Is opstand of revolutie geoorloofd?
Als tweede reaktie kregen we de vraag binnen: „Is opstand of revolutie geoorloofd? Bijbels licht hierover geeft ons cle juiste benadering van het probleem.
Révolte en Révolution
Men zegt dat Lodewijk XVI toen hij aan de avond van de 14e juli 1789 hoorde van de bestorming van de Bastille, uitriep: „C'est une révolte." De hertog de la Rochefoucauld-Liancourt meende hem te moeten verbeteren en zei: „Non, Sire, c' est une révolution".
Aan de hand van dit voorbeeld kan duidelijk worden dat opstand of oproer (révolte) niet gelijk te stellen is met revolutie (révolution).
Opstand
Onder opstand verstaat men de aanwezigheid van één of meer van de volgende factoren: verstoring van de openbare rust, aantasting van de veiligheid, weigering van de vervulling van plichten, belemmering van de handelingen van de regering. De opstandigen vormen meestal een betrekkelijk beperkte groep. Vaak is een wanhoopselement aan te treffen. Door de slechte voorbereiding en organisatie loopt een opstand meestal op een mislukking uit.
Enkele voorbeelden van opstanden:1323 Vlaanderen, 1358 Parijs, 1381 Engeland, 1524 Boerenopstand Duitse Rijk.
Bij al de hier genoemde voorbeelden was sprake van mislukking.
Verschil opstand en revolutie
De kenmerken van een opstand gelden ook voor een revolutie. Een revolutie is echter meer. Het is een vaak plotselinge, meestal met geweld gepaard gaande omkeer van bestaande — vooral politieke — verhoudingen; dus een structuurverandering. Als gevolg van een revolutie gaat meestal de macht in de staat in andere handen over. Meer of minder opvallend zijn: goede voorbereiding, leiding en organisatie, succes.
Is bij een opstand het falen karakteristiek, bij een revolutie is het juist andersom, al bereikte men lang niet altijd het gestelde ideaal. Omdat iedere revolutie in sterke mate bepaald wordt door de historische situatie en door de inhoud van het idealisme is er sprake van grote veelzijdigheid. Zo is er bijvoorbeeld verschil tussen conservatieve revoluties (herstel van het oude) en progressieve revoluties (vernieuwend). Soms begon een revolutie als conservatieve om als progressieve te eindigen: de Nederlandse revolutie van 1572 beoogde o.a. herstel van de privileges maar bracht de regentenrepubliek (1588).
De veelzijdigheid blijkt ook wel uit de volgende voorbeelden: De Nederlandse Revolutie van 1572, De Engelse Revolutie van 1649, De Amerikaanse Revolutie van 1776, De Franse Revolutie van 1789, De Russische Revolutie van 1917, De Indonesische Revolutie van 1945, De Chinese Revolutie van 1949, enz.
Geoorloofd?
Over de geoorloofdheid van opstand of revolutie werd en wordt onder christenen verschillend gedacht.
Het lutheranisme legde de nadruk op de gehoorzaamheidsplicht tegenover de overheid en wees daarmee de opstand af. (Luther fulmineerde tegen de Boerenopstand
van 1524). Het calvinisme daarentegen kwam in de 18e eeuw tot de gedachtengang dat, wanneer de wettige vorst ontaard was tot tiran, althans aan de lagere magistraten het recht van opstand toekwam. Door een ruime hantering van deze gedachte kwam men: tot een rechtvaardiging van de opstand tegen Spanje, alhoewel de protestantse geschiedschrijving het daarmee altijd moeilijk gehad heeft.
Groen van Prinsterer (1801—187G) poneerde zijn visie in zijn bekende werk „Ongeloof en Revolutie". Hij onderscheidde enerzijds plichtmatige (verplichte, noodzakelijke) „anti-revolutionaire" revoluties zoals de Nederlandse van 1572, de Engelse van 1688 en de Amerikaanse van 1776, die alle herstel van onrecht beoogden. Anderzijds signaleerde hij revoluties uitgaande van alle gezag aantastende ongeloofstheorieën (de Franse van 1789).
