JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE DÉCONFESSIONALISERING VAN DE K.V.P.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DÉCONFESSIONALISERING VAN DE K.V.P.

9 minuten leestijd

De ontwikkelingen die zich vooral sedert de zestiger jaren binnen het Nederlandse Rooms-Katholicisme voordoen, hebben de politieke stellingname van het rooms-katholieke volksdeel niet onberoerd gelaten. Dit is in het bijzonder te merken aan de koers en het karakter van de Katholieke

Volkspartij (K.V.P.), waarop nog altijd een groot gedeelte van de rooms-katholieke kiezers in ons land zijn stem uitbrengt. In dit artikel zal worden getracht de vraag of en in hoeverre de K.V.P. in haar huidige grondslag en program nog als een specifiek roomse partij te beschouwen is, te beantwoorden.

Gewoonlijk wordt de K.V.P. ingedeeld bij de confessionele partijen. Het voornaamste kenmerk van een confessionele partij is dat de grondslag van een dergelijke partij gelegen is in de godsdienstige overtuiging van de leden en de aanhangers van de partij. Dezen verenigen zich op basis van hun gemeenschappelijke geloofsovertuiging in een politieke organisatie, omdat zij een direct verband zien tussen hun geloofsovertuiging en de politek: Zij willen de politieke doelstellingen laten bepalen door hun geloofsovertuiging, hun „confessie". In de titel van dit artikel wordt gesproken over „deconfessionalisering". Hieronder verstaat men de tendens om de politieke keuze niet meer in de eerste plaats te laten afhangen van de godsdienstige overtuiging en tevens het verschijnsel dat een confessionele partij zich in haar uitgangspunt en program niet meer wil binden aan de „confessie", de beginselen van de gemeenschappelijke geloofsovertuiging. In het laatste geval kan men spreken van de deconfessionalisering van de K.V.P., van de A.R.P., van de C.H.U. enz. De kenmerken die het eigen en specifieke karakter van cle confessionele partij bepalen, gaan in het proces van de deconfessionalisering verloren, zodat het moeilijk wordt om de van oudsher confessionele partij te onderscheiden van de niet-coiifessionele partijen. De oorzaak van de deconfessionalisering is meestal dat cle motieven en' beginselen van waaruit men tot de noodzakelijk geachte oprichting van de confessionele partij is overgegaan, zijn verzwakt, verdwenen of zelfs verworpen. Dit proces van deconfessionalisering heeft nu in sterke mate binnen het rooms-katholieke volksdeel en daarmee ook binnen de K.V.P. plaatsgevonden.

In de praktijk is het echter steeds minder te merken dat de K.V.P. gebonden wil zijn aan haar confessionele grondslag. De voortschrijdende ontkerstening gaat aan het rooms-katholieke volksdeel niet voorbij. De gedachte dat geloof en politiek niet rechtstreeks met elkaar te maken hebben, begint ook in roomse kringen veld te winnen. Dit brengt in de eerste plaats met zich mee dat het minder vanzelfsprekend gaat worden dat de roomse kiezers om godsdienstige redenen hun stem uitbrengen' op de K.V.P. Van kerkelijke zijde is deze ontwikkeling aanvankelijk bepaald niet toegejuicht. In 1954 verschijnt het Bisschoppelijk Mandement waarin o.a. het liberalisme en het socialisme veroordeeld worden en waarbij de roomskatholieken min of meer verplicht worden om op de K.V.P. te stemmen. Het Mandement, dat destijds veel stof heeft doen opwaaien heeft evenwel de deconfessionalisering niet kunnen keren. Niet alleen bleken vele rooms-katholieken' zich niet aan het Mandement te storen, maar ook ontwikkelde zich binnen de K.V.P. een ern-

