HOND DE JAARWISSELING.
De Kerstdagen en de jaarwisseling liggen weer achter ons. De tijd is niet tegen te houden. We gaan verder, een toekomst tegemoet met veel onzekerheden. Beangstigend is het wanneer we rond ons zien in de wereld. De kerstdagen brachten de berichten van de bommen op Hannoi en de aardbeving in Nicaragua. Terwijl wij nog in alle rust deze dagen mochten doorbrengen, de prediking horen mochten van de geboorte van de Christus, werden velen op deze aarde in rouw gedompeld, verrast door de dood. En een ieder leeft weer verder. We hebben een ogenblik die berichten gehoord. Misschien zijn we even stil geweest. Maar er waren andere dingen die onze aandacht vroegen en we gaan weer verder. Hebben we de sprake van de Heere der heirscharen in deze berichten gehoord? Want Hij spreekt door deze gebeurtenissen. De Heere roept in het leven van ons allen door Zijn Woord, maar ook door Zijn daden. Bekeert u, bekeert u, o, huis Israëls, want waarom zoudt ge sterven? De berichten van de aardbeving worden doorgaans voorzien van een commentaar dat ons duidelijk wilde maken dat d.e aardkorst in het gebied van de ramp zeer zwak is, en dat er al vele malen bevingen en schokken van de aarde in het verleden op die plaats zijn geweest. Maar wie heeft de stem des Heeren verstaan, die de aarde regeert? En de bombardementen, daarvoor hebben we allerlei politieke argumenten; onze goedkeuring of afkeuring van het beleid van de president van Amerika hebben we al klaar. Maar wie van ons heeft er aan gedacht dat dwars door het beleid van mensen heen God regeert? Dat wij nu nog in rust mogen leven', dat is onze verdienste niet. Dat is niet omdat wij het er zoveel beter hebben afgebracht dan die mensen die getroffen zijn en voor wie het geen 1973 meer geworden is of die dit nieuwe jaar met grote droefheid zijn ingegaan. Nee. De Heere Jezus heeft het gezegd toen die toren in Siloam omviel. Niet minder dan 18 mensen werden daar gedood. Een verschrikkelijk ongeval. Toen heeft de Heere Jezus het gezegd: Meent ge dat deze schuldenaars zijn geweest boven alle mensen die in Jeruzalem wonen? Dus, dachten jullie dat die achttien mensen meer kwaad gedaan hadden dan jullie? Vergis je niet. Het is een sprake van de hemel, die ons luide toeroept: Indien ge u niet bekeert, ge zult allen insgelijks vergaan. Met die boodschap van de hemel zijn we het nieuwe jaar ingereisd. Hebben we hem gehoord? Of liepen we er omheen? Voor een ieder van ons is dat nu nodig dat die boodschap zo gehoord wordt dat we er niet van kunnen' loskomen. Dat is het ene nodige. Zeker voor het jaar dat we ingingen.
Dat is ook nodig voor ons volk. Bekering. Want in de achter ons liggende decembermaand is de stembusuitslag pas goed tot ons doorgedrongen. Die uitslag van de in de laatste dagen van november gehouden' verkiezingen voor de tweede kamer leerde ons, dat ons volk en met name ons jonge volk meer en meer naar links verschuift. Of ik dit helemaal goed zeg weet ik niet. Want een politicus ben ik niet.
Maar wel is dit me opgevallen dat die partijen, die van een regering naar het Woord van de Heere niets willen weten sterk gegroeid zijn.
De Heere regeert, is een tekst uit de psalmen waar ons volk mee afrekent. En — naar de stand van het ogenblik waarop ik dit schrijf — is daarmee ons volk bijna onregeerbaar geworden. Dat hebben anderen die er veel verstand van hebben reeds dadelijk na de verkiezingsuitslagen al gezegd. Men zoekt naar een samenwerking tussen de grote partijen zó, dat deze partijen een regering kunnen vormen. Maar nu reeds een maand is het onderzoek naar een mogelijke kombinatie aan de gang en nog steeds is het niet gelukt. Dat is ook een nood binnen ons land. Onregeerbaar is ons land geworden. Men zoekt naar meer vrijheid. Meer welvaart. En inmiddels zijn we in een niet rooskleurige situatie gekomen op economisch gebied. Daar zitten onder andere de oorzaken van de moeilijkheden rond de formatie van een kabinet. Maar veel grotere gevaren schuilen naar mijn mening in het feit dat er straks een com-
promis zal worden gevonden tussen partijen die het met de geestelijke waarden van ons volk niet zo nauw nemen. En dan denk ik met name aan de wetgeving inzake abortus en euthanasie. Deze woorden hebben te maken met de beëindiging van leven. Een ingreep door mensen in het leven van anderen. Het nog ongeboren leven. Of het leven van de oude mens en — reken daar op — het leven van de mens, die lichamelijk of geestelijk niet volwaardig is. De mens die beschikt over het leven van de mens. Reeds nu worden deze praktijken uitgevoerd. De wet die verbiedt dat wel. Maar de wetshandhaving ontbreekt. En straks indien de Heere dat niet verhoedt, zijn het niet alleen oogluikend toegestane praktijken, maar wettelijk toegestane praktijken. Er is bloed in ons land dat tot de hemel roept. En ons volk koos in november 1972. Maar niet voor het Woord van die God, Die regeert. De stem des Heeren klonk luide ook in ons volksleven: Indien gij u niet bekeert, gij zult allen insgelijks vergaan. En denk er aan, wij behoren tot ons volk. Wij staan er niet buiten of boven. Het woord komt tot ons.
