JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

LEVENDE ORGELKLANK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LEVENDE ORGELKLANK

VRAAGGESPREK MET DHR. ARIE J. KEIJZER TE WADDINXVEEN

9 minuten leestijd

In een themanummer over kerkbouw mag informatie over het orgel in een nieuwe kerkruimte niet ontbreken. We prijzen ons gelukkig, dat we over dit onderwérp de heer A. J. Keijzer aan. het woord kunnen laten. Als organist van „De Doelen" begeleidt hij al enkele jaren de samenzang op onze jaarlijkse bondsdag. Zijn improvisaties., over psalmmelodieën op die dag vormen steeds een zeer gewaardeerd programmapunt. Veel jongeren uit onze kring worden geboeid door zijn Bach-vertolkingen en improvisatieconcerten.. Tussen deze en andere bedrijven door — dhr. Keijzer is ook docent aan het Rotterdams conservatorium (hoofdvak orgel) vindt hij nog tijd om kerkeraden en orgelcommissies van diénst te zijn als adviseur. Op een mooie zomeravond reserveerde hij royaal tijd voor ons blad in zijn woning te Waddinxveen, waar hartelijkheid en gastvrijheid de sfeer bepalen.

Moet het orgel al direct een punt van bespreking zijn bij nieuwbouwplannen?

Naar mijn idee is dat van veel 'belang. In de eerste opzet die de architekt maakt, behoort het orgel al een plaats te hebben. Dit instrument behoort architectonisch bij het gebouw. Wanneer het orgel zo'n 'beetje als sluitpost op de begroting fungeert, is dat tot grote schade van de kerk en van de gemeentezang. Het gaat hier om belangrijke accoustische en liturgische zaken.

Om met het laatste te 'beginnen, denk ik aan uw gemeenten, waar het accent — heel terecht — duidelijk op de prediking ligt. Maar daarnaast wordt de gemeentezang heel hoog geschat. Daarom moet er in zo'n kerk een instrument geplaatst kunnen worden, waarop een 'fijne inleiding tot de te zingen psalm kan worden gespeeld en dat de gemeentezang echt kan dragen. In de kerk v/ordt gesproken én gezongen. Vanaf

het eerste "begin moet er dus ook aandacht zijn voor de vraag: Zal de nieuwe kerkruimte straks gaan klinken?

Als nu de financiën ontbreken, kun je dan niet beter een oud instrument kopen of later een-orgel inbouwen?

Mogelijk is dat altijd, maar of het aan te bevelen is Vergeet U niet dat de inflatie een duchtig woord meespreekt. Een orgel van ƒ 60.000, dat van de begroting wordt geschrapt en dat komt helaas voor — kost drie, vier jaar later ƒ 80.000, — a ƒ 90.000, —. Wat heeft zo'n gemeente financieel met zo'n besluit gewonnen?

En dan de mogelijkheid van een oud instrument. In onze strakke, sobere kerkruimten Van heden past alleen een betrekkelijk klein orgel uit de tijd van de Barok met een ondiepe kas.( Dergelijke orgels zijn niet meer voorhanden! Over de Batzorgels uit de vorige eeuw zullen we het nu niet uitvoerig hebben. Die orgels zijn veel te groot, te diep van kas, te massaal ook voor de kerken van nu. Door gebrek aan deskundigheid is daaraan al heel wat geld uitgegeven, dat tien keer beter besteed had kunnen worden voor een nieuw orgel, gebouwd volgens de oude barokprincipes: ondiepe kassen, niet hoger dan het pijpwerk. Bovendien is er het zeer belangrijke punt van de mensuren. M.i. is de enige juiste oplossing: in een nieuwe kerk een nieuw orgel!

Wilt U over de mensuren nog iets meer zeggen?

Bij de bouw van een orgel gaat het erom de mensuren van de orgelpijpen direkt af te stemmen op de inhoud van de ruimte, op de accoustiek. Je kunt dus nooit van te voren zeggen: de kerk krijgt zoveel zitplaatsen en het orgel moet dus zoveel stemmen hébben'. Dat kun je pas zeggen als je de ruimte kunt hóren. Het totaalbeeld van die mensuren tegenover elkaar is een zaak voor de bouwer. Hier komt feeling, studie van oude instrumenten en een groot stuk vakmanschap - bij te pas. Een adviseur moet zich met het geheel van de mensuren niet bemoeien. Dat is nog altijd verkeerd uitgekomen en gewoon fout. Hij is nu eenmaal geen orgelbouwer.

Kan iedere willekeurige organist als ad- Kan iedere loillekeurige viseur optreden?

Je hoort die mening wel eens, ja, maar die is onjuist. Lang niet alle organisten hebben interesse voor orgelbouw. Zij spelen en daarmee klaar. Overigens kan zo iemand een uitstekend organist zijn. Daarmee is hij nog geen adviseur. Daarvoor is nodig een uitgesproken gevoel voor orgelklank, veel interesse en een stuk idealisme om het kerkorgel in ons land op een hoger niveau te brengen. Hoor je wat levende orgelklank is? Dat is een punt.-

Wat is uw eerste taak als adviseur?

Allereerst ontwerp ik een dispositie, waarbij er inspraakmogelijkheid bestaat voor de plaatselijke organist, als hij een zinnige bijdrage kan leveren.

Vervolgens licht ik de dispositie toe voor de orgelkommissie.

Daarna maak ik met de Orgelkommissie een orgeltocht, om hen een indruk te geven van het instrument dal dk voor hun kerk had gedacht.

Vervolgens wordt bij enige, daarvoor in aanmerking komende orgelmakers, offerte gevraagd.

