JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

CHILDREN OF GOD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CHILDREN OF GOD

14 minuten leestijd

Een zijtak van de Jesus-people, de „Children of God" kunnen we in ons land tegenkomen.

In augustus 1971 staken enkele „Children of God" de oceaan over en stichtten een kolonie, de Jezus-eomrnune in een pand aan de Kerkstraat no. 7 in Amsterdam. Het huis waarin ze bivakkeren ziet er kaal en wat armoedig uit, maar is niet van de andere huizen' te onderscheiden. Binnen echter hangen de muren vol met platen en teksten, meestal in het Engels, die vertellen van Gods liefde. Op tafel liggen bijbels, brochures en ander stichtelijk materiaal voor het pakken. Pick-up of t.v. tref je in de commune niet aan. De „children" hebben tijd noch geld voor dergelijke dingen.

Een dagje in de kolonie ziet er zo uit:8.00 u. opstaan, opruimen en ontbijt. 10.00 u. samen bijbellezen, zingen, blij zijn met God en met elkaar. 10.30 u. bijbelstudie in allerlei klassen, afhankelijk van de kennis. 12.00 u. maaltijd. Na de maaltijd is het dan vaak wat memoriseren, teksten leren. 14.00 u. het grootste gedeelte gaat naar het Vondelpark en de straat op of men' heeft gesprekken met gasten en bezoekers. 18.30 u. terugkeer. 21.00 u. bezoekers behoren te vertrekken. 22.00 u. bijbelstudie tot 22.30 u. en om 24.00 u. lichten uit. Een vrij strakke dagindeling dus.

Geen baan.

Overal in het huis zitten leden van de inmiddels 40 jongens en meisjes grote commune te praten. Het pand is met 40 bewoners natuurlijk wel aan de krappe kant, maar niemand maakt zich zorgen voor de toekomst. „De Heer zorgt voor ons", roepen ze in koor.

De men'sen hebben allen hun beroep eraan gegeven, voor-

zover ze dit hadden. Ze vinden dat ze al hun vrije tijd moeten besteden aan het uitgroeien tot eer, goed christen en aan de verkondiging van Jezus. Ze hebben geen tijd voor zoiets werelds als een baan. Hun roeping is evangeliseren. Ze inspireren elkaar daarin. Er hoeft er maar een te zeggen: laten we vanavond brochures gaan uitdelen, en d.e rest is al in beweging. M.i. zouden ze niet zo veelvuldig op straat getuigen als ze alleen woonden. Ze hebben elkaar hard nodig. Dat is, dacht ik o.a. ook wei een reden waarom ze in commune leven.

Wezenlijk verschil.

De hippiecomrnunes uit de jaren '64—'68 waren een poging de menselijke broederschap te herstellen als reaktie op het materialisme van de verkilde maatschappij. Vandaar dat er zoveel anti-oorlog en anti-establishmentposters (tegen de gevestigde orde) aan de muren hingen. Maar in die communes ontbrak nu juist datgene waar zoveel behoefte aan was: liefde. Hun bekering tot Jezus deed echter niet meteen het milieu veranderen, dat hen deel deed uitmaken van de subcultuurjeugd.

Maar, „de liefde die wij gevonden hebben is groter dan de liefde die we in onszelf konden opwekken. God heeft ons lief en de broeders en de zusters die het gezin vormen, waar we altijd zo'n behoefte aan hadden, hebben ons lief". „Het gevoel verlost en' bevrijd te zijn (van verdovende middelen, van alcohol, van sex, van geweld, kortom van allerlei goddeloze uitspattingen), en dat er van ons gehouden wordt en het verlangen ook anderen tot de Redder te brengen, maken dat wij jongeren in de Jezus-commune een doel en streven hebben dat ons innerlijk bevredigt".

Ze proberen dan ook in allerlei dingen elkaar tot steun te zijn. Ze ervaren' het als prettig en bemoedigend mensen om je heen te hebben die „om je geven". De verleiding terug te vallen op drugs is groter voor iemand die in zijn eentje als christen probeert te leven. Deze jongeren weten uit eigen ervaring dat drugs hun spanningen' verlichtten voor ze tot Jezus kwamen. Naar alle waarschijnlijkheid zouden ze het weer met drugs proberen ais ze hun broeders en zusters niet hadden om mee te praten en te bidden. Ze voeren een gezamenlijke strijd en veroordelen elkaar daarom ook niet.

Levenswijze.

Als je mee wilt doen, sta je alle bezit af. Pick-ups, radio's, auto's e.d. worden verkocht, kleren verdeeld. Ze leven uiterst goedkoop. Ze leven samen en delen samen. Ze hebben allemaal te eten of niemand heeft te eten. In hun overgave aan Jezus hebben ze zich overgegeven aan elkaar als gezin en God zorgt voor de rest. „God always supplies". Ze hebben voedsel en onderdak. Als één man ontdekken ze dat „het manna uit de hemel" van God komt.

