KERSTLIED
Van 't vroeglicht van de dageraad tot waar de zon weer ondergaat, zingt elk den Koning Christus eer, het kind der Maagd is onze Heer.
Het is de schoot der reine Maagd die hemelse genade draagt en zwelt van een geheimenis, dat voor haar zelf verborgen is.
Haar lichaam ongerept en kuis wordt voor God zelf een heilig huis, ontvangt den Koning van de troon, ontvangt van 't engelwoord de Zoon,
Hem is het die zij 't leven geeft, dien Gabriel verkondigd heeft; en wien de Doper hulde bood, opspringend in zijn moeders schoot.
Hij die het hele leven hoedt, die ook de kleinste vogel voedt, ligt hier in 't stro; Hij, 's hemels hier drinkt Hij aan zijn moeders vorst! borst!
Luid klinkt het lied van 't engelkoor: Ere zij God, de hemel door. Aan herders wijst het in de stal de grote herder van 't heelal.
U Jezus zij de heerlijkheid, die uit een Maagd geboren zijt, U met den Vader zij, o Heer, U met den Geest voor eeuwig eer.
Caelius Sedulius ± 450.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 december 1972
Daniel | 16 Pagina's