ONESIMUS, DE WEGGELOPEN SLAAF (slot)
„Ik zou je wel bij me willen houden. Onesimus, want je doet nuttig werk voor me. Maar het kan niet. Je meet terug. Je bent immers niet van mij weggelopen. Je hoort bij Filemon."
O, wat een moeilijke weg terug voor die weggelopen slaaf. Wist hij nu maar wat er in die brief stond. Dan zou het misschien makkelijker gaan. Eigen schuld, eigen schuld, dreunt het maar in zijn hoofd. Met lood in zijn schoenen gaat hij voort, vol angst ziet hij in de verte Kolosse liggen. Hoe zal het aflopen?
In het ruime koopmanshuis van Filémon is het stil geworden. Het is nacht, allen slapen. In het slavenverblijf is nog lang gepraat. Allen hadden één naam op de lippen: ONESIMUS.
Hij is terug, de weggelopen slaaf is terecht. En o, wat is het meegevallen voor hem. Toen Filémon de brief van Paulus gelezen — en misschien wel hérlezen — had, och, toen kon hij zijn slaaf niet meer straffen. Hij wilde het niet ook. „Neem hem aan, gelijk als mij" schreef Paulus. „...en ik weet, dat gij doen zult ook boven hetgeen ik zeg."
Wat een wonderlijke weg is de Heere met Onesimus gegaan. De slaaf, die door weg te lopen dacht vrij te worden, kwam in de grootste ellende terecht. En toen het leek alsof hij weer in de slavernij terecht zou komen, door gehoorzaam naar zijn meester terug te gaan, verkreeg hij de vrijheid.
„Onesimus, die eertijds u onnut was, maar nu u en mij zeer nuttig". Onesimus is thuis gekomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1972
Daniel | 16 Pagina's