Het leven van de eerste christengemeente uit Hand. 2 is hun basis. Ze blijven bij elkaar en hebben alles gemeenschappelijk. Ze zijn blij en eenvoudig en onderrichten elkaar. De verst gevorderde in de kennis van God en de Bijbel, de „ouderling", geeft de kennis door aan de anderen. Exegese is niet nodig: de Bijbel hebben is genoeg. De Nieuwe Vertaling wordt principieel afgewezen, terwijl het gebruik van de King James Version en de Staten Vertaling als de meest letterlijke, de grondtekst meest benaderende vertaling gezien wordt.

Drugs, alcohol, sigaretten zijn taboe. Komt iemand in huis die toch drugs heeft, dan wordt hij verzocht het huis te verlaten, maar nooit voordat hem de Blijde Boodschap verteld is. „Alleen de liefde van Christus helpt je eraf". Sex is iets wat alleen binnen het huwelijk past. Het geeft geen problemen. Door de overgave aan Jezus verdwijnen immers alle vreemde lusten, ook roken en drinken.

Wars van organisatie.

Over de gehele wereld zijn er zo'n 150 kolonies in 60 a 70 landen. Ze zijn onafhankelijk van elkaar, maar lijken in sfeer, mentaliteit en onderlinge zorg op elkaar. Er schijnt een soort kontaktblad te zijn, maar dat is voor hen eigenlijk toch niet belangrijk. Alles wat naar organisatie zweemt wordt vermeden. Of men vroeger gedoopt is en naar de kerk ging doet niet ter zake. Volgens de Jezus-kinderen is de kerk zover weggedreven van het werkelijk christendom, dat ze nu slechts een imitatie is van het geloof dat de discipelen onderwezen en in praktijk brachten. Hun houding tegen-

over de kerken is niet direct vijandig, maar wel verwijten ze de kerk een falen in de verkondiging van het Woord van God en een dienovereenkomstig leven.

De kerk is voor hen een door de mens geschapen instituut, vastgeroest en zonder wezenlijke bezieling. „De eenvoud en de vreugde van het Evangelie hebben de kerken prijsgegeven aan een overgeorganiseerd.e structuur en hebben een compromis met de wereld gesloten". De kerk gaat stuk, omdat cle mensen in die kerk elkaar niet echt liefhebben, zo zeggen ze.

Wat moet je denken van de Jezus-beweging? Deze vraag hoor je tegenwoordig veel jonge mensen stellen.

Zal deze beweging blijvend zijn? Heeft het ons iets te zeggen? Een definitieve en afdoende beoordeling is haast onmogelijk. Alles is nog te zeer in beweging. We hebben nog maar een aantal indrukken van wat er gedurende een 5-tal jaren aan de gang is.

Een aantal kenmerken, waaraan een opwekkingsbeweging moet worden getoetst zijn reeds genoemd in nr. 13 van ons blad. De moeite waard om het eerst nog even na te lezen, alvorens verder te gaan. De beweging komt op in een klimaat dat ons toch wel vreemd aandoet. Daarin tekent zich dan tevens een groot verschil met het Reveil uit de vorige eeuw. Toen ontwikkelde cle algemene jeugdcultuur zich uit de christelijke jeugdcultuur, terwijl de huidige Jezus-beweging langzaam maar zeker een zelfstandig bestaan verkreeg — vanuit de algemene jeugdsubcultuur, waarbij allerlei uiterlijke, maar ook innerlijke kenmerken behouden zijn gebleven, zoals hippiekleding, lange haren, muzikale en ritmische elementen, enz.

Positieve dingen.

Het is dan ook alleen maar verblijdend dat uit deze jongelui, duizenden jongerenhippies, die volkomen in de ban zaten van seks en drugs en wanhoop, zó met het Evangelie van Christus in aanraking gekomen zijn en nog komen, dat ze hun oude leven opgeven en van al die ellende bevrijd zijn. Psychiaters en politie komen tot cle conclusie dat de bekering tot Jezus Christus velen heeft genezen van de verslaving van hard drugs. Er is grote aandacht voor de Bijbel, die zonder Schriftkritiek, als Woord van God van a tot z voor waar gehouden wordt. Ze proberen er ook uit te leven, 24 uur per dag. Elke dag zijn deze jongelui bezig met bijbelstudie, en midden op straat getuigen ze van hun Heiland. Ze verwerpen ook de ethiek van de nieuwe moraal en concentreren zich op de tien geboden.

Dat zijn bepaald indrukwekkende dingen.

