BOTSING DER KULTUREN I
In enige Mexicaanse dorpen kregen de boeren, in het kader van de ontwikkelingshulp, een nieuwe maissoort. Deze mais leverde drie maal zoveel op als de oude. Volgens onze Westerse begrippen dus een geweldige vooruitgang. Nu zouden de boeren de mais, die ze over hadden, kunnen verkopen en zodoende hun levensstandaard langzaam maar zeker kunnen verhogen. Zo dachten' de ontwikkelingsdeskundigen. Maar , toen ze na vier jaar naar het resultaat gingen kijken, bleek dat in één dorp de boeren toch weer de oude maissoort hadden gezaaid. Waarom ? Wel, het deeg van de nieuwe mais was niet zo goed om koeken te bakken. En de kleur van de koeken was te bleek. Dat vonden de vrouwen een onoverkomelijk bezwaar. Koeken bakken was een prestige kwestie. Liever honger lijden', dan bleke koeken eten! Bij nader onderzoek kwam er echter nog iets aan het licht De boeren uit dit dorp woonden het verst verwijderd van een behoorlijke weg. Wat moesten ze beginnen met zoveel mais als ze het niet konden vervoeren om te verkopen? De boeren uit de andere dorpen konden hun overschotten wel verkopen. Voor het geld kochten ze de oude mais terug en bakten daarvan hun vertrouwde koeken. En met dit voorbeeld zitten we midden in de acculturatie problemen, midden in de botsing tussen twee kuituren.
Wat is kuituur?
Ieder volk heeft zijn eigen Kuituur: d.i. ieder volk leeft volgens gewoonten en tradities. die van de ene generatie overgegaan zijn op de andere. En die gewoonten zijn sterk verbonden aan het. gebied waar dat volk leeft. In de tropen zal men b.v. geen zeehondenvlees eten en liever geen bontjas dragen, terwijl men in het noorden van Canada geen openlucht zwembad zal bouwen. Kuituur is levensstijl. Je kunt spreken van de levensstijl, de kuituur, van een persoon, maar ook van een dorp een stad, een land of een volk. Ik wil het nu niet hebben over het feit hoe onze kuituur moet zijn, dus onze levensstijl gezien in het licht van de Bijbel. Het gaat nu alleen over de problemen, die ontstaan als een kuituur verandert onder invloed van een andere kuituur. In dit geval onder invloed van de Westerse kuituur. Dit heet acculturatie.
Europeanisering
Sedert de 15e eeuw is de Europese kuituur het meest verbreid over de andere landen van de wereld. Denk maar aan het in bezit nemen van Amerika door Spanjaarden, Engelsen, en Fransen. Verder hebben de handelsbetrekkingen van de Nederlanders en de Engelsen een grote rol gespeeld en dan vooral niet te vergeten de kolonisatie. We spreken clan ook wel over de Europeanisering of verwestering van die landen, die met de Europese kuituur in aanraking zijn gekomen en daardoor hun levensstijl geheel of gedeeltelijk veranderd hebben. Vooral de techniek, de medische zorg, en de moderne levenswijze werden overgenomen. Er zijn n.1. veel landen, waar de mensen niet kunnen leven zoals wij. Ze zijn vaak zo arm, dat ze met hard ploeteren maar net zichzelf en hun familie in leven kunnen houden. Komt er hongersnood of breekt er een ziekte uit, dan hebben ze niet cle middelen om die te bestrijden en zouden ze, zonder hulp uit het Westen ten dode gedoemd zijn. Worden ze geholpen met artikelen uit onze kuituur, dan zal hun kuituur daardoor veranderen en dat geeft proble-
men. Dat heb je in het bovenstaande verhaaltje gelezen. Deze acculturatie problemen ontstaan op allerlei terreinen. Hieronder volgen enige terreinen:
1. Geen vee / geen vrouw
De veeteelt bij de Oostafrikaanse stammen is alleen middel om het prestige te vergroten. Niet om in leven te blijven. Hoe meer vee men heeft (vooral ossen), hoe hoger men in aanzien is. Vee is zelfs meer waard dan vrouwen, want met koeien kun je
een vrouw kopen. Dus geen vee dan ook geen vrouw! Het is een onmogelijke zaak om de mensen aan het verstand te brengen, dat, als ze het vee slachten, ze méér te eten hebben. Dat staat volgens hen gelijk aan geld in het water gooien.
De akkerbouw in Dahomey zou geholpen zijn met traktoren en een schijfploeg, maar... de gewone boer verdient per jaar 20.000 CFA = ƒ 280, —. Hij kan dus nooit een traktor kopen. Daarbij komt nog, dat als het ding defekt is, niemand het kan repereren. Bovendien is er in de dorpen geen benzine te koop. Toch hebben veel jonge Afrikaanse staten gekozen voor mechanisering. Ze zijn gewoon met blindheid geslagen voor het feit dat ze het niet kunnen' betalen. En ook voor het feit, dat de ploeg de uiterst kwetsbare tropische bodem ze er snel verwoest. Nu heeft men een plan opgesteld om de ossen in te schakelen in de akkerbouw. Het mes snijdt dan aan twee kanten. Aan de ene kant is het gebruik van ossen en de houten ploeg beter voor de bodem. Aan de andere kant is een „opgeleide" os vijf maal meer waard dan toen hij zijn loopbaan begon. Het is dus een goede „geld belegging". Nog een voordeel is dat er ossen genoeg zijn en dat de dieren niet meer „brandstof" kosten dan anders. Cndangs deze voordelen is er veel overredingskracht nodig om de mensen daar te overtuigen, dat deze vorm van „mechanisatie" goed is. Ze denken, dat met de komst van de traktor ook de welvaart binnengekomen is en dat is helaas niet het geval.
