ROME - REFORMATIE
„Zie, Uw mosder en Uw broeders daarbuiten zoeken U En Hij antwoordde hun, zeggende: ie is Mijn moedei of Mijn broeders? " (Markus 3 : 32, 33
De Schriftgeleerden, die uit Jeruzalem naar Galilea waren gereisd om Jezus te horer en Zijn wonderen te zien, gingen in hun vijandschap zo ver, dat zij het optreden var de Heere Jezus durfden te gaan toeschrijven aan inwerking van de Boze.
Zij zeiden: „Hij heeft Beëlzebul en door de overste der duivelen werpt Hij de duivelei uit." (vs. 22).
Jezus waarschuwt hen ernstig voor deze laster, maar zelfs de moeder en de broers van de Heere Jezus schijnen onder de indruk te komen van deze vreselijke laster. (vs. 21). Zij denken, dat Jezus overspannen is, dat Hij veel te druk is met Zijn werk en als Hij zo doorgaat, dat Hij veel te veel van Zijn krachten zal eisen.
Uit bezorgdheid zijn ze Hem achterna gereisd. Ze bereiken het huis, waar Jezus is. Maar het is zo vol in dat huis, dat ze niet bij Hem kunnen komen.
De Heere Jezus is daar in dat huis bezig met Zijn werk, Zijn ambtswerk aan Israël. Maar nu willen Zijn familieleden Hem daaraan onttrekken. Zij willen, dat Hij zal ophouden met Zijn werk en meegaan naar huis om uit te rusten.
Door de drukte in dat huis kunnen ze het niet zelf tegen Jezus zeggen. Van de één tot de ander laten zij dan waarschijnlijk hun boodschap doorgeven, totdat tenslotte iemand bereikt wordt, die in de onmiddellijke nabijheid van de Heere Jezus is en die Hem tussen het spreken door kan toevoegen: „Zie Uw moeder en Uw broeders daarbuiten zoeken U." Maria wilde haar Zoon aanwijzingen geven. Ze wilde zich inlaten met het werk van Christus.
En hier dwaalde Maria. En dat is nu juist de zonde en dwaling van de kerk der middeleeuwen geworden, dat zij langzamerhand Maria liet meebeslissen over de dingen, die voor onze zaligheid nodig zijn. En in dat spoor is de Roomse kerk steeds verder gegaan. Het „Ave Maria" (wees gegroet Maria) is het overheersende gebed geworden in de Roomse kerk en Maria wordt vereerd als middelares van alle genade. Hier ligt nu het konflikt met Rome en' juist hier blijkt dat de kerk van Rome een andere is dan die der Reformatie. Het gaat hier immers maar niet om een uitwas, maar om het meest wezenlijke kenmerk van de Roomse Kerk.
Rome kent immers de twee zuilen, Jezus én Maria, het Goddelijke én het menselijke, de genade én de goede werken. Dat menselijke kunnen bereikt in Maria zijn hoogste trap en het verdringt telkens meer het Goddelijke en verduistert de enige verlossing van Christus Jezus.
De reformatie heeft echter weer mogen ontdekken dat het niet én én is, maar Jezus alleen, de genade alleen. De reformatie heeft weer mogen leren, dat God goddelozen rechtvaardigt cm niet door Jezus' borgwerk. En dat Hij deze genade verheerlijkt zonder enige medewerking of verdienste onzerzijds.
Beste vrienden, hebben wij dit, wat het hart der reformatie is, reeds mogen leren? Want dat is ons allen zo onmisbaar. persoonlijk
De Heere Jezus moest hier kiezen tussen Zijn Middelaarswerk in het Koninkrijk Zijns Vaders en Zijn moeder, die Hij teer liefhad.
Maar als Zijn moeder zich met Zijn werk wil inlaten, geeft Hij geen duimbreed toe. Dan wijst Hij haar af en wijst op Zijn geestelijke familie, van wie Hij de oudste broeder is. Dan zegt Hij: „Zo wie de wil van God doet, die is Mijn broeder en Mijn zuster en moeder."
Mogen wij door Goddelijke genade reeds tot deze familie behoren?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 december 1972
Daniel | 24 Pagina's