Toch rijzen er heel wat vraagtekens en kunnen we er niet onderuit wat kritische opmerkingen te plaatsen. Immers, w r e hebben tot taak te beproeven of deze geesten uit God zijn!

1. Anti-kerkelijke houding. Naar de kerk gaan is er niet bij. Ze willen beslist niet op één lijn gesteld worden met de gevestigde kerken. Met een zekere arrogantie zien ze vanuit de hoogte neer op de traditie binnen de kerk. Ze willen in één keer alles veranderen en vernieuwen. Alles moet opzij. Niets is meer goed. „Wat moet je eigenlijk met al het getheologiseer? Het gaat ons niet om de leer, maar om de Heer". Is deze houding niet levensgevaarlijk, maar ook onchristelijk? Je krijgt de indruk dat zij het Evangelie uitgevonden hebben en dat er voor hen nog nooit iemand is geweest die over de Bijbel en het Koninkrijk van God heeft nagedacht. Als ze echte navolgers van Jezus willen zijn moeten ze toch weten dat Christus Zelf dikwijls teruggreep naar de „kronieken" van het verbondsvolk Israël met: Er staat geschreven ". En ook Christus was het Die de kerk instelde met haar ambtelijke diensten. Hij riep Zijn apostelen tot het predikambt (Matth. 28 : 19). Door deze apostelen heeft Hij de kerk nader georganiseerd. Hij heeft geen straatchristenen bevolen in een wilde vrijheid. En evangelisatie dan, straatevangelisatie, zoals b.v. in Merksem gebeurt? Best, maar evangelisatie brengt naar cle kerk en niet naar een commune, ergens in een kraakpand en in een groeps-onder-onsje. Als zij zich verzetten tegen de institutionele ambtsopvatting hebben ze beslist Efeze 4 : 12 nog nooit gelezen. Ze gooien de ambten, de belijdenissen, die met het geloof van de eeuwen verbinden radicaal overboord. Ook de sacramenten die bijbels gezien levensnoodzakelijk zijn voor de kerk en het geestelijk leven. Hun kritiek op de kerken kan wrang aandoen en noopt tot nadenken. We moeten ons ervan bewust zijn dat het kerkelijk leven — ook ons kerkelijk

leven — helaas vaak maar al te weinig geestelijk leven uitstraalt. Dat er, inplaats van liefde soms een zo grote onenigheid heerst; dat is bedroevend en beschamend.

2. Ze werken niet. Hiermee geven ze uitdrukking aan het feit dat ze geen maatschappelijke verantwoordelijkheid willen dragen en voor het bijbelgedeelte uit Genesis 1: de aarde is de mensen gegeven om die te bewaren en te onderhouden, ruimen ze geen plaats in. Ze onttrekken zich aan die taak en houden zich afzijdig om als zodanig de wereld te ontvluchten. Ze ondergraven zo de maatschappelijke strukturen, de leefverbanden die het menselijk leven draagbaar dienen te maken. De „children of God" teren op de bezittingen van de nieuw toetredende leden en schenkingen door „meelevenden". Ze bekommeren zich ook nergens om. Ze zeggen: „God zal wel voor ons zorgen".

Vraagt God dat van ons? Paulus bestraft juist die Thessalonicensiërs die niet meer werkten, maar leefden op de zak van een ander (3 Thess. 10 en 11).

Op deze manier profiteren ze van de grotere samenleving.

3. Communeleven. Wordt Hand. 2 : 41—47 wel terecht door hen aangehaald? Daar echter is nl. geen spoor te ontdekken van een gelijkmatig verdelen van al zijn bezit. Ieder hield het zijne en mocht het houden. Alleen als het nodig was, werd door de een of de ander iets verkocht, ten bate van hen die in nood verkeerden. Men ging niet in een commune leven. Men ging door met z'n gewone werk.

4. Extase. Er is veel dat nogal pinksterbewegingachtig aandoet. Velen uiten zich zeer emotioneel, dat tot uitdrukking komt in hun gesprekken, in hun gebed, in hun liederen, in hun omgaan met de bijbel. Maar enthousiasme en geestvervoering zijn nog geen kenmerken voor het geloof dat zijn wortels vindt in de diepte en waarvan een stille kracht uitgaat voor het kerkelijk en persoonlijk leven.

Het lijkt voor hen een zoeken in extase en mystieke vervoeringen. Onlangs las ik dat de extase van de drugs alleen overwonnen kan worden met een tegen-extase en dat men eerst de verdovende middelen vond als surrogaat voor de religie en men nu de religie kiest als een surrogaat voor de verdovende middelen.

