SAULUS DE GEGREPENE
We mogen de bekering van Saulus niet los maken uit de keten van de handelingen van de verhoogde Middelaar. Als we dat wel doen maken we van Saulus' bekering een model bekering. En dat is een gevaar! Niet alle bekeerde mensen kunnen een bekering vertellen zoals Saulus. Obadja heeft een andere „weg" afgelegd dan Saulus. 1 Kon. 8 : 2 en 12 lezen we dat hij de Heere zeer vreesde, van zijn jonkheid af. En dan nog wel hofmeester aan het goddeloze hof van koning Achab en koningin Izebel. Saulus' bekering is dus geen model. Wel moeten we om in het koninkrijk Gods in te gaan, allen bekeerd worden. Maar niet allen net eender als Saulus.
De weg die de Heere houdt is zo verschillend en valt samen met de omstandigheden zoals we leven. Saulus leefde niet zo best, We hebben wel eens horen zeggen, als over de bekering van Saulus gepreekt werd: et briesend paard moet eindelijk sneven. Inderdaad, briesend is hij tegen allen die de naam van Christus noemen. Als een hollend paard, dat van razernij blind is, snelt hij voorwaarts alles onder zich vertredende en een spoor van vernieling en verdriet achterlatend. Hand. 8 : 3, Hand. 22 : 4, Hand. 26 : 9, 10, 11. 1 Cor. 15 : 9, Gal. 1 : 13 en 1 Tim. 1 : 13. Saulus is, als een wild dier dat bloed ruikt, niet te houden. Die zijn hartstochten voedt maakt daardoor dat ze steeds sterker worden. Ten slotte zijn ze niet meer te overwinnen. Laat het ons tot waarschuwing zijn. In ons jonge leven geven we zoveel toe en voeden cle verkeerde begeerte van ons hart. Spreuken 16 : 32. De zonde is een hellend vlak. Saulus raast door met een afgrond recht voor zich uit! De afgrond tegemoet? Ja! Beslist, want het ging tegen Jezus! Hand. 9 : 1 zou ons doen vermoeden dat het alleen tegen de discipelen, (christenen) ging. Hier worden de aanhangers van Jezus nog discipelen genoemd. In Hand. 11 : 26 voor het eerst christenen. In die mensen richt zijn haat zich tegen Jezus. Die wil hij treffen. Wat hij eigenlijk wil, komt ook naar voren bij de hogepriester. Hij komt niet met een zwarte lijst met allerlei namen van mensen. Hij zoekt mannen en vrouwen „van dien weg" Hand. 9 : 2, en Hand. 24 : 14, Hand. 18 : 25, Matth. 7 : 14. Het jodendom was in Damaskus sterk vertegenwoordigd. Er waren vele synagogen en het telde vooral onder de vrouwen vele proselieten. Om zijn inquisiteurswerk te verrichten heeft hij een volmacht nodig. Hij vraagt die aan de hogepriester. Het woordje „begeerde" in Hand. 9 : 2 lijkt meer op eisen, trappelend van ongeduld, dan op verzoeken. Hand. 22 : 5. Veel moeite om die volmacht te krijgen heeft het niet gekost. Hand 26 : 10 spreekt in het meervoud. Gamaliël moge dan een' gematigd man zijn, een vriend van Jezus is hij niet. Uit het geven van de volmacht blijkt de haat van de joodse gezagsdragers tegen de Christus. Maar ook blijkt de invloed die Saulus bij hen heeft. Het staat er dus voor de Christenen in Damaskus niet zo best voor. Want Saulus is gereed voor de sprong. De toekomst voor de gemeente in Damaskus is donker. Voor Saulus licht. Ongeveer zes dagen duurde de reis. Niets lezen we van oponthoud, of tegenslag, of bezinning. Sommigen willen het laten voorkomen, alsof Saulus tijdens zijn zesdaagse reis al min of meer in twijfel is gekomen, zich al wat onbevredigd voelde. Zich afvroeg waarom hij geen vrede hacl en Stefanus wel. Ik geloof niet dat we hier aan mogen toegeven. We lezen er niets van in de Bijbel. Integendeel. Hij is vol woede tegen de christenen vertrokken. Hij is zo gehaast om in Damaskus te komen, zo ongeduldig om daar zijn werk te beginnen, dat hij zijn weg zelfs op de middag nog voortzet. Op een uur van de dag waarop alle reizigers in het oosten rusten, Hand. 26 : 13. Er is niets in Saulus dat hem voorbereidde op een ontmoeting met Jezus. Saulus weet niet van een proces dat langzaam in hem zou gewerkt hebben. Een klein beetje tegen en een klein beetje voor, kent de bijbel niet. Zelfs neutraliteit wordt uitgesloten, wie niet voor is, is tegen. Saulus zocht Jezus niet, maar Jezus zocht hem.