stige discussie over de vraag of het bestaan van een afzonderlijke roomse politieke partij in deze tijd nog noodzakelijk is. Het bestaansrecht van de K.V.P. en van confessionele partijen in het algemeen wordt meer en meer in twijfel getrokken. Wie kennis neemt van het structuurrapport „Grondslag en karakter van de K.V.P." (1988) zal bemerken dat men enige moeite heeft om het bestaansrecht van cle partij te verdedigen. Gesteld wordt dat de tijd voorbij is dat gesproken mag worden van de noodzakelijkheid van een katholiek partijverband. Het voortbestaan van de K.V.P. als roomse partij wordt slechts „redelijk en doelmatig" geacht. In ieder geval adviseert het rapport om de hierboven geciteerde bepaling uit het Staatkundig Program te schrappen. Men wil hoogstens spreken van de noodzaak van een politiek die geïnspireerd wordt door „een christelijke visie op mens en wereld". Deze koerswijziging wordt mede veroorzaakt door de omstandigheid dat men' de tegenstelling: progressieve en conservatieve politiek belangrijker gaat vinden dan de tegenstelling: confessionele en niet-confessionele politiek. Zo wordt in een resolutie van de partijraad van de K.V.P. van december 1987 uitgesproken dat „in de huidige tijd partijvorming op christelijke grondslag gewenst is, mits een dergelijke partij een consequent vooruitstrevend karakter draagt". Vanuit de rooms-katholieke kerk wordt n de laatste jaren de deconfessionalisering van de politiek en meer in het bijzonder van de K.V.P. niet meer zo sterk betreurd. Het tweede Vaticaans Concilie heeft zelfs als beginsel aanvaard dat Christerien op politiek terrein tot uiteenlopende opvattingen kunnen en mogen komen, zodat dan ook niet verlangd mag worden dat de roomskatholieken op een en dezelfde partij hun stem uitbrengen.

Daarbij komt dat de moderne theologie ook in de roomse kerk, en zeker in het Nederlandse Rocms-Katholccisme aan invloed wint. Juist deze theologie die vrijwel alleen maar wil spreken over medemenselijkheid en een aardsgericht toekomstperspectief heeft, is een krachtig pleitbezorger van de deconfessionalisering van de politiek. Zij verwerpt de gedachte dat Christenen zich in de politiek apart zouden moeten opstellen. Ook een meer gematigd rooms-katholiek theoloog als prof. Schillebeeckx te Nijmegen is van mening dat politieke partijvorming op confessionele basis ongewenst is. Volgens hem kan de gemeenschappelijke geloofsovertuiging geen directe grondslag vormen voor het politieke handelen.

Het behoeft geen verwondering te wekken dat de K.V.P. ook onder invloed van deze theologische ontwikkelingen binnen' de roomse kerk in haar beleid thans eerder uitgaat van algemeen menselijke en humanistische beginselen dan van christelijke beginselen. In „Politiek perspectief", het blad van het wetenschappelijk instituut voor de K.V.P., (nummer van sept./okt. 1971) komt een vooraanstaand K.V.P.-lid tot de volgende conclusie: „De K.V.P. heeft alle uiterlijke kenmerken van een katholieke partij prijsgegeven of verloren. Aan het begin van vergaderingen wordt de Heilige Geest niet meer gevraagd de harten van de gelovigen' te vullen en in hen het vuur van de liefde te ontsteken, aan het eind wordt niet meer gebeden en cle keer dat een partijraadslid het „Aan U o Koning der eeuwen" (het vroegere partijlied, R. J. H.) wilde aanheffen, is jaren geleden weggelachen. Enige aanwijsbare relatie met de kerk ontbreekt". In het partijprogram voor de komende jaren kan de schrijver geen enkel punt aanwijzen „dat typisch katholiek of christelijk kan heten". Velen binnen' en buiten de K.V.P. zijn terecht van oordeel dat de K.V.P. nog slechts in naam een roomse en confessionele partij is.

Intussen zijn reacties op de deconfessionalisering van cle K.V.P. niet uitgebleven. Een groot aantal rooms-katholieken die aan de traditionele roomse opvattingen willen vasthouden, is in toenemende mate verontrust over de huidige koers van de K.V.P. Deze verontrusten vinden echter binnen de partij geen gehoor. Dit heeft tot gevolg gehad dat er een nieuwe politieke partij is opgericht: de Rooms-katholieke partij Nederland.

Deze groepering kan er met recht aanspraak op maken dat zij een specifiek roomse partij is. Dit blijkt vooral uit haar standpunt over cle verhouding tussen kerk en staat, de abortus, cle zedelijkheidswetgeving en het gezag.