De stem des Heeren komt ook tot de kerk. De vorige maal schreven wij over de Synode van de Gereformeerde kerken in Lunteren, die gehouden' werd in de laatste week van november. Daar werd, zoals we schreven, uitgemaakt dat Prof. Kuitert niet in tegenspraak was met het Gereformeerde belijden. Inmiddels heeft de Amsterdamse VU-hoogleraar in een blad geschreven dat de uitspraak van de Synode dubbelzinnig is. Want, aldus Prof. Kuitert, ze wisten precies hoe ik er over denk. Ik heb over die kwestie wel tien keer op dat kathedertje voor de synode verklaard: Aclam en Eva hebben als historische personen niet bestaan. Zeg maar wat er gebeuren moet. Mag ik er in of mag ik er niet in. Tot zover Prof. Kuitert. Wel hier hebben we het dan. Ronduit staat het er. En daarmee wordt het hele Woord van God op cle helling gezet. Want als dat niet waar is, wat dan nog wel? En daarmede wordt ook het evangelie van de tweede Adam van zijn heerlijkheid ontroofd. Lees maar wat Paulus schrijft in Romeinen 5. Daar wordt Adam en Christus door de apostel tegenover elkaar gesteld als cle twee verbondshoofden. Dit alles wordt nu weggeredeneerd, en daarmee de leer der zaligheid ontkracht. Dat is het verval in de kerk van ons land. Het Woord van de levende God wordt aan ons volk ontnomen, en de Heere wordt ten gunste van de zogenaamde wetenschap onttroond. En laten we maar niet al te zeer naar anderen zien. Want wij allen zijn in de maalstroom van deze tijd. Niemand zal zich daaraan kunnen onttrekken. We hebben in het jaar dat voor ons ligt ook als kerk nodig de bekering, waarvan we boven spraken, maar ook bewaring.
De wereld waarin wij leven is beangstigend. We hebben maar een paar gebeurtenissen rond de jaarwisseling in ogenschouw genomen. Maar het doet ons vrezen voor het jaar dat voor ons ligt. Toch is dat niet het enige wat de Kerstdagen ons berichtten. Op die dagen werd ons gepredikt het aloude woord uit Lukas 2: En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken' en legcle Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg. Die verkondiging ging ook in dit jaar in de Naam des Heeren uit. Dat is het Wonder aller wonderen: God geopenbaard in het vlees. Het is een getrouw Woord en aller aanneming waardig dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken. En dat Kindeke in de kribbe van Bethlehem dat is nu verhoogd aan de rechterhand van de Vader. En vandaar uit bestuurt Hij alle dingen. Want Die nedergedaald is, is Dezelfde die ook opgevaren is boven al de hemelen opdat Hij alle dingen vervullen zou. Daarom is er voor al degenen die in Hem al hun heil gevonden hebben geen nood. Voor degenen die met de herders met haast kwamen en bij die kribbe hebben aangebeden zal er een schuilplaats zijn tegen de storm en een' verberging tegen cle vloed. Ook in 1973.
Hebben we diè Boodschap ook gehoord? Voor onwaardigen in zichzelf en nameloos ellendigen, voor de grootste zondaren is dat de blijde boodschap. Zij zullen komen en dat Geschenk van Goddelijke liefde en genade aanbidden':
Bij U mijn Koning en mijn God, Verwacht mijn ziel een heilrijk lot; Geduchte Heer der legerscharen, Welzalig hij, die bij U woont, Gestaag U prijst en eerbied toont.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1973
Daniel | 16 Pagina's