VOGELTREK
„en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels". (Genesis 1 : 20b).
Wat is eigenlijk de vogeltrek? Doen alle vogelsoorten daar aan mee? Wanneer vertrekken ze en waarheen? Wat zoeken ze in die andere landen en streken? Vragen genoeg. Laten we maar eens proberen er een antwoord op te vinden.
Met de vogeltrek bedoelen we, dat veel vogels in een bepaalde tijd (op het noordelijk halfrond in de herfst) in een bepaalde richting (zuidwaarts) vliegen. Is het je wel eens opgevallen, dat het aantal vogelsoorten, dat van noord naar zuid trekt aanzienlijk groter is dan het aantal, dat in omgekeerde richting vliegt? Hoe zou dat komen? Het antwoord is niet zo moeilijk te vinden. Kijk eens op je atlas! Zie je wel, dat er ten noorden van de evenaar veel meer land ligt, dan ten zuiden van die lijn? Meer land dat betekent: meer broedruimte. Je begrijpt nu wel, dat de trek naar het zuiden het grootst is. Maar waarom blijven al die vogelsoorten dan niet in hun broedgebied? Neem je atlas er maar weer bij. Je weet, dat de evenaar de lijn is, die de aarde in twee halfronden verdeelt. Ten noorden en ten zuiden van die denkbeeldige lijn zie je twee stippellijnen, de keerkringen. Tussen die beide keerkringen (hoe heten ze? ) liggen de tropen of de tropische luchtstreken.
Een dag in de tropen duurt 12 uren. Maar de dag ten noorden en ten zuiden van de tropen duurt veel langer. Bij ons telt de langste dag 17 uren. Nog verder naar het noorden (Zweden, Noorwegen b.v.) wel 20 uren en in de poolstreken gaat 's zomers de zon niet onder.
Er is dus in onze gematigde luchtstreken voor de vogels veel meer tijd om voedsel te zoeken, wat ze vooral ten goede komt, als ze jcngen hebben. Weet je dat sommige jonge vogeltjes per dag meer eten dan hun eigen gewicht? Zijn cle jongen groot geworden en is de broedtijd voor de oudere vogels voorbij, dan is de zomer grotendeels verstreken. De dagen gaan „korten" cle nachten gaan „lengen", (Begin oktober duurt de dag bij ons geen 12 uur meer). Gaan nu de vogels direkt op pad? Nee, dat kan per seizoen heel verschillend zijn. Je kunt nooit zeggen: „Het is b.v. 15 oktober, alle vogels zijn naar hun winterverblijf".
Het ligt voornamelijk aan het weer en de lichamelijke conditie van onze gevleugelde vriend speelt ook een rol. Is het een zacht najaar (nog veel insekten!) dan blijven de vogels wat langer in hun broedgebied. Hebben we een vroege en koude herfst dan zie je ze eerder vertrekken.
Vóór de grote trek begint, zorgen' de vogels voor extra energie, voor een extra voorraadje voedsel. Ze „hamsteren". Ze slaan n.1. een vetlaag op onder hun huid. Vooral die vogels, die onderweg bijna nergens kunnen rusten. (Waar zou je even kunnen uitrusten als je een oceaan oversteekt? )
Een „non-stop" vlucht van plm. 3500 km.
Weet je dat de goudpluvier wel meer dan 3000 km. aflegt zonder te eten of te drinken? Dit vogeltje (zo'n 25 cm. lang!) trekt van de kusten van de Noordelijke
IJszee (o.a. vlak bij de Hudsonbaai) helemaal naar Argentinië. Over welke landen vliegt het en welke oceaan trekt het over?
Niet alle vogels vliegen „non-stop" naar hun winterkwartieren hcor. Veel soorten doen het kalmpjesaan. Toch leggen ze nog 100 a 200 km. per dag af. Enkele soorten (o.a. eenden en ganzen) trekken 's nachts en zoeken overdag hun voedsel.
Een goede bekende
De ons zo bekende boerenzwaluw trekt overdag. Hij voedt zich terwijl hij vliegt. Met zijn bek wijd open scheert het diertje door de lucht en vangt zo zijn voedsel. Als de zwaluw dwars door een insektenzwerm vliegt propt hij z'n bek helemaal vol. De vreemdste draaien en zwenkingen kan hij al etend maken. (Begrijp je waarom! hij dat doet? ) Deze vogel is erg afhankelijk van het weer. (Zie je in een koud jaarseizoen veel insekten? Zouden er in de landen met een guur en koud klimaat veel muggen, vliegen e.d. rondvliegen? ) Je kunt dan ook nooit zeggen „21 maart begint de lente en daarom komt de zwaluw altijd op die datum in zijn broedgebied aan". (Aan welk spreekwoord denk je nu? ) Nee, één koude dag onderweg kan al een vertraging geven van meerdere dagen. (Waarom? )
Weet je waar deze uitstekende vlieger overwintert? In het zuiden van Afrika! Een afstand van plm. 10.000 km.! Geen kleinigheid hè?