De vraag rijst hoe wij de veranderingen in het politieke denken van de roomskatholieken en cle deconfessionalisering van de K.V.P. dienen te beoordelen.

1. De bovengeschetste ontwikkeling vertoont veel overeenkomsten met de ontwikkelingen' binnen de Anti-revolutionaire Partij en de Christelijk-Historische Unie. Ook

daar is er immers sprake van deconfessionalisering, al is dit proces in deze partijen over het geheel genomen wat minder ver voortgeschreden dan binnen de K.V.P. In feite is trouwens het „confessioneel gehalte" van de K.V.P. altijd al lager geweest dan dat van de A.R. en de C.H.U. In kringen van de K.V.P. heeft men het nooit erg begrepen gehad op al te diepgaande bezinning op de confessionele grondslag. Gelet op het feit dat in de traditionele roomse opvatting over de inhoud van de christelijke politiek niet de Bijbel zelf, maar de uitspraken van het kerkelijk leergezag in de eerste plaats als norm gelden, is het verklaarbaar waarom van roomse zijde zowel vroeger als nu zo weinig gesproken werd en wordt van de roeping van de Overheid om als dienaresse Gods te regeren naar de geboden van Gods Woord.

2. De deconfessionalisering van de politiek in het algemeen moet vooral in verband gebracht worden met de ontkerstening en de ontkerkelijking van ons volk. In wezen gaat het hierbij niet om het verdwijnen van de directe relatie tussen geloofsovertuiging en politieke keuze, maar om het verzwakken' van de rooms-katholieke, resp. reformatorische beginselen. In het licht van de ontkerstening van ons land is de deconfessionalisering van de politiek slechts te betreuren. De verdwijning van veel christelijke waarden in onze materialistische welvaartsstaat maakt een op de Schrift gebaseerde politiek meer dan ooit noodzakelijk. Het is onmogelijk om op politiek terrein „neutraal" te zijn. Als de Overheid niet meer erkent dat zij dienares van Gcd is, dreigt zij de afgoden te gaan dienen.

3. Voorzover de deconfessionalisering van de K.V.P. betrekking heeft op de verdwijning van een aantal specifiek roomse gedachten over staat en maatschappij behoeven wij de bovengenoemde ontwikkelingen niet te betreuren. Er zijn immers in het verleden' genoeg voorbeelden te vinden van onderdrukking van de geestelijke vrijheid waar Rome aan de macht was. Het Vaticaan zelf blijkt overigens ook thans nog, ondanks enkele nieuwe geluiden op het Tweede Vaticaans Concilie, niet afkerig te zijn van het uitoefenen van wereldlijk gezag. Zo ment paus Paulus VI zich bijv. zonder meer in de binnenlandse aangelegenheden van Italië. Dat de K.V.P. tegenwoordig met zoveel woorden erkent dat de partij in haar politieke beleid niet gebonden is aan uitspraken van paus en bisschoppen, is dan ook op zich geen' achteruitgang te noemen.

4. Voorzover wij echter de K.V.P. onder invloed van de moderne theologie en het hedendaagse verwereldlijkte levensbesef zien veranderen in een „algemene" volkspartij, waarin het christelijke levensbesef en de christelijke waarden' steeds minder doorklinken, kunnen wij de huidige koers van de K.V.P. niet toejuichen. Het merkwaardige feit doet zich zelfs voor dat wij op bepaalde punten (bijv. de abortus en de zedelijkheidswetgeving) ons eerder verwant kunnen voelen met de traditionele roomskatholieken dan met de zgn. progressieve rooms-katholieken. Uit dit alles blijkt wel hoezeer de scheidslijnen in de politiek sedert de tweede wereldoorlog anders zijn gaan lopen.

Tenslotte kunnen wij niet anders hopen clan dat ook binnen ons rooms-katholieke volksdeel temidden van de geestelijke verwarring waarin het verkeert, gevraagd zal worden om een politiek beleid dat zich richt naar de geboden en beloften van Gods Woord. Alleen van een dergelijk beleid is immers heil te verwachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1972

Daniel | 24 Pagina's

DE DÉCONFESSIONALISERING VAN DE K.V.P.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1972

Daniel | 24 Pagina's