Natuurlijk moet het zo zijn dat de bouwer het orgel maakt voor de prijs welke hij offreerde. Op dit punt gebeuren soms rare dingen, die je gewoon niet mag accepteren.

U sprak straks' over intoneren. Wat houdt dat precies in?

Zodra de bouwer begint met het intoneren van het pijpwerk, begint de hoofdtaak van de adviseur. Hij moet weten hoe dat orgel moet gaan klinken in de nieuwe kerk.. Een paar keer per'week loop je dan naar binnen om te horen hoe het met de ontwikkeling van die klank gaat. In overleg met de bouwer probeer je het klankbeeld uit de pijpen te krijgen. Soms lukken bepaalde dingen gewoon niet, omdat een mensuur niet zo juist gekozen is. Dan moet zo'n register gewoon vervangen worden door een ander, dat wel past in de betreffende accoustiek. Dat mag je ais adviseur eisen.

Het laten bouwen van een orgel zónder adviseur, houdt dus een groot risico in?

Beslist. Een verkeerd geïntoneerd orgel krijg je nooit meer goed. Aan de andere kant is het zo, dat een orgelmaker van klasse, een kunstenaar in zijn vak, altijd zijn best zal doen om een goed instru-

ment te maken, nog fijner' dan het vorige dat hij heeft gebouwd. Ook hij wil vooruit. En er zijn in ons land tegenwoordig orgelbouwers, die ambachtelijk en artistiek een uitstekend instrument leveren mét een-levende klank, dat de vergelijking met welk meesterwerk ter wereld zondermeer kan doorstaan. Maar dan nog is het inschakelen van de adviseur van belang. Een organist-adviseur benadert de orgelklank helemaal vanuit de orgelliteratuur: wat behoort er op dit orgel gespeeld te kunnen worden. Een goede bouwer weet vanzelfsprekend ook het een en ander van die literatuur, maar literatuurkennis »blijft de sterke kant van de adviseur. Die inbreng kan in een goed samenspel met de bouwer dan ook tot zijn recht komen.

U legt sterk de nadruk op de levende orgelklank. Wilt U dat begrip wat uitdiepen? '

Het is terdege zaak om op de levende orgelklank te letten, al schuilt in elke waardering een' persoonlijk, een subjectief element. Je kunt een orgel hebben dat ambachtelijk, af is 'en toch niet bevredigt. De klank blijft onder de maat. Het is het gewone, het alledaagse. Kenmerkend voor levende orgelklank is, dat je die iedere keer weer anders ondergaat. Zo'n instrument blijft organist engemeente bloeien.

Kunt U een voorbeeld noemen?

Laat ik dan een orgel nemen van een buitenlandse bouwer, ib.v. dat in de Ned. Herv. Kerk te Oude Tonge, gemaakt door de Deense firma Frobenius, - Dat orgel is iedere keer weer een verrassing. Zo iets wonderlijks, zo iets rijks vind je niet vaak. Als ik die fluiten van het rugwerk hoor, om msiar wat te noemen, zeg ik: Dat kan gewoon niet mooier. Naar zo'n orgel wil je als organist altijd weer terug.

Kortom, er zijn veel orgels, die leuk en aardig zijn, maar de klank lééft niet. Leven is verandering, verrassing.

Hoe denkt U over het z.g.n. electronische orgel?

In de eerste plaats is dat geen orgel. Als je eerlijk toent, noem je het een electronenklavier. Het is een zelfstandig instrument, dat niets met een orgel te maken heeft, al wordt hét gepresenteerd met twee of drie klavieren. In de reclame zet men dit instrument naast het kerkorgel met de suggestie: Hier heb je zoveel stemmen voor zoveel geld; is dit niet 'buitengewoon voordelig? Ten diepste is deze concurrentie niet eerlijk, zoals U zult begrijpen.

Bovendien heeft de gemeente altijd een miskoop gedaan, hoe je het ook bekijkt. Na een bepaalde periode begint de klank tegen te staan en waar blijf je dan met zo'n apparaat? De duurzaamheid zou je kunnen vergelijkeA met een radio-of een televisietoestel. Na tien jaar is het gebeurd. Een echt orgel kan vele tien^ tallen jaren mee!

Voor electronische muziek is het een geweldig ding, voor .de lichte amusementsmuziek eveneens. Daar is het elec-.tronenklavier voor gemaakt. Als je be-' gint met klassieke muziek te spelen, ga je al gauw spontaan over op een licht genre. Dat hóórt bij dit instrument.

Daarom past zo'n electronisch „orgel" ook niét in de kerk. Voor een kerkgebouw is het een verschrikkelijk ordinair instrument En voor de begeleiding van de gemeentezang heb je er niets aan. Neem het geluid.i Je hóórt het door de luidsprekers pérsen. Het is gewoon een verschrikking. Luister er eens naar zonder de vibrator aan, waardoor het nog wat lijkt U vroeg straks naar levende orgelklank, welnu, dit electronenlcLavier levert het summum van dode klank. Mijn ervaring in de orgelopleiding is, dat wanneer je mensen in aanraking brengt met goede klanken, men het 'geluid van dat „orgel" • niet meer pruimt. In onze kerken hoort daarom een echt orgel en niets minder".

De heer Keijzer is een uitstekend verteller, die zijn betoog met een overvloed van praktijkervaringen weet toe te lichten. Er was dan ook een overvloed van stof om - uit te putten voor dit vraaggesprek, Na een hartelijk woord van dank, reden we, heel wat informatie en inzicht rijker, naar huis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1972

Daniel | 24 Pagina's

LEVENDE ORGELKLANK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1972

Daniel | 24 Pagina's