ABORTUS EN EUTHANASIE
Drie van de acht onderwerpen zullen worden belicht, nl. Abortus en euthanasie door dokter W. A. Kirpestein te Zwijndrecht en Oorlog en vrede door J. Bakker te Amersfoort. Voor verdere bestudering, vooral ook bij het maken van een onderwerp, kan dit boekje hartelijk worden aanbevolen.
De autonome mens.
De zeer ernstige gevolgen van de ontkerstening, waarbij men komt tot de zogenaamde autonomie van de moderne mens, is mede een' oorzaak dat abortus en euthanasie in ons volk beginnen te rijpen tot een begrip, dat bij de moderne mens past.
De vrijheidsgedachte die hieraan ten grondslag ligt en die van geen norm wil weten — „Mijn eigen leven en wat nuttig is voor mijzelf is de norm" — is kenmerkend voor de legitimiteit van de abortus en euthanasie.
Het kan ook niet anders dat, wanneer wij tegen deze achtergrond de problematiek bezien', we te maken krijgen met louter persoonlijke subjektieve maatstaven.
Prof. Dr. W. H. Velema, die over het onderwerp abortus schreef, licht deze zaken uitvoerig toe.
De louter subjektieve maatstaven, die aangelegd worden of een zwangerschap nuttig en nodig is en de maatstaven die aangelegd worden ter beoordeling van de nuttigheid van het leven van ernstig demente, psychiatrische of mismaakte mensen (b.v. Softenon-kinderen), zijn in wezen heidens en levensgevaarlijk. Deze maatstaven zijn sterk karaktergebonden en relativeren het begrip leven. Er is dan geen duidelijk omschreven norm omtrent de waarde van het leven.
Een vreemde gang van zaken bij het huidige modernisme is dit natuurlijk niet. Reeds in het paradijs leefde deze vrijheidsgedachte, die gestalte trachtte te krijgen in de zondeval. De revolutionairen, b.v. de Fransen, waren in feite stuwende krachten, die met hun modernere beschouwingen deze vrijheidsgedachten ook gestalte in het volksleven gingen geven. Dit werd mede beïnvloed door de slechte omstandigheden, die toen heersten.
Steeds konden we hierin terugvinden het „Ni Dieu". Geen God, geen straf op de zonde, geen gebondenheid aan Gods wil en wet en' ook geen gebondenheid aan Gods onvoorwaardelijk genade-aanbod. Ik, de vrije mens, bepaal de nuttigheid en de waarde van mijn leven, omdat er geen werkelijkheid achter de werkelijkheid van dit leven is.
De bezoldiging van de zonde........
Deze zondige, zogenaamde „vrije mens", zal dan zijn leven met zichzelf moeten vullen. Het behoeft geen betoog hoe leeg en arm zulk een' leven is. Of de mens nu in zijn doen en laten dit erkent of niet erkent, doet er niet toe, want de werkelijkheid is, dat de mens het door God gestelde gebod nl.: Ten dage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven, toch als straf op de zonde zal moeten ervaren.
Bij het niet erkennen en buigen onder deze straf wordt daarmee de Straf oplegger nl. God, de Heerser over leven en dood, niet de waarde toegekend, die Hem toegekend moet worden.
Duidelijk bepalend is de geestelijke achtergrond van ons leven, van waaruit we de abortus en de euthanasie bezien. Wij stellen en geloven dat God de Heere is van leven en dood. Dat het God is, Die leven geeft en leven neemt en tevens de strafmaat en de strafinhoud heeft bepaald, omtrent het grote kwaad wat bedreven is in de zondeval nl. de ongehoorzaamheid t.o.v. de Schepper van hemel en aarde. God schiep Adam, blies de adem in zijn neusgaten en maakte hem aldus tot een levende ziel, geschapen naar Gods beeld en Gods gelijkenis om eeuwig te leven.
Wanneer wij dit in twijfel trekken ontstaat er ook twijfel omtrent het oordeel Gods nl. de dood. Men is dan geneigd om de dood als een normaal tot het leven - behorend einde te beschouwen.
De dood wordt gebagatelliseerd zodat de mens zich tracht te ontdoen van de straf der zonde. Dit houdt tevens in dat men geen oog heeft voor het feit, dat het God zelf is, die in Christus Jezus de dood heeft overwonnen en dat vrijwillig zonder enige vraag om belangstelling van de kant van de mens.
