LOFZANG VAN MARIA
Welzalig zijn ze, die zich 's werelds vreugd ontwennen, en met Maria dit gejuich gevoelig kennen. Des huichlaars vreugd is vals en voor een ogenblik, maar deze raakt het hart en blijft er eeuwigUjk. Welzalig zijn ze, die mei hemelse beoging, in diepe nederheid verwachten hun verhoging, en die hun ziel zo lang bezitten in geduld,
tot zij hun hoop op 't laatst met blijdschap zien vervuld. Zo leert de maagt hoe God alleen zij al de ere. Al roemt haar als moeder van de Heere, zij roemt de Heere van de moeder toch alleen; ziet alle roem in God, maar in haar zelve geen. Maar wie zijn wij, die ons zo licht iets dunken laten, die niets zijn, en ons zelf verheffen boven maten, om iets dat God ons geeft; hoe gaat al eigen lof en ijdle mensenroem terstond bij ons zo grof!
Wie God wil roemen en zijn eigen hoogmoed dwingen, die leer' inzonderheid Maria's lofzang zingen.
„Lof der heilige maagd Maria" (fragment)
Willem Sluyter 1627—1673
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1972
Daniel | 24 Pagina's