Het Geschenk
Hij trok het schuifken open, Het knaapje stond aan zijn zij En zag hét uurwerk liggen: „Och, grootvader. geef het mij"
„Ik zal 't U wel eens geven, Toekomend jaar misschien, Als ge wel leert en braaf zijt" Zei de oude: „Wij zullen zien".
„Toekomend jaar? " sprak 't knaapje „O, grootvader, maar dan zoudt Gij reeds lang kunnen dood zijn: Gij zijt zo ziek en zo oud"
En de oude stond te peinzen, Hij dacht, het is wel waar, , En zijn lange vingers streelden Des knaapjes krullend haar.
Hij nam het zilv'ren uurwerk Met de gouden keten erbij, En lei ze in de gretige handjes , , 't Komt nog van uw vader", sprak hij.
Daar laas een grafje gedolven; De scholieren stonden er rond En een oude man boog mét moeite Nog ene knie op de grond.
Het koele morgenwindje Speelde om zijn haren zacht. Het kleine kistje zonk neder, Arm knaapje, wie had dat gedacht?
Hij keerde terug naar zijn woning, Grootvader, en weende zo zeer, En lei het zilvren uurwerk In 't oude schuifken weer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1972
Daniel | 20 Pagina's