Goedkeuring van de abortus en euthanasie is een valse verbroedering met de Goddelijke straf, nl. de dood, en een totale afwijzing van het Godsbestuur en' Godsgezag in ons leven. Bovendien is de afkeuring van het Godsgezag de grofste belediging in het aangezicht van Jezus Christus, die om niet de dood heeft overwonnen, zodat de apostel Paulus in verwondering uitroept: „Dood, waar is Uw prikkel? Hel, waar is Uw overwinning? "
Ook de grote troost voor de kinderen Gods wordt dan disputabel gesteld. Immers, Christus' dood en opstanding is van zulk een grote betekenis voor Gods kerk, dat zij bij de dood wel te maken krijgen met het teken van het Gericht, maar in het Gericht komen zij niet meer, omdat de Levensvorst in het Godsgericht is geweest en' voor hen de schuld heeft 'betaald.
Door goedkeuring te geven aan de abortus en euthanasie, zet men een vraagteken achter al deze zaken.
Onze houding.
De stelling, dat de dood een verlengstuk van het leven is en geaccepteerd moet worden als een natuurlijk biologisch gegeven, is alleen dan te accepteren, wanneer de levensbeschouwelijke opvattingen staan in het teken van de sterk ontkerstende en demoraliserende tendens van deze tijd.
Ontegenzeggelijk wordt men sterk beïnvloed en geïmponeerd door de vérgaande wetenschappelijke onderzoekingen op natuurwetenschappelijk gebied. Duidelijk komt daar het proces van afsterving en geboren worden tot uiting als een steeds terugkerende cyclus op deze aarde, die beslist niet ontkend kan en mag worden.
Maar omdat God inhoud geeft aan het leven, wat duidelijk gestalte heeft gekregen in het lijden en sterven van de Heere Jezus Christus, zal alleen het geloof in Christus ons de steun en het vertrouwen kunnen schenken, dat de dood in zijn totaliteit zijn macht is ontnomen en dat het leven, ook het eeuwige leven, alleen gevuld zal worden door de genadegift Gods, geschonken' in Zijn Zoon.
Daarom is abortus bedrijven en euthanasie toepassen een zich vergrijpen aan datgene wat van God is.
Duidelijk zal ons voor ogen moeten staan dat wij met ons gehele leven geborgen zullen moeten zijn in Christus Jezus. Opnieuw spreekt de apostel Paulus hiervan in een van zijn brieven: „Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? " En dan dankt Paulus God door Jezus Christus dat er geen verdoemenis is voor degenen die in Christus Jezus zijn. Wanneer de mens aldus in Christus is, is het fundament gelegd voor de eeuwige gelukzaligheid, waar nooit meer gedood kan worden. Daarom moeten wij goede moed houden, ondanks onze eigen verdorvenheid, omdat Christus Zelf zegt: „Wees niet bezorgd, want Ik, Christus, heb de wereld en de dood overwonnen." Vanuit Zijn kracht kan en moet dan de strijd gestreden' worden. Tot besluit zou ik het manifest willen voorhouden wat in het maandblad „Levensrecht" van november 1972 staat:
God, de Heere van het leven, heeft aan de mensen de hoge taak toebetrouwd het leven van de medemens te beschermen. Daarom moet het leven reeds vanaf de conceptie met de grootst mogelijke zorg worden omringd.
De eerbied voor het leven wordt illusoir, wanneer zij niet onvoorwaardelijk en absoluut is. Elke inbreuk op haar geheiligd karakter brengt het risico mee in uiterste consequentie uit te lopen op het doden van weerlozen. Onze mede-verantwoordelijkheid voor iedere medemens schrijft ons in alle omstandigheden als absolute voorwaarde voor de mens vanaf de conceptie te beschermen.
Abortus provocatus wordt daarom onder alle omstandigheden afgewezen. Ten over-
vloede: indien' het leven van de vrouw slechts te redden is door een strikt genomen therapeutische operatie, waarbij tegen onze wil het buiten de baarmoeder nog niet levensvatbare kind gedood wordt (zoals ten gevolge van baarmoederkanker en buitenbaarmoederlijke zwangerschap), kan deze ingreep geen abortus provocatus genoemd worden.
Ter nadere oriëntatie worden sterk aanbevolen de stukken „Abortus" door Prof. W. H. Velema en „Euthanasie" door M. M. Plomp-van Harmeien, genoemd in het boekje: „Vragen' van deze tijd".
Gespreksvragen:
1. Waarom zou de problematiek van de abortus zo aanslaan bij ons volk?
2. Is het „bijbels verantwoord" in onze tijd nog wel gelijk te stellen met „menselijk verantwoord"?
3. Welke is de overeenkomst tussen de problematiek van euthanasie en die rond de abortus provocatus?
4. Zijn er ook andere aanwijzingen in onze samenleving, dat er minder zwaar getild wordt aan het leven van een medemens?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 1973
Daniel | 20 Pagina's