AAN MIJN STERFDAG
Dag, die mij eens van zon versteken zult en dag, Dag, die mij binnen 't graf, dag, die mij eeuivig buiten De ruime wereld zult, de schone tempel, sluiten, Die tempel, daar ik God in toe te zingen plag.
Verwondering en prijs, zo dik ik Hem bezag; Dag, die mij in de loop zult van mijn dagen stuiten En 't nawee proeven doen der duur verboden fruiten; Dag, zeg ik, die ik vliên, maar niet ontvlieden mag,
Hoe spoedt gij herwaarts aan, doch als op wollen voeten'. Gij zult, gij zult misschien mij in dit jaar ontmoeten, Misschien in deze maand, in deze week misschien.
En kleef ik, dwaze, nog zo vast aan mijn gebreken, En leef ik nog zo los, alsof ik nog veel weken, Nog vele maanden zou, nog vele jaren zien?
Jeremias de Decker 1609 - 1666
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1973
Daniel | 16 Pagina's