De emotionele uitingen doen associaties oproepen met het „high-zijn". Abnormale toestanden, vreemde onwerkelijke „bekeringen" doen denken aan, en tonen opvallende overeenkomsten met de „trips" van druggebruikende jongelui. Het extatische optreden doet wat denken aan het begin van de Corintische gemeente. Maar we weten hoe Paulus hen beperkingen heeft opgelegd en i.p.v. op het in tongen spreken (glossolalie) de nadruk gelegd heeft op de profetie (1 Cor. 14 : 5). Wie profeteert is meer dan die in tongen (vreemde talen) spreekt.

Evenmin als naar Hand. 2 leidt de Heere ons terug naar Corinthe, na zoveel eeuwen kerkgeschiedenis. De klok kan niet worden teruggedraaid.

5. De persoon Jezus. Wie is Jezus waar men het voortdurend over heeft? Hij is in de plaats gekomen van drugs, seks, revolutie, oosterse mystiek, waar men vergeefs bevrediging in zocht. Is Hij nu een van de middelen voor bevrediging en voor gevoel van vrede?

Typisch is toch ook dat men niet hoort spreken van HEERE Jezus, maar enkel en alleen van Jezus, zonder het woord HEERE, dat in de bijbel geschreven wordt met hoofdletters om des te meer de majesteit Gods tot uitdrukking te laten komen.

6. Bekering. Op een bijzonder vlotte manier spreekt men over „Jezus aannemen", „Christus uitnodigen in je leven". Het zijn als het ware allemaal plotselinge bekeringen, gevolgd door volwassendoop en soms tongentaai. Van de ene dag op de andere dag is men veranderd. Het stille langdurige werk van de Heilige Geest in het overtuigen van zonde, in het bekend maken van de zaligheid in Christus komt bijna niet aan de orde.

Heeft deze geloofskwestie dan wel de ware grondslag? De grondslag van het zich in Christus met God verzoend te weten! God eist toch volkomen genoegdoening van de zonden! Je vraagt je daarom af: „Kent men de ware Jezus wel als de Christus der Schriften? " Samenhangend hiermee valt me op dat je van de strijd van een gelovige tegen de zonden nauwelijks iets merkt. Als je Jezus maar aangenomen hebt, dan heb je als het ware nergens meer last van. Dan ben je — in één moment — overal van af: ook van drugs en homoseksualiteit en noem maar op. Alles is in een handomdraai anders. Maar wat zegt Paulus in Rom. 8 ? „Als ik het goede wil doen ligt het kwade mij bij".

Hoe staan we er tegenover?

Vaak staan we meteen al met ons vernietigend oordeel klaar. Och, het is maar een modegril, meer niet.

Vandaag Jezus, morgen Mao. En inderdaad, het gevaar is bijzonder groot dat het blijft bij een stuk enthousiasme van een dag of wat. Maar moeten de kerken daarom zeggen: „Het zal wel weer gauw verdwenen zijn".

Hebben we niet de plicht, zowel als kerk, als persoonlijk te bidden om doorbreking van het krachtig werk des Geestes? Moeten we niet blij zijn als we zien dat er zovele jongelui zijn die nee zeggen tegen drugs, seks, alcohol en allerlei andere duivelse uitspattingen? En dan zijn ze door hun liefde voor een medemens in nood, een beschamend voorbeeld voor ons, kerkgangers.

De wijze Gamaliël zei van de eerste christengemeenten tot het Sanhedrin: als het werk van mensen is, clan loopt het op niets uit.: Als het werkelijk uit God is dan zal het stand houden.

Voor sommigen, ook voor jongelui uit onze gemeenten zelfs doet deze beweging zo sympathiek aan, dat ze alles voor w r aar houden wat ze van hen horen; die het bij de Jezuspeople zelfs denken te vinden.

Maar van welke leeftijd ook, hoe we ook zijn opgevoed, of we nu hippie zijn of een keurig pak aan hebben, voor ons allen geldt hoe we tegenover Jezus, tegenover God staan. Je kunt veel kritiek hebben op de hele beweging, en terecht, we moeten er ook kritisch tegenover staan, maar wat betekent Jezus voor óns? Verlangen wij ernaar verlost te zijn van de duivelse macht, van onze zonden, om nieuwe mensen te worden voor God? Mensen die uitzien naar het werk van de Heilige Geest?

Dáár behoef je echt geen lid van de Jesus-people voor te zijn!

Als je maar werkelijk ge-re-formeerd. bent !

Voor nadere informatie kan ik verwijzen naar de dokumentatie-map over dit onderwerp, die t.z.t. bij de jeugdbond zal verschijnen. Ook het vorige artikel in deze serie werd geschreven door J. Bakker.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 1973

Daniel | 20 Pagina's

CHILDREN OF GOD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 1973

Daniel | 20 Pagina's