En als hij reisde is het geschied dat hij nabij Damaskus kwam. Is het geschied. God liet hem gaan. Tot zo ver heeft Saulus alles mee: et sanhedrin, de soldaten, de omstandigheden, zijn karakter, hij heeft alles mee. Niets heeft hij tegen dan Hem, Die machtiger is dan allen. Niemand durfde Saulus te grijpen. De schapen van Christus krompen ineen voor deze briesende man (Hand. 9 : 26). Niemand kon hem tegenhouden. Vlak bij Damaskus staat Jezus. Daar heeft Jezus hem op de armen gedragen'. Nee, Jezus heeft hem gegrepen, zoals men een woest wild dier vangt, grijpt, tot stilstand brengt en in bedwang houdt. Jezus is als het ware voor hem gaan staan. Tot hiertoe en niet verder (Fil. 3 : 12).
Het is een beeld van iemand, die in het water dreigt te vallen; die in het vuur valt, die aan de rand van de afgrond struikelt en op het nippertje wordt gegrepen. Zo grijpt Jezus Saulus van Tarzen. Het woord gegrepen wil eigenlijk zeggen: erkrijgen, verwerven van iets naar welks bezit men streeft (Rom. 9 : 30, 1 Cor. 9 : 24). Jezus wil Saulus hebben (Hand. 9 : 15). Jezus wil Saulus gebruiken. Daarom grijpt Jezus hem. Hij is machtiger dan het Sanhedrin, clan Saulus zelf. Jezus heeft alle macht in de hemel en op aarde.
En de heerlijkheid van Jezus' macht straalt hier op de weg nabij Damaskus. Midden op de dag, een licht van de hemel, terwijl de zon scheen, snellijk, zonder voorbereiding. Dat licht omstraalde, omringde Saulus van alle kanten. De jonge vervolger valt op de grond; totaal verblind. Op hetzelfde moment hoort hij een stem, die hem aanspreekt en zijn naam roept: Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij? " Wat moet hij antwoorden? Welke reden opgeven voor zijn vervolgen? De Heere Jezus zegt niet: at vervolgt gij Mijn discipelen, maar wat vervolgt gij Mij. Saulus weet niet van wie de stem komt en vraagt: ie zijt Gij, Heere? Het antwoord volgt onmiddellijk en duidelijk: Ik ben Jezus die gij vervolgt." (Hand. 9 : 5).
Wat een openbaring. Jezus is niet in het graf, Jezus leeft. Deze Jezus, die door Saulus gehaat wordt toont te leven temidden van zijn discipelen. Hij heeft zich nauw verbonden met hen. Hij leeft temidden van Zijn kerk en deelt haar lot en beproevingen. Zijn discipelen te vervolgen staat gelijk met Jezus te vervolgen (Zach. 2 : 8, Matth. 25 : 40, Luk. 10 : 16). Dit gegrepen worden betekent tegelijk de totale omverwerping van de plannen van Gamaliëls leerling. Wat een ontdekking, wat een ontnuchtering. Heel zijn leven niets anders geweest dan een vervolger van Jezus. Heel zijn leven zichzelf en niet Jezus gediend. Vanaf dit ogenblik is Saulus Saulus niet meer. Hij bidt. „Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? " Dat had hij nooit eerder gezegd.
Hij wist het wel wat hij doen moest. Hij krijgt antwoord (Hand. 9 : 6) „Sta op, ga in de stad" (Hand. 9 : 8). Saulus stond op. Zijn ogen zijn open gebleven maar hij ziet niets. Want hij is blind. Hij moet zich bij de hand laten leiden en onder zulke vernederende omstandigheden moet hij zijn intrede doen in Damaskus. Drie dagen gaan voorbij. Hij ziet niets, eet niets, drinkt niets en hij weet niets... De hemelse stem blijft zwijgen Wat moet hij doen? Wachten... en dat voor Saulus. Hoelang, waarop, op wie? Saulus moet leren gehoorzamen, wachten op God. Saulus de gegrepene. Deze historie geeft ons moed, ook in deze tijd. De Heere laat ons de heerlijkheid van Jezus' macht zien. De omvang van die macht is onbegrensd. Hem is gegeven alle macht, en Jezus Christus is gisteren, heden en tot in eeuwigheid dezelfde. Ook heden moet de vijandschap gebroken, onze blinde ijver geblust, ons gesloten hart geopend worden. En dat kan. Christus is machtiger dan wij. Saulus de gegrepene, onverwacht, geheel overwonnen. In die worsteling heeft hij zich gewonnen gegeven en zo wordt Saulus van Tarzen door Jezus gemaakt: aulus de Prediker. Wie nederstort wordt door Hem weer opgericht.
Gespreksvragen.
Bij gebruik op de jeugdvereniging kunnen de volgende vragen het gesprek wat op gang helpen:
1. Heeft Paulus Jezus gezien, of alleen de stem gehoord? (1 Cor. 15 : 8). Let vooral op het verband: llemaal wezenlijke verschijningen (1 Cor. 9 : 1, Hand. 9:17). 2. Hoe breng je Hand 22 : 9 met Hand. 9 : 7 in overeenstemming? 3. Wat is een uitwendige, wettische, evangelische, volks-en schijnbekering? 4. Zoek alle verwijsteksten op en bespreek ze.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 december 1972
Daniel | 16 Pagina's