De zomer is voorbij
De brede wind met bruisend ademhalen doorvaart het rietland waar 't gepluimde boog. Wat zilverpluizen van zeeasters dalen aarzelend zwevend over 't bronzen loof.
Er gaat een duister en geheim verhalen door heel de omtrek, onder en omhoog waar nog het zijden licht hing, , tot een vale wolk het matte schijnen onder schoof.
Maar aan de randen, waar het waier rilde, gloeien de bloedkoralen nog van mei. En rozenbottels waarop goudglans trilde, hangen in trossen langs de avondwei. Het woordenloze hooglied in 't verstilde, al is de bloei en 't zomeren voorbij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1972
Daniel | 16 Pagina's