2. A1hetuwe is het mijne.
Alle niet-Westerse volken worden gekenmerkt door een zeer sterke groepsvorming. Deze is ontstaan, doordat men' in de strijd om het bestaan elkaar nodig had en heeft. Iemand die uit de gemeenschap gestoten wordt, is gedcemd te sterven. Iedereen zal dan ook zijn uiterste best doen de stam of de familie zo sterk mogelijk te laten worden. Moet er gevochten worden clan vechten ze allemaal mee. Maar ook bij vreugde, verdriet of de oogst is iedereen van de partij. Het gevolg is, dat als er één sukses gehad heeft b.v. op de jacht, de hele stam meedeelt in de buit. Tegenwoordig komt het veel voor, dat er mensen van de stam naar de stad trekken. Ze hebben zoveel gehoord van de rijkdommen die daar zo maar voor het opscheppen liggen, dat ze denken binnen de kortst mogelijke tijd als rijk man naar hun dorp terug te keren. Als er inderdaad één terug komt met wat moeizaam verdiend geld, dan is daar al spoedig niets meer van over. Ik kom hierop nog terug bij de gastarbeiders. Men kan zich dus moeilijk opwerken. Het is zelfs zo, dat als er één kanj ziet z'n positie te verbeteren, dan zeggen de anderen, dat het ten koste van hen is gegaan. Men is dan zo jaloers, dat er een drama kan ontstaan zoals in Biafra. De Ibo's leidden daar een betrekkelijk beter bestaan dan de andere stammen. Dat wekte de achterdocht en de jaloersheid op bij die stammen, met het bekende vreselijke gevolg.
3. Religieuze overtuiging.
Ook de religieuze overtuiging werkt mee om problemen te scheppen bij de acculturatie. De fatalistische levenshouding van de Islamiet b.v. is een remmende faktor bij eventueele vernieuwingen. Onkruid bestrijden, kunstmest strooien of de stenen uit zijn akker halen zal hij niet gauw doen. Allah wil het nu eenmaal zo o, als Allah niet wil dat er onkruid groeit, clan groeit er géén onkruid. Dus hij ploegt en hij zaait en dan gaat hij naar zijn vrienden en verdobbelt zijn geld en soms ook de toekomstige opbrengst van zijn land.
„Moge Allah de wasdom geven" is zijn wens, maar hij vergeet dat er ook gewerkt moet worden. Deze houding is heel moeilijk te veranderen. Ook de houding van dc mensen uit India t.o.v. hun heilige koeien is moeilijk te veranderen. Deze dieren mogen niet geslacht worden; ze moeten een natuurlijke dood sterven. Zelfs het karige voedsel zal de Indiër nog delen met een koe, die net opzoek is naar eten. En dat is een koe daar altijd. Juist in de overbevolkte gebieden, waar een permanent voedsel tekort heerst, is ook een overbevolking van koeien. De koe is heilig en hij (zij) blijft heilig.
4. Van lezen wordt je slechter.
Vooral op het gebied van het onderwijs duiken de problemen overal op. Onderwijs
is een vorm van kuituuroverdracht, die onuitputtelijk is. En de botsing komt al als een kind heeft leren lezen en schrijven. Ban zeggen de ouders: „Je kunt er geen maiskorrel meer door eten." En daarin hebben ze gelijk, want in de dorpen is dikwijls geen ander werk, dan het werk op het land. Het kan ook gebeuren dat de kinderen zich mijlen ver boven hun ouders verheven gaan voelen als ze iets geleerd hebben. Dan trekken ze weg naar de stad, waar ze het veel slechter hebben dan thuis en waar ze de ellende en armoede door hun komst nog vergroten. Tenslotte hebben de ouders ook gemerkt dat je van lezen alleen maar slechter wordt. Na de primitieve schoolboekjes is er geen andere lektuur dan de grote stroom sex-en misdaad boeken uit het Westen. Dan is het inderdaad te begrijpen dat men gaat twijfelen aan het nut van lezen.
In het algemeen is het eerste kontakt met de Westerse kuituur dikwijls afwijzend. Daarna komt er een periode dat men de vernieuwing aanvaardt. Deze periode wordt onherroepelijk gevolgd door ontgoocheling en men wil weer terug naar het oude. Het nationale gevoel komt boven. De eigen mensen, die gestudeerd hebben, worden verheven boven de Westerlingen. Dikwijls krijgt zo'n nationalistische beweging een religieus karakter. Dit alles heeft geleid tot de oprichting van de meeste jonge Afrikaanse staten.
Als je dit leest (de voorbeelden zijn nog met tientallen' uit te breiden) dan zie je hoe moeilijk het is om een ander volk te helpen. Dan zie je ook iets van de moeilijkhelen, die men op de zendingsterreinen tegen komt. Daar komen nog meer problemen bij: omdat de satan niet wil dat Gods Koninkrijk uitgebreid wordt. Juist daar is wel de bede nodig: „Bevestig Gij het werk onzer handen."
Voor het geval je nog iets meer over het onderwerp wil lezen volgen hier titels: enige
G. M. Foster Oude culturen in een technische wereld
J. van Baal Mensen in verandering
A. J. F. Kobben Van primitieven tot medeburgers.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 augustus 1972
Daniel | 20 Pagina's