Heen reist de boerenzwaluw (ik reken vanuit onze streken, dus Engeland, Nederland, Denemarken) via de Straat van Gibraltar langs de westkust van Afrika naar zijn winterkwartier. Terug gaat het dwars over de Sahara en de Middellandse Zee in één rechte lijn op Europa aan. Weet je dat de zwaluw slecht kan lopen? Hij heeft maar korte pootjes en z'n tenen staan nogal dicht bij elkaar, als dit vogeltje niet hoeft te lopen zal het dat ook nooit doen. Zitten kan het ook niet zo best. Wel op dunne takjes en telefoondraden. Daar kan het z'n tenen gemakkelijk omheen krullen. De zwaluw brengt een heel groot deel van z'n leven vliegend door.
Een wereldreiziger
De Noordse Stern (lijkt veel op ons visdiefje) is de kampioenreiziger onder de vogels. Het broedgebied van dit diertje (35 cm. lang) is het hoge Noorden. Noord-Canada, Noorcl-Groeniand en Noord-Zweden. Door de lange dagen op het noordelijk halfrond (broedtijd eind mei tot juli) kan het zich aan de overvloed van vissen rijkelijk te goed doen. Deze vogel maakt zich al vroeg klaar om naar het zuiden te vertrekken. De broedtijd is maar kort, de jonge vogeltjes zijn na 2 a 3 weken „vliegklaar" en kunnen met de oude vogels meetrekken. In kleine groepen steken de vogels, die in Canada en Groenland broeden, de Atlantische Oceaan over om langs de kust van West-Afrika naar het Zuidpoolgebied te vliegen. De Sterns, die in Noord-Zweden hun jongen grootbrengen, volgen de westkust van Europa, steken ten noorden van Afrika de Atlantische Oceaan over en' via de oostkust van Zuid-Amerika bereiken ze het Zuidpoolland. Deze trekvogel geniet het hele jaar meer daglicht dan welke vogel ook. (Kun je dat begrijpen? )
Per jaar legt de Noordse Stern wel 35.000 km. af. (Is dat meer of minder dan de omtrek van de aarde? )
Het is een wonder, dat de trekvogels zo goed cle weg weten naar hun winterverblijf. Sommige soorten vliegen dwars over de Grote Oceaan, een zee van lucht en water, zonder één vast punt. Toch verdwalen ze niet, maar bereiken jaar op jaar hun plaats van bestemming. Men is er bijna zeker van, dat deze vogels hun richting bepalen aan de stand van zon en sterren.
De meest ingewikkelde instrumenten, die de mensen hebben uitgevonden, kunnen falen, maar de vermogens, die God cleze kleine dieren gegeven heeft, gaan al die uitvindingen te boven.
Sommige vogelsoorten, die normaal niet in groepen leven, komen bij elkaar als
de trek begint. Ze vormen hele vluchten. hele wolken, die de hemel kunnen verdonkeren. Denk maar eens aan de spreeuwen. Wonderlijk mooi zijn de precies gelijk uitgevoerde bewegingen, 't Is net alsof er één de commandant is, die zegt: „Links, rechts, duiken, stijgen." Weet je, dat er in zo'n zwerm wel meer dan 200.000 vogels bij elkaar kunnen zijn?
Groot en klein
Misschien denken jullie wel, dat hele kleine vogels niet zo ver trekken als hun grotere soortgenoten. Dat hoeft niet hoor. De ooievaar (lengte 100 cm.) overwintert in Midden-en Zuid-Afrika. Hij legt dan een afstand af van 6.500-10.000 km. Maar de Noordse Boszanger (lengte 12 cm.) vliegt een evengroot aantal kilometers. Hoe hoog vliegen nu de trekvogels? De meeste soorten blijven onder de 1.500 meter. Enkele kleine vogels „zitten" op een hoogte van 3.000-6.000 meter. Wat een afstand, wat een hoogte voor zulke kleine dieren, vind je niet? Ze weten hun tijd, ze kennen hun plaats, ze vliegen onfeilbaar naar hun doel, ze nestelen, ze broeden en' brengen hun jongen groot, en ze „wachten op U, dat Gij hun hun spijze geeft te zijner tijd."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1972
Daniel | 16 Pagina's