgeoefend, hebben geen stem in het kapittel. De neutralen wel.
Hoe moet je als christen er tegenover staan?
Zoals de meningen vroeger verdeeld waren, zo ook nu.
Sommigen zeggen: oorlog is als een straf van Gods hand; de wereldheerschappij is in Gods hand. Je kunt daar moeilijk iets aan veranderen. Het is ontegensprekelijk een Schriftuurlijke waarheid, dat deze wereld vanwege de zonde onder het rechtvaardig oordeel Gods ligt. Het is de lankmoedigheid en de verdraagzaamheid Gods dat de gehele wereld nog niet is vergaan. Het is de schuld van de mens dat er oorlogen zijn. Het is niet Gods schuld dat wanorde in de wereld heerst. God is niet de auteur van de zonde. De mens is er de oorzaak van dat de oorlog reeds in het paradijs begon.
De pacifist probeert ook in het bijbelse vaarwater te komen door zich te beroepen op het Bijbels gebod om niet te doden. Dit gebod stellen ze onvoorwaardelijk; alle andere overwegingen maken ze er ondergeschikt aan.
Maar geven deze meningen een oplossing? Kun je zeggen: oorlog voeren is kwaad en de zaak op z'n beloop laten is goed? En: oorlog is zonde, we mogen er niet aan meedoen?
Is aan ons mensen niet de verantwoordelijkheid gegeven om te doen wat onze hand vindt om te doen? Je komt dan in ieder geval, niet terecht in de hoek van de eenzijdige ontwapening. We zijn er niet klaar mee als we het gebod om niet te doden alleen verstaan dat we zelf geen wapens ter hand mogen nemen.
Als we dat doen, geven we de vijand (het communisme) de gelegenheid zijn slag te slaan en we geven ons over aan de macht der zonde. Als we eenzijdig ontwapenen en „in vredesnaam" (welke vrede? ) maar lijden, geven we voet aan de duivelse macht van het kwaad, die zich op allerlei manieren probeert breed te maken. Een aspect dat de pacifist niet ziet. Worden we onder de voet gelopen door de communisten, dan zullen we de kerken moeten verlaten om, als het mogelijk is, in de catacomben verder te gaan.
Dan is het vandaag, haast in tweeërlei opzicht, nog de „tijd van genade": een ruimte die ons gegeven wordt om die ook met elkaar te gebruiken:
a. De autoriteiten krijgen met elkaar de gelegenheid om tijdens besprekingen (Salt besprekingen) te komen tot bevriezing van de strategische bewapening.
b. Is het niet de taak van een christen de krachten die het menselijk leven' bedreigen gezamenlijk in bedwang te houden? Hebben we niet een dure plicht, als kerk, in gebed tot God te smeken om onheilen af te weren?
Want waar het in feite op aankomt is niet dat wij het kernwapen niet gebruiken, maar dat het niet gebruikt wordt. Dat de Koning der koningen, Die over alle ding regeert, en de harten der machthebbers „neigt als waterbeken", lijkt op het politieke vlak allemaal nauwelijks een rol te spelen.
Toch is het een dimensie, ja dè dimensie waaruit een christen moed put zijn taak in dit leven te voLbrengen. Het geheel is niet in de handen van de machtigen der aarde, maar van Hem, Die gezegd heeft: „Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde". Die ook zei: „Mijn vrede geef Ik u, Mijn vrede laat ik U". Hij wil Zijn vrede en gerechtigheid zien in ieders persoonlijk leven en daardoor in de verhoudingen tussen de volken.
Gespreksvragen:
1. Kun je de vragen van oorlog en vrede los zien van de algemene zondigheid van de mens?
2. Hoe zie je de taak van een legerpredikant?
3. In welk licht moet je die vele oorlogen van Israël in het O.T. zien?
door geloof, sterven aan de zonde (Rom. 6 : 2)? In onze tijd van welvaart en gemakzucht vervallen wij zo licht tot een leven uit goedkope genade. Maar de Heere verkondigt ons dat wij onszelf moeten verloochenen, ons kruis op ons moeten nemen en achter Hem moet dragen', willen wij zijn discipelen zijn.
Ik kon daar geheel mee in stemmen. Ik ben daarna Zondag 33 van onze Heidelberger Catechismus met nieuwe ogen gaan lezen. Wat staat het daar radicaal: De waarachtige bekering bestaat in de afsterving van de oude en de opstandingvan de nieuwe mens.
Het is duidelijk dat het hier gaat om bezorgdheid omtrent de verwereldlijking die in de kerk onrustbarend toeneemt. Er is veel verwijt van allerlei kerkelijke groeperingen over en weer. Men wijst naar elkaar en heft de vinger waarschuwend naar elkaar, maar er is zo weinig verootmoediging om eigen' schuld: Ik heb gedaan dat kwaad is in Uw oog. Berouw en boetvaardigheid worden gemist en dat is een van de grote kwaden die het geestelijk leven verschralen en zelfs geheel afwezig doen zijn. Dat is een van de drie bacillen. Dode orthodoxie.
Hier ligt dacht ik altijd weer de kern. Het werk van de Heilige Geest maakt indruk. Dat werk heeft zelfs op de mens, die van de wereld is, invloed. Er staat in Handelingen 2 dat toen de eerste gemeente in Jeruzalem de vruchten van het werk des Geestes openbaarde er vreze kwam over alle ziel. Het werk des Geestes behoeft geen propaganda, want het geeft getuigenis van zichzelf.
Geestes - werk.
En dat is nu hetgeen ons bezwaar meet zijn tegen veel wat onder cle noemer opwekkingsbeweging wordt samengevat. Want in veel opwekkingsbewegingen gaat het om cle bijzondere gaven van de Geest zoals men clat noemt. Dus om het spreken in tongentaai en genezingen op het gebed. Extatische toestanden. Dingen die in de eerste gemeenten voorkwamen, welke echter door Paulus minder geacht werden dan het eigenlijke werk van de Heilige Geest. En dat eigenlijke werk van de Heilige Geest, in Zijn bijzondere bediening, clat is allereerst overtuigen van zonde. Dat werk is verootmoedigend en vernederend. Om zondag 33 nog een keer te noemen: het is het afsterven van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens. En het afsterven van de oude mens is een hartelijke droefheid dat ik God door mijn zonde vertoornd heb en een haten en' vlieden van de zonde. Van dat werk van de Heilige Geest geven de boetpsalmen van het oude testament zulke indrukwekkende voorbeelden. Daarvan spreekt ook Paulus in zijn brieven steeds, wanneer hij van het wonder schrijft dat God nu naar zo'n mens wilde omzien. En het tweede werk dat daarmee samenhangt is dat cle Geest Christus zal verheerlijken. Die zal Mij verheerlijken. En dat werk is zo geheel anders dan we lezen van de Jesus Movement en van allerlei opwekkingen'. Daar lezen we zo vaak van het aannemen van Jezus, zo van het ene ogenblik op het andere. Terwijl het woord van Paulus ons spreekt: Toen het Gode behaagde Zijn Zoon in mij te openbaren. Als een geschenk, als een Gave. En zal Christus verheerlijkt worden, dan zullen wij vernederd moeten worden. Om uit genade, als een verlorene te worden gezaligd.
Wedergeboorte.
Dat wij in de opwekkingsbewegingen veel zien wat niet het stempel van de Geest draagt, moet ons nu echter niet cle vinger doen uitstrekken om anderen aan te wijzen en zelf vrij uit te gaan. Want het feit blijft dat deze zaken juist naar voren komen wanneer het leven in de kerk verschraalt. Wanneer zo weinig van het werk van cle Heilige Geest gezien wordt, dan ontstaan allerlei groepen die in een vaak overspannen bezig zijn een vervanging van datgene wat gemist wordt, gaan zoeken. Echter het zijn meestal snel dovende vuren, omdat het vuur des Geestes het niet onderhoudt. De oorzaken zouden een ieder van ons tot bezinning moeten brengen, en ons doen vragen: kennen' wij, persoonlijk, iets van het werk van cle Heilige Geest? Overtuigend en ontdekkend. Kennen wij de droefheid naar God die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt? Want die de Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe. Laten we de oorzaken bij onzelf zoeken; en de bruidsbede worde dan de onze: Ontwaak, o, Noordewind en Kom, o, Zuidewind en doorwaai mijn hof opdat zijn specerijen uitvloeien. Want zonder wedergeboorte zal niemand het koninkrijk Gods zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 1973
Daniel | 20 Pagina's