Dit onderscheid van Groen van Prinsterer is een vernuftige vondst die overigens in de praktijk niet makkelijk hanteerbaar is gezien de grote verscheidenheid van motieven bij de diverse revoluties.
De Bij bel; kompas
Persoonlijk meen ik dat we deze materie allereerst vanuit cle Heilige Schrift moeten benaderen'. Met slimme redeneringen over een zeker recht van opstand van lagere magistraten en diepzinnige onderscheidingen tussen plichtmatige anti-revolutionaire revoluties (contradictio in terminis) en door ongeloof gevoede revoluties komen we er niet.
We moeten allereerst naar de Bijbel luisteren. Wanneer we, zoekend naar een juiste houding ten aanzien van dit probleem, de Bijbel openslaan, lezen we in Romeinen 13 : 1 en' 2 „Alle ziel zij de machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd. Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie van God wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen".
Paulus schrijft deze woorden in een tijd waarin het Joodse volk geknecht was door de Romeinse overheersing. Er was een stille hunkering onder de Joden om van dat juk bevrijd te worden. Paulus voedt deze verlangens niet. Hij stelt nadrukkelijk de gehoorzaamheidsplicht jegens de Romeinse overheid. Ook de Heere Jezus zelf heeft nooit anders gedaan. Hij sprak: „Geef cle keizer wat des keizers is".
Ja maar, zo kan men zeggen, de Romeinen duldden de Joodse godsdienst. Wanneer dat nu eens anders geweest zou zijn, wat dan? Wij lezen in Handelingen 5 : 29 „maar Petrus en de apostelen antwoordden en zeiden: en moet Gode meer gehoorzaam zijn, dan de mensen."
Hieruit volgt dat, wanneer een overheid de onderdanen plichten oplegt die ongehoorzaamheid aan God betekenen, men Gode meer meet gehoorzaam zijn dan de men'sen. Er kan dus een noodzaak aanwezig zijn tot ongehoorzaamheid aan het wettig gezag; dit heeft het lutheranisme niet voldoende onderkend. De vraag wordt nu of deze noodzakelijke ongehoorzaamheid jegens de overheid mag uitgroeien tot georganiseerd revolutionair verzet.
De motieven
Voor de beantwoording van deze vraag moeten we letten op cle motieven. De Bijbel leert ons dat wij, hetzij dat we eten, hetzij dat we drinken, hetzij dat we iets anders doen, dat alles hebben te doen tot eer van Gcd. Alles wat uit het geloof niet is, stelt de Bijbel als zonde aan het licht. Wanneer we door geloofsmotieven gedreven' en lettend op het gebod Gode meer gehoorzaam te zijn clan de mensen, komen tot revolutionair verzet, lijkt mij dat verantwoord. Een voorbeeld daarvan zie ik in Willem van Oranje. Uit zijn correspondentie blijkt genoegzaam dat hij door geloofsmotieven werd gedreven.
Ik wil mij echter uitspreken tegen allerlei hedendaagse revolutionaire bewegingen, bijvoorbeeld in diverse Latijnsamerikaanse staten. Het christelijk geloof vormt daar niet de basis van het handelen. Men streeft naar een betere (? ) maatschappijvorm en meent dat dit doel het middel van het revolutionair verzet rechtvaardigt. Bij onjuiste motieven voegt zich dus de foutieve opvatting dat het doel de middelen zou heiligen.
We zullen zeer kritisch moeten staan tegenover revolutionaire bewegingen in de
wereld waarin we leven, omdat de motieven niet ontspringen aan de enige zuivere bron: het christelijk geloof.
Wie meer te weten wil komen over deze ingewikkelde maar interessante materie, vooral deze historische aspecten daarvan, kan terecht bij onderstaande (pittige) literatuur:
Literatuur:
Prof. Dr. A. A. van Schelven: Het „heilig recht van opstand". 1920.
Dr. A. C. J. Vrankrijker: De motivering van onze opstand. 1933.
Mr. G. Groen van Prinsterer: Ongeloof en Revolutie, 1868.
Prof. Dr. I. Schöffer e.a.: Zeven Revoluties, 1964.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1972
Daniel | 16 Pagina's