NIEUWE MORAAL
Onze woordenschat
Onzs woordenschat breidt wel uit. Telkens komen wij in de kranten woorden tegen die nieuw zijn, of die een nieuwe betekenis hebben gekregen. Dat is op zich zelf niet erg, want de taal leeft. Het is echter de vraag of wij met al de nieuwe woorden die uit het buitenland geïmporteerd worden of ontleend zijn aan het vakjargon van de een of andere wetenschap wel zo blij moeten zijn. Meestal worden door deze nieuwe begrippen ideeën gelanceerd, die ons maatschappijk leven verder ontwrichten. Zij pogen af te voeren van de bijbelse levensinstellingen.
Ursinus, een van de opstellers van de Heidelbergse catechismus, was met vreemde woorden ook al niet gelukkig. Hij waarschuwde, nu meer dan 400 jaar geleden: Wees voorzichtig met vreemde woorden, want het is mijn overtuiging en de geschiedenis cler kerk heeft dat geleerd, dat zo dikwijls vreemde zienswijzen, ketterijen en de vervlakking van de leer die naar de godzaligheid is, door middel van vreemde uitdrukkingen en woorden bedektelijk worden ingevoerd. Tot zover Ursinus. Een waarschuwing die nog steeds geldt en zeker nu geldt.
Een' greep uit de nieuwe woorden, die we bedoelen: nieuwe moraal, maatschappijkritiek, polarisatie, ontideologisering, ontmythologisering, metaphysische bepaaldheden en taboes. Zo zouden we nog wel een paar regels verder kunnen gaan. Dat hoeft niet. Naar de gelegenheid zich voordoet zullen we telkens wel zo'n duistere grootheid bekijken. In ieder geval is deze bloemlezing voldoende om te zieri dat enze woordenschat uitbreidt; maar we zijn er niet blij mee.
Nieuwe moraal
Al die nieuwe begrippen zijn een teken van de verwarring die op allerlei gebied in onze welvaartsstaat steeds meer toeneemt. De nieuwe moraal, zo hoog aangeprezen door velen, is niet anders dan een doorbreking van de christelijke levensinstelling.
Wat is moraal? Moraal is een woord, voornamelijk uit Roomse kringen afkomstig, waarmee men aanduidt de beginselen, die aan het gedrag} van de mens ten grondslag liggen. Gereformeerde theologen spreken in dat geval van zedenleer of ethiek. De zedenleer poogt een antwoord te geven op de vraag: Wat moeten wij doen'? Richtlijnen dus voor het gedrag van de mens. Iiet moge duidelijk zijn, dat het antwoord op de vraag: wat moeten wij doerï, nooit anders dan vanuit de Schrift gegeven mag worden. Daar immers heeft. God de regel voor het leven ons gegeven. En wanneer wij nu lezen van een nieuwe moraal, dan bedeelt men daarmee dat allerlei beginselen waardoor het gedrag in onze samenleving bepaald werd, overboord worden gezet, en dat nieuwe beginselen daarvoor in de plaats worden gesteld. De nieuwe moraal is een product van de snel voortgaande ontkerstening van ons volksleven. De nieuwe moraal wil vrijheid, Een vrijheid echter die we beter bandeloosheid kunnen noemen.
Nieuwe moraal of bandeloosheid
De welvaart in materiële zin — dat is wat anders dan geestelijke welvaart — bracht de mens niet het geluk, dat in moeilijker tijden daarvan verwacht werd. Integendeel Onrust, de jacht naar nog meer heeft het leven getekend. Als we alles hebben wat wij begeren, dan blijft de onvrede over. De leegheid van de mens zonder God. Werkelijke vrede, blijdschap, rust is buiten God ncoit te vinden. Teleurgesteld met alle welvaart streeft de mens naar andere verten waar men dan meent het paradijs te vinden. En die verten liggen achter grenzen. Grenzen die men niet eerder overschreden had, waarvan men echter meent dat daarachter tcch wel de ideale maatschappij
ligt. Die grenzen moeten' dus weg. We moeten niet, zo is de gedachte, gebonder zijn door opvattingen en maatschappelijke instellingen, die uit vroeger tijd stammen Al die levensnormen en levensgewoonten belemmeren de mens in zijn ontplooiing; de mens kan niet werkelijk mens zijn. wanneer hij in zijn levensgedrag beperkt wordt.1 En met grote voortvarendheid ruimt men op al die normen die onze maatschappij nog kenschetsten als een christelijke beschaving.
Nieuwe beginselen worden gepropageerd. Andere grenzen worden aangewezen. Die andere grenzen' liggen echter zover weg. dat vrijwel alles mag en alles kan. Die grenzen, die normen worden geformuleerd als een genotsethiek. Alles wat de rnens genot geeft mag, alleen met één beperking maar. En die ene beperking is dat men door zijn handelen de naaste geen schade toebrengt. Dat is natuurlijk heel wat anders dan hetgeen de dichter in psalm 19 zingl: „Dus krijg ik van mijn plicht, O, God, een klaar bericht, Wat is het vooruitzicht schoon. Hij die op u betrouwt, Uw wetten onderhoudt, Vindt daarin grote loon."
De nieuwe moraal mist dan ook zeker dat grote loon. Dat is de vrede die een ieder heeft die Gods wet bemint. Wanneer we de moderne mens zien. de mens van de nieuwe moraal, dan is dat niet een mens, die blijdschap van zich afstraalt. Dat kan ook niet. De moderne litteratuur, die deze nieuwe moraal verheerlijkt, is getekend door haar eindeloze triestheid.
Nieuwe moraal en synode
De Hervormde synode heeft zich in juni j.1. ook bezig gehouden met de nieuwe moraal. En dan in het bijzonder met de toepassing van de nieuwe moraal op sexueel gebied. Reecis eerder, in februari van dit iaar, hield de synode zich bezig met deze zaken'. Toen, in februari, bogen de synodeleden zich over een meerderheidsrapport van een kommissie, waaraan niet minder dan 4 Va jaar gewerkt was en waaraan de naam van Dr. F. O. van Gennep verbonden is. Dit rapport werd verworpen door de synode. En terecht. In dit rapport werd een redenering gevolgd die uitkwam op het toestaan van de nieuwe moraal. Thans kwam een minderheidsrapport aan cle orde, waaraan de naam verbonden is van Prof. Roscam Abbing. Dit geschrift blijkt veel conservatiever te zijn. Het werd door de synode aangenomen. Toch is ook de gedachtengang van dit rapport niet zodanig dat we daar blij mee zijn. Allerlei compromissen treffen we er in aan, waarbij dan altijd de rechte lijn van de Schrift wordt losgelaten. Dat treffen we aan bij het hoofdstuk over de echtscheiding en ook bij het gedeelte dat handelt over homofilie. Het heeft weinig zin om al hetgeen in dit rapport te berde wordt gebracht te bespreken. Alleen één zin die ons trof en die cle geest ademt waarin ook dit stuk geschreven is.
Die bewuste zin is cleze: De situatie waarin de mens verkeert is mede voor wat Gods gebod voor hem is. bepalend
Hier vinden we dus tot uitdrukking' gebracht, dat het gebod des Heeren en de betekenis van het gebod voor ons, afhankelijk zou zijn van de omstandigheden waarin we verkeren. Dit is een mening ciie cle onze niet is en ook niet mag zijn. De eeuwige wet van God is niet afhankelijk van de situaties waarin wij verkeren. De omstandigheden kunnen het wel steeds moeilijker maken om naar het gebed Gods te leven. Maar de omstandigheden' nemen niet de betekenis cn de eis van het gebod weg. Het is te betreuren dat de synode van de Herv. kerk niet een krachtiger, Schriftuurlijk geluid laat horen tegen de doorwerking van de nieuwe moraal. Werkelijke vrijheid is alleen gelegen in de binding aan de wet Gods. En de verlating van de norm in de Bijbel voor het leven kan nooit gelukkig maken. Wie ver van u de weelde zoekt vergaat eerlang en wordt vervloekt. Gij roeit hen uit die afhoereren.
Nieuwe moraal is oud
De zgn. nieuwe moraal waarmee de synode te maken had is echter al oud. Reeds 50 jaar geleden werd door een zekere Lindsey een beek geschreven waarin de beginselen van de nieuwe moraal werden aangeprezen. Al die dingen' waar het nu om gant werden toen als wijsheid voorgesteld. Kameraadschapshuwelijken, proefhuwelijken en polygame huwelijken werden als oplossingen voorgesteld. Wat we nu zien gebeuren is, dat al deze gedachten worden doorgevoerd door middel van de literatuur, allerlei verenigingen en niet in het minst door onderwijsinstellingen. De mens is op drift, losgeslagen.
Maar nieuw is de moraal niet. In psalm 2 woeden cle heidenen en bedenken
de volken ijdelheid. Daar stellen de koningen der aarde zich op en beraadslagen de vorsten tezamen tegen de Heere en Zijn Gezalfde, zeggende: Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen. Die in de hemel woont zal echter lachen; de Heere zal hen bespotten. Romeinen 1 en Sodom en Gomorra zijn in de Schrift geschreven cm te doen zien hoe de Heere toornt tegen de nieuwe moraal. Wereldrijken hebben als voorboden van hun ondergang deze zedeloosheid binnen hun muren gehaald. Nooit kunnen wij de scheppingsordening van God teniet doen, en het gebod Gods overtreden en tegelijk vrede hebben.
Er wordt gesproken van noodsituaties waarin het gebod clan een andere betekenis zou krijgen. Dit moeten wij ontkennen. Noodsituaties kunnen zich voordoen. Dat ligt echter niet aan het gebod maar aan de mens. En in de noodsituaties, die zich kunnen voordoen met betrekking tot het huwelijk, geldt het woord van ons oude huwelijksformulier: dat de huwelijke staat behoort eerbaar gehouden te worden door allen, en dat de Heere de getrouwden Zijn hulp en Zijn bijstand altijd wil bewijzen, ook wanneer wij zulks allerminst verwachten. De Heere leeft. Hij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat wij het in Zijn hand zouden stellen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1972
Daniel | 16 Pagina's