JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONESIMUS, DE WEGGELOPEN SLAAF 11

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONESIMUS, DE WEGGELOPEN SLAAF 11

5 minuten leestijd

Door de straten van Kolosse loopt & %i 3ssa*_ö? B IWl ^ar ^9 j een jongeman. Aan de manier, waarop hij zijn weg vindt door de stad is te DE WEGGELOPEN SLAAF II , 4, dat hij er bekend is. Geen ogenblik aarzelt hij bij een kruising, maar rechtuit en zeker loopt hij straat in straat uit. Hij is alleen, doch dat schijnt hem niet te deren, 't Is net, alsof hij met een bepaald doel voor ogen de stad ver

laat. Even nog kijkt hij om. Zijn vlugge voeten brengen hem wel waar hij wezen moet. Ja, zijn voeten dragen hem steeds verder van Kolosse af, maar z'n gedachten toeven' daar, waar hij vandaan komt. Wie zou deze jonge man wel zijn? Waar zou hij heengaan?

Hetis Onesimus, één van de slaven van Filémon. Zijn meester heeft hem zeker op een boodschap uitgestuurd. Naar Laodicea misschien of wellicht naar Efeze. Efeze is een grote stad. Er wonen wel 200.000 mensen. De Romeinen hebben deze plaats tot hoofdstad gemaakt van de provincie Asia. Het is een handelsstad. Even buiten Efeze staat een groot theater, een schouwplaats. Er kunnen wel 30.000 mensen in. De zitplaatsen zijn uitgehouwen in de rotsen. Als je in het theater staat, kun je de hele stad overzien. Maar het meest beroemd is toch wel de tempel van Diana. Diana is de godin van de Efeziërs. Bekende kustenaars hebben het gebouw versierd met schitterend beeldhouwwerk en prachtige schilderijen: De tempel is 120 meter lang en 160 meter breed. Rondom dit beroemde bouwwerk is een zuilengang van 127 marmeren pilaren. Er waren in die tijd zeven wereldwonderen. Eén ervan is deze afgodstempel. In dit gebouw wordt het beeld van Diana bewaard. Het is uit de hemel gevallen zeggen de mensen en je moet het eren en offers brengen. Elk jaar gaan er duizenden mensen heen en als herinnering kopen ze een klein zilveren tempeltje bij één van de zilversmeden, of soms ook wel een munt met de beeltenis van Diana.

Zou Onesimus naar deze beroemde stad gaan? Och welnee, Onesimus weet zelf niet waar hij heen' zal gaan. Zijn meester heeft geen boodschap voor hem. Hij is weggelopen.

Oh... waarom? Heeft Filémon hem geslagen? Is hij soms gegeseld? Dat gebeurt toch niet meer in dat rijke koopmanshuis? Filémon is toch christen geworden. Een échte christen? De Heere heeft hem immers een nieuw hart gegeven? Hij weet nu toch, dat slaven ook ménsen zijn en geen dieren?

Wel Onesimus is niet geslagen, zijn meester heeft hem niet gegeseld. Onesimus had helemaal geen reden' om weg te lopen. Maar waarom vlucht hij dan? Waarom loopt hij dan steeds verder van Kolosse vandaan? Zullen we het hem eens vragen? „Onesimus, waarom ga je bij je meester vandaan? Waarom loop je weg? "

„Ik wil vrij zijn en daarom ben ik weggelopen. Bij Filémon moet ik altijd wat me opgedragen wordt en daar heb ik geen zin meer in. Ik wil mijn eigen baas doen zijn. Die kleine prediker, die vriend van mijn meester heeft zo dikwijls over vrijheid gesproken en dat heb ik goed onthouden. Ik wil vrijheid".

Maar Onesimus, dat kan toch nooit op de manier zoals jij dat wil. Je behoort immers je meester toe. Als de gerechtsdienaars er achter komen, dat je een weggelopen slaaf bent, pas dan maar op. Ze zullen je gevangen nemen en er wacht je een verschrikkelijk lot. Ze kunnen je voor de wilde dieren werpen en je wordt levend verscheurd. Of misschien moet je vechten in de arena tegen

iemand, die sterker is dan jij en veel beter gewapend. Dan zul je vast en zeker verliezen, Onesimus. Of wie weet, zullen ze je brandmerken. Je krijgt dan een „F" op je voorhoofd gebrand. De „F" van fugitus (voortvluchtig). Keer terug kerel, 't is nog niet te laat. Niemand weet van je vlucht, niemand heeft gezien, dat jij je meester nog bestolen hebt ook. Je hebt nog gauw wat weggepakt, hè? Je moet toch leven? Toe, Onesimus, je loopt je ongeluk tegemoet.

Door cle drukke straten van Rome loopt een groepje soldaten. Ze hebben zojuist een aantal gevangenen afgeleverd bij de overste. Ze hebben hun plicht gedaan, hun opdracht vervuld en zijn nu vrij vandaag om te gaan en te staan, waar ze willen. Samen praten ze nog wat over de lange reis, die ze gemaakt hebben.

Eerst per schip vanuit Rome naar Cesarea, een stad in het land van de Joden. Een Romeinse kolonie. Daar moesten ze een man halen, die al twee jaren gevangen had gezeten. Die man had zich op de keizer beroepen en zij moesten hem met nog enkele andere misdadigers naar Rome brengen. Het was hun werk, boodschappen te doen voor de keizer. Soms waren ze maandenlang van huis. Ook deze reis had lang geduurd. Een wonderlijke tocht was het geweest. Die gevangene uit Cesarea, Paulus heette hij, was eigenlijk de hoofdpersoon geweest. Als hij er niet bij was geweest waren ze nooit veilig in Rome aangekomen. Hij had hen voor een groot ongeluk bewaard. Of nee, Paulus niet, maar de God van Paulus, Diè had hen bewaard. Ze zullen deze tocht niet gauw vergeten.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1972

Daniel | 16 Pagina's

ONESIMUS, DE WEGGELOPEN SLAAF 11

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1972

Daniel